
5. Van eenzaamheid naar verbondenheid
In de vorige delen hebben we gezien dat eenzaamheid niet betekent dat er iets mis met je is. We zijn gemaakt voor verbondenheid. Daarom doet het pijn wanneer die verbinding ontbreekt.
We zagen ook dat God je ziet wanneer jij je onzichtbaar voelt. Jezus weet uit eigen ervaring wat afwijzing en verlatenheid betekenen. En God heeft ons niet gemaakt om alles alleen te dragen.
Maar dan blijft er nog één belangrijke vraag over: wat kun je doen als je je eenzaam voelt?
Misschien herken je jezelf in alles wat je tot nu toe hebt gelezen. Maar morgen word je wakker en is je situatie nog precies hetzelfde.
Je telefoon blijft stil.
Die vriendschap is nog steeds voorbij.
Je hebt nog steeds niemand bij wie je zomaar kunt binnenlopen.
Of je bent nog steeds omringd door mensen terwijl je je vanbinnen alleen voelt.
Daarom gaat dit laatste deel niet over een snelle oplossing.
Eenzaamheid verdwijnt meestal niet door één Bijbeltekst, één gebed of één goed gesprek.
Maar er kunnen wel dingen veranderen.
Soms begint dat met één kleine stap.
Begin met eerlijk zijn
Eenzaamheid groeit gemakkelijk in stilte.
Je wilt niet dat anderen weten dat je je alleen voelt. Misschien schaam je je ervoor. Misschien denk je dat het iets over jou zegt.
Dus wanneer iemand vraagt hoe het gaat, antwoord je automatisch: “Goed hoor.”
Maar zolang niemand weet wat er werkelijk speelt, kan niemand dichtbij komen.
Jakobus schrijft: “Vertel elkaar wat jullie verkeerd hebben gedaan en bid voor elkaar. Dan zullen jullie genezen worden.” (Jakobus 5:16)
Die tekst gaat in de eerste plaats over zonde en gebed, maar laat ook een belangrijk Bijbels principe zien: God heeft ons niet bedoeld om alles verborgen en alleen te dragen.
Je hoeft natuurlijk niet tegen iedereen te vertellen dat je eenzaam bent.
Maar misschien wel tegen één betrouwbaar persoon.
Je zou eenvoudig kunnen zeggen: “Ik merk dat ik me de laatste tijd vaak alleen voel.”
Dat ene zinnetje kan spannend zijn.
Maar het kan ook een deur openen.
Wacht niet tot je je beter voelt
Wanneer je eenzaam bent, kun je steeds minder zin krijgen om dingen te ondernemen.
Je blijft liever thuis.
Je zegt uitnodigingen af.
Je denkt: Ik heb toch geen zin.
Dat is begrijpelijk.
Maar daardoor kan eenzaamheid zichzelf versterken.
Hoe minder contact je hebt, hoe moeilijker het wordt om contact te zoeken. En hoe langer je jezelf terugtrekt, hoe groter de stap naar buiten lijkt.
Soms moet je daarom iets doen voordat je er zin in hebt.
Prediker zegt: “Wie steeds op de wind let, zal nooit zaaien. En wie steeds naar de wolken kijkt, zal nooit oogsten.” (Prediker 11:4)
Met andere woorden: als je blijft wachten op het perfecte moment, gebeurt er misschien niets.
Je hoeft niet meteen je hele sociale leven te veranderen.
Begin klein.
Stuur dat berichtje.
Ga toch naar die bijeenkomst.
Vraag iemand mee voor een wandeling.
Blijf na de kerkdienst nog even staan.
Ga ergens naartoe waar je regelmatig dezelfde mensen ontmoet.
Niet iedere stap zal meteen iets opleveren.
Maar zonder stappen kan er ook weinig veranderen.
Zoek plekken waar ontmoeting kan groeien
Vriendschap ontstaat meestal niet doordat twee mensen elkaar één keer zien en onmiddellijk een diepe band hebben.
Verbondenheid groeit vaak doordat mensen elkaar steeds opnieuw ontmoeten.
Op school.
Op het werk.
In een gemeente.
Bij vrijwilligerswerk.
Tijdens sport.
Bij een Bijbelgroep.
Of gewoon doordat je regelmatig met dezelfde mensen afspreekt.
De eerste christenen begrepen hoe belangrijk dat was. Over hen staat geschreven: “Elke dag kwamen ze bij elkaar in de tempel. Ook aten ze bij elkaar thuis. Ze aten samen en waren blij en vriendelijk voor elkaar.” (Handelingen 2:46)
Ze kwamen niet af en toe bij elkaar.
Ze deelden hun leven.
Misschien heb jij niet meteen iemand met wie je een diepe vriendschap hebt. Zoek dan eerst naar plekken waar verbondenheid kan ontstaan.
Een goede vriendschap begint vaak niet met een bijzonder moment.
Ze begint doordat je elkaar steeds opnieuw tegenkomt.
Durf initiatief te nemen
Dit kan één van de moeilijkste stappen zijn.
Want initiatief nemen betekent dat iemand ook nee kan zeggen.
Misschien vraag je iemand om iets samen te doen en kan die persoon niet.
Misschien stuur je een bericht en krijg je pas uren later antwoord.
Wanneer je je al eenzaam voelt, kan zoiets veel harder aankomen dan normaal.
Je denkt misschien meteen: Zie je wel. Ze zitten niet op mij te wachten.
Maar één afwijzing betekent niet dat niemand jou wil.
En iemand die niet kan, wijst jou niet automatisch af.
Probeer niet iedere reactie te zien als bewijs van wat je diep vanbinnen misschien al vreest.
Soms is iemand gewoon druk.
Soms past een vriendschap niet.
En soms moet je verschillende mensen leren kennen voordat je iemand vindt bij wie het werkelijk klikt.
Verwacht niet dat één persoon al je eenzaamheid oplost
Wanneer je heel eenzaam bent, kan één nieuwe vriendschap ontzettend belangrijk worden.
Daar is niets mis mee.
Maar er schuilt ook een gevaar in.
Je kunt gaan verwachten dat één persoon alles wordt wat je hebt gemist.
Die persoon moet altijd beschikbaar zijn.
Altijd begrijpen hoe jij je voelt.
Altijd reageren.
Altijd voor jou kiezen.
Geen enkel mens kan die verwachting dragen.
Ook de beste vriend zal je soms teleurstellen.
Daarom is gezonde verbondenheid breder.
Misschien heb je iemand met wie je diep kunt praten.
Iemand anders met wie je vooral veel kunt lachen.
Iemand in de gemeente met wie je kunt bidden.
Familieleden die op een andere manier belangrijk voor je zijn.
En boven alles een relatie met God die niet afhankelijk is van hoe andere mensen op jou reageren.
Mensen zijn belangrijk.
Maar geen mens kan de plaats van God innemen.
Leer ook alleen te zijn zonder je verlaten te voelen
Dat klinkt misschien vreemd in een studie over eenzaamheid.
Maar alleen zijn en eenzaam zijn zijn nog steeds niet hetzelfde.
Jezus zocht regelmatig de stilte op.
Marcus vertelt: “De volgende ochtend stond Jezus heel vroeg op. Het was nog donker. Hij ging naar een stille plek om te bidden.” (Markus 1:35)
Jezus vluchtte niet voor mensen.
Hij zocht momenten waarop Hij alleen met Zijn Vader kon zijn.
Misschien kun jij dat ook leren.
Niet ieder leeg moment hoeft onmiddellijk gevuld te worden met je telefoon, muziek, filmpjes of berichten.
Stilte kan eerst ongemakkelijk zijn.
Maar stilte kan ook een plek worden waar je bidt, nadenkt, wandelt, in de Bijbel leest of gewoon beseft dat je bij God mag zijn.
Dan verandert alleen zijn langzaam van iets wat je vreest in iets wat soms zelfs waardevol kan zijn.
Vertel God wat je werkelijk mist
Bid niet alleen: “Heer, zorg dat ik niet meer eenzaam ben.”
Probeer specifieker te worden.
Misschien verlang je naar één echte vriend.
Misschien mis je iemand met wie je over je geloof kunt praten.
Misschien voel je je binnen je gezin niet begrepen.
Misschien verlang je naar een partner.
Misschien mis je iemand die is overleden.
Misschien ben je verhuisd en heb je nergens het gevoel dat je thuishoort.
Misschien weet je zelf nauwelijks waarom je je eenzaam voelt.
Vertel God dat.
Petrus schrijft: “Geef al je zorgen aan God, want Hij zorgt voor jullie.” (1 Petrus 5:7)
Je hoeft je gebed niet mooier te maken dan je gevoelens zijn.
Als je boos bent, vertel Hem dat.
Als je verdrietig bent, vertel Hem dat.
Als je niet begrijpt waarom Hij niets lijkt te veranderen, vertel Hem dat ook.
De Psalmen laten zien dat God zulke eerlijke gebeden aankan.
Vraag niet alleen: Wie ziet mij?
In deel 2 lazen we over Hagar en ontdekten we dat God de God is die ons ziet.
Maar misschien kan er nu nog een vraag bijkomen: wie kan ik zien?
Dat verandert iets.
Wanneer je eenzaam bent, gaat je aandacht vanzelf naar wat jij mist.
Wie belt mij?
Wie nodigt mij uit?
Wie vraagt hoe het met mij gaat?
Wie denkt aan mij?
Dat is begrijpelijk.
Maar misschien zit er ergens iemand die precies hetzelfde denkt.
Paulus schrijft: “Denk niet alleen aan jezelf, maar denk ook aan de anderen.” (Filippenzen 2:4)
Dat betekent niet dat je jouw eigen eenzaamheid moet negeren.
Het betekent dat jouw pijn je misschien gevoeliger kan maken voor de pijn van iemand anders.
Misschien herken jij een eenzaam persoon juist sneller omdat je weet hoe het voelt.
Misschien begint verbondenheid met geven wat je zelf mist
Wil je dat iemand je een bericht stuurt?
Stuur iemand een bericht.
Wil je dat iemand je uitnodigt?
Nodig iemand uit.
Wil je dat iemand werkelijk naar je luistert?
Luister naar iemand.
Wil je dat iemand merkt dat je er niet bent?
Let erop wanneer iemand anders ontbreekt.
Dat is geen truc waarmee je automatisch vrienden krijgt.
En je moet jezelf ook niet uitputten door voortdurend voor anderen klaar te staan in de hoop dat ze daardoor van jou gaan houden.
Maar er zit wel iets krachtigs in.
Eenzaamheid zegt: Wacht totdat iemand naar jou toe komt.
Liefde vraagt soms: Naar wie kan ik vandaag toe gaan?
Jezus zei: “Behandel andere mensen net zoals je zelf behandeld wilt worden.” (Lukas 6:31)
Misschien wordt jouw ervaring met eenzaamheid daardoor uiteindelijk zelfs iets waarmee je een ander kunt helpen.
Niet omdat eenzaamheid goed is.
Maar omdat jij daardoor misschien hebt geleerd hoe belangrijk één klein gebaar kan zijn.
En wat als er voorlopig weinig verandert?
Dit is misschien het moeilijkste gedeelte.
Want je kunt al deze stappen zetten en je toch nog steeds eenzaam voelen.
Je kunt bidden.
Initiatief nemen.
Naar een gemeente gaan.
Mensen uitnodigen.
Eerlijker worden.
En toch niet onmiddellijk de verbondenheid vinden waarnaar je verlangt.
Dan wil ik je niet vertellen dat je gewoon harder moet proberen.
Sommige periodes in het leven zijn eenzaam.
De Bijbel verbergt dat niet.
Psalm 27 zegt: “Zelfs als mijn vader en moeder mij verlaten, zal de Heer voor mij zorgen.” (Psalm 27:10)
Dat is geen ontkenning van de pijn.
Het is hoop midden in de pijn.
De mensen van wie je had gehoopt dat ze zouden blijven, kunnen vertrekken.
De omstandigheden kunnen anders lopen dan je had verwacht.
Maar jouw verhaal eindigt daar niet.
God werkt ook in periodes waarin jij het nog niet ziet
Denk nog eens aan Hagar uit deel 2.
Zij zag in de woestijn waarschijnlijk geen toekomst.
Maar God zag haar.
Denk aan Elia uit deel 1.
Hij dacht dat hij helemaal alleen was.
Maar God wist dat er nog duizenden anderen waren die Hem trouw waren gebleven.
Denk aan Jezus uit deel 3.
Zijn leerlingen vluchtten weg.
Maar na Zijn opstanding zocht Hij hen opnieuw op en ontstond er een gemeenschap die uiteindelijk de hele wereld zou bereiken.
Wat jij vandaag ziet, is niet noodzakelijk het hele verhaal.
Misschien zijn er mensen die je nog niet kent.
Vriendschappen die nog moeten ontstaan.
Gesprekken die nog gevoerd moeten worden.
Plekken waar je nog nooit bent geweest.
Mensen voor wie jij later ontzettend belangrijk zult zijn.
Je hoeft niet te weten hoe dat allemaal zal gebeuren.
Je mag vandaag gewoon de volgende stap zetten.
Uiteindelijk gaat Gods plan over verbondenheid
De Bijbel begint met een wereld waarin mensen in verbondenheid met God en met elkaar leven.
Door de zonde kwam daar breuk in.
Mensen verstopten zich voor God.
Ze begonnen elkaar de schuld te geven.
Er kwamen ruzie, jaloezie, afwijzing, verlies en dood.
Maar de Bijbel eindigt niet met eenzaamheid.
Johannes ziet uiteindelijk een nieuwe wereld waarin God Zelf bij de mensen woont.
“God zal Zelf bij hen wonen. Hij zal hun God zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen. Er zal geen dood meer zijn. Er zal geen verdriet, geen huilen en geen pijn meer zijn.” (Openbaring 21:3-4)
Dat is waar Gods reddingsplan uiteindelijk naartoe gaat.
Niet naar mensen die voor eeuwig ieder op hun eigen eilandje zitten.
Maar naar herstelde verbondenheid.
Met God.
En met elkaar.
Daarom heeft eenzaamheid niet het laatste woord.
Tot die tijd
Misschien voel je je vandaag nog steeds alleen.
Dan hoef je niet te doen alsof deze vijf studies dat probleem hebben opgelost.
Maar misschien weet je nu wel iets wat je aan het begin nog niet zo duidelijk zag.
Je eenzaamheid bepaalt niet hoeveel je waard bent.
God ziet je.
Jezus begrijpt je.
Je bent gemaakt voor verbondenheid.
Je mag anderen nodig hebben.
Je mag eerlijk zeggen dat je iemand mist.
Je mag om hulp vragen.
Je mag nieuwe stappen zetten.
En je kunt zelf iemand worden door wie een ander zich minder alleen voelt.
Misschien verandert je leven niet vandaag in één keer.
Maar verbondenheid kan heel klein beginnen.
Met één gebed.
Eén eerlijk gesprek.
Eén bericht.
Eén uitnodiging.
Eén persoon die werkelijk luistert.
Eén stap naar buiten.
En soms begint een heel nieuw hoofdstuk precies daar.
Om over na te denken
Wat is op dit moment de belangrijkste oorzaak van jouw eenzaamheid?
Is er één betrouwbaar persoon tegen wie je eerlijk zou kunnen vertellen hoe je je voelt?
Welke kleine stap naar meer verbondenheid kun jij deze week zetten?
Is er iemand in jouw omgeving die jij kunt uitnodigen, bellen of een bericht kunt sturen?
En wat zou er veranderen als je niet alleen zou vragen: “Wie ziet mij?”, maar ook: “Wie kan ik vandaag zien?”
Gebed
Here God,
U weet precies wanneer ik mij alleen voel.
Dank U dat mijn eenzaamheid niet bepaalt hoeveel ik waard ben.
Dank U dat U mij ziet en dat Jezus begrijpt wat verlatenheid betekent.
Geef mij moed om niet weg te kruipen, maar kleine stappen naar andere mensen te zetten.
Breng mensen op mijn weg bij wie ik eerlijk mezelf kan zijn.
Geef mij wijsheid om gezonde vriendschappen te herkennen en te laten groeien.
Open ook mijn ogen voor mensen die zich net zo alleen voelen als ik.
Help mij om niet alleen te wachten op liefde, maar Uw liefde ook door te geven.
En wanneer mijn omstandigheden niet meteen veranderen, help mij dan te vertrouwen dat U nog steeds bezig bent met mijn verhaal.
Dank U dat er een dag komt waarop alle gebrokenheid voorbij zal zijn en niemand zich meer verlaten zal voelen.
In Jezus’ naam,
Amen.
Onthoud dit
Eenzaamheid hoeft niet het einde van je verhaal te zijn. God ziet je, Jezus begrijpt je en je bent gemaakt voor verbondenheid. Soms begint de weg uit eenzaamheid met iets heel kleins: één eerlijke stap naar God en naar een ander.
