
Deel 8 – Het wasvat: gereinigd en opnieuw geboren
Sleuteltekst
“Als iemand niet opnieuw geboren wordt uit water en Geest, kan hij Gods Koninkrijk niet binnengaan.” (Johannes 3:5)
We hebben bij het brandofferaltaar gestaan.
We hebben gekeken naar het Lam.
We hebben gezien dat Jezus onze plaats innam en dat vergeving begint bij Zijn offer.
Maar de weg door het heiligdom stopt daar niet.
Achter het brandofferaltaar stond het koperen wasvat.
Eerst het bloed.
Daarna het water.
Eerst vergeving.
Daarna reiniging.
Die volgorde is belangrijk.
God wil ons niet alleen vrijspreken van schuld.
Hij wil ons ook veranderen.
Het wasvat stond tussen altaar en heiligdom
De priesters konden niet rechtstreeks vanaf het altaar het heiligdom binnengaan.
Eerst moesten zij zich wassen.
God zei tegen Mozes: “Maak een koperen wasvat met een koperen voet. Zet het tussen de tent van ontmoeting en het altaar. Doe er water in. Aäron en zijn zonen moeten daar hun handen en voeten wassen.” (Exodus 30:18-19)
Het stond dus precies op de route.
Je kon het niet overslaan.
Dat vertelt ons iets belangrijks over het christelijke leven.
Vergeving is niet het eindpunt.
God zegt niet: je schuld is weg, ga nu maar verder zoals je altijd leefde.
Hij wil ook reinigen.
Eerst vergeven, daarna gereinigd
Soms draaien mensen die volgorde om.
Ze denken: eerst moet ik mijn leven op orde brengen.
Eerst moet ik stoppen met slechte gewoonten.
Eerst moet ik beter worden.
En dan durf ik naar God toe.
Maar het heiligdom laat iets anders zien.
Eerst het altaar.
Eerst Christus.
Eerst genade.
Daarna het wasvat.
Dat betekent: je wordt niet gereinigd om gered te worden, maar omdat God je redt, begint Hij je te reinigen.
Dat verschil is enorm.
Want anders zou redding uiteindelijk toch weer afhangen van hoe goed wij onszelf kunnen veranderen.
Maar zelfs onze verandering is een werk van God.
Paulus schrijft: “God is het die in jullie werkt. Hij zorgt ervoor dat jullie willen én doen wat Hij graag wil.” (Filippenzen 2:13)
Water als beeld van reiniging
Water wordt in de Bijbel vaak verbonden met reiniging.
David bad: “Was mij helemaal schoon van mijn schuld. Maak mij schoon van mijn zonde.” (Psalm 51:4)
En later zegt God door Ezechiël: “Ik zal schoon water over jullie heen sprenkelen en jullie zullen schoon worden.” (Ezechiël 36:25)
Maar het gaat niet alleen om uiterlijke reinheid.
God wil iets diepers doen.
Hij vervolgt: “Ik zal jullie een nieuw hart geven en een nieuwe geest in jullie leggen.” (Ezechiël 36:26)
Daar komen water en vernieuwing bij elkaar.
Niet alleen schoon aan de buitenkant.
Nieuw vanbinnen.
Jezus spreekt over opnieuw geboren worden
Nikodemus was een godsdienstig man.
Hij kende de Schrift.
Hij leefde serieus.
Hij hoorde bij de farizeeën.
Je zou kunnen denken dat Jezus hem vooral wat extra kennis moest geven.
Maar Jezus zegt iets veel radicalers: “Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij Gods Koninkrijk niet zien.” (Johannes 3:3)
Nikodemus begrijpt het eerst letterlijk.
Hoe kan een volwassen mens opnieuw geboren worden?
Dan legt Jezus uit: “Als iemand niet opnieuw geboren wordt uit water en Geest, kan hij Gods Koninkrijk niet binnengaan.” (Johannes 3:5)
Jezus zegt dus niet alleen dat wij vergeving nodig hebben.
We hebben nieuw leven nodig.
Waarom is opnieuw geboren worden nodig?
Omdat het probleem van de mens dieper zit dan verkeerde daden.
Als zonde alleen bestond uit losse fouten, dan zou je misschien kunnen zeggen: ik stop ermee en dan is het opgelost.
Maar Jezus laat zien dat het hart vernieuwd moet worden.
Wij hebben van nature niet vanzelf het verlangen om volledig met God te leven.
Daarom hebben we de Heilige Geest nodig.
Paulus schrijft: “Als iemand bij Christus hoort, is hij een nieuwe schepping. Het oude is voorbij. Er is iets nieuws gekomen.” (2 Korintiërs 5:17)
Dat is wedergeboorte.
God maakt niet alleen een betere versie van je oude leven.
Hij begint iets nieuws.
Het water wast de schuld niet weg
Hier moeten we wel nauwkeurig zijn.
Het water van het wasvat kon geen zonde vergeven.
Dat gebeurde niet door wassen.
Het wasvat stond ná het altaar.
Verzoening kwam door bloed.
Reiniging werd daarna zichtbaar gemaakt door water.
Ook onze doop redt ons niet omdat water op zichzelf een magische kracht heeft.
We worden gered door Christus.
De doop beeldt uit wat God in ons leven doet.
Daarom moeten we het wasvat niet losmaken van het altaar.
Zonder het offer van Jezus heeft het water geen betekenis.
Het wasvat en de doop
Het verband met de doop is heel duidelijk.
Bij de doop wordt iemand ondergedompeld in water en komt daarna weer omhoog.
Dat is een beeld van sterven en opnieuw leven.
Paulus schrijft: “Door de doop zijn we met Hem begraven in zijn dood. En zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, zo mogen wij ook een nieuw leven leiden.” (Romeinen 6:4)
De doop kijkt dus twee kanten op.
Terug naar het oude leven dat sterft.
En vooruit naar een nieuw leven met Christus.
Dat past prachtig bij de plaats van het wasvat.
Je hebt het altaar achter je.
En het heilige ligt voor je.
De doop is geen eindpunt
Soms wordt de doop gezien alsof je daarmee bent aangekomen.
Je hebt je keuze gemaakt.
Je bent gedoopt.
Klaar.
Maar in het heiligdom staat het wasvat midden op de weg.
Er komt nog veel meer.
Na het water volgt het heilige.
Daar wachten licht, brood en gebed.
De doop is daarom niet de finish.
Het is het begin van een leven met God.
Waarom handen en voeten?
De priesters moesten hun handen en voeten wassen.
Dat is interessant.
Handen hebben te maken met wat je doet.
Voeten met waar je gaat.
De Bijbel geeft niet expliciet een aparte symbolische uitleg voor handen en voeten bij het wasvat, dus we moeten daar niet te stellig in zijn.
Maar geestelijk is het wel een treffend beeld.
God wil niet alleen onze gedachten veranderen.
Hij wil ook invloed hebben op onze keuzes.
Op wat we doen.
Op waar we naartoe gaan.
Op hoe we leven.
Paulus schrijft: “Geef jezelf helemaal aan God. Laat je lichaam een levend offer voor Hem zijn.” (Romeinen 12:1)
Echte vernieuwing wordt zichtbaar in het dagelijks leven.
Reiniging is geen eenmalige gebeurtenis
De priesters wasten zich niet één keer in hun leven.
Ze moesten zich steeds opnieuw wassen wanneer zij hun dienst verrichtten.
Ook dat leert ons iets.
Wie opnieuw geboren is, wordt niet ineens een mens die nooit meer struikelt.
Het christelijke leven is een groeiproces.
Johannes schrijft aan gelovigen: “Als we onze zonden aan God vertellen, zal Hij doen wat Hij heeft beloofd. Hij zal onze zonden vergeven en ons reinigen van alles wat verkeerd is.” (1 Johannes 1:9)
Let op dat woord: reinigen.
Wij blijven Jezus nodig hebben.
Niet alleen op de dag waarop we tot geloof komen.
Elke dag.
Rechtvaardiging en heiliging
Hier komen twee belangrijke Bijbelse begrippen bij elkaar.
Bij het altaar zien we vooral rechtvaardiging.
God vergeeft onze schuld en rekent ons de gerechtigheid van Christus toe.
Bij het wasvat zien we vooral heiliging.
God begint ons karakter en leven te vernieuwen.
Die twee mogen we nooit verwarren.
We worden niet gered omdat we voldoende geheiligd zijn.
Onze redding rust op Christus.
Maar iemand die door Christus wordt gered, blijft ook niet vrijwillig vasthouden aan een leven dat tegen God ingaat.
Genade vergeeft.
En dezelfde genade verandert.
Heiliging is niet jezelf redden
Sommige christenen worden onzeker zodra het over gehoorzaamheid of heiliging gaat.
Ze denken dat iedere nadruk op verandering automatisch betekent dat we onszelf door goede werken proberen te redden.
Maar dat hoeft helemaal niet.
Het draait om de vraag wie het werk doet.
Jezus zegt: “Blijf in Mij en Ik blijf in jullie. Een tak kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Hij moet aan de wijnstok blijven.” (Johannes 15:4)
Een tak probeert niet uit alle macht druiven te maken.
Hij blijft verbonden met de wijnstok.
Dan ontstaat vrucht.
Zo werkt heiliging.
Niet door harder te proberen zonder Christus.
Maar door dichter bij Christus te leven.
God wil je niet alleen anders laten gedragen
Het gevaar van religie is dat we vooral de buitenkant veranderen.
Nettere woorden.
Beter gedrag.
Regels volgen.
Minder zichtbaar verkeerde dingen doen.
Maar God wil dieper gaan.
David bidt: “God, maak mijn hart schoon. Maak mijn geest nieuw en trouw.” (Psalm 51:12)
God wil onze verlangens veranderen.
Niet alleen: ik mag dit niet doen.
Maar steeds meer: ik wil dit niet meer, omdat ik God liefheb.
Niet alleen: ik moet gehoorzamen.
Maar: ik wil leven op een manier die past bij Degene die mij heeft gered.
Dat is veel dieper dan gedragsverandering.
De Heilige Geest doet het reinigende werk
Jezus verbond water met de Geest.
Dat is essentieel.
We kunnen ons eigen hart niet vernieuwen.
De Heilige Geest overtuigt ons van zonde.
Hij wijst ons op Christus.
Hij verandert onze verlangens.
Hij brengt vrucht voort.
Paulus schrijft over “liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.” (Galaten 5:22-23)
Let op hoe Paulus dit noemt.
Niet de vrucht van menselijke wilskracht.
Maar de vrucht van de Geest.
God doet een werk in ons dat wij niet uit onszelf kunnen doen.
Jezus wast de voeten van Zijn leerlingen
Vlak voor Zijn dood doet Jezus iets bijzonders.
Hij knielt neer en wast de voeten van Zijn leerlingen.
Petrus wil dat eerst niet toelaten.
Dan zegt Jezus: “Als Ik je voeten niet mag wassen, hoor je niet bij Mij.” (Johannes 13:8)
Petrus reageert meteen dat Jezus dan ook zijn handen en hoofd moet wassen.
Maar Jezus zegt: “Wie zich helemaal gewassen heeft, hoeft alleen zijn voeten nog te wassen. Hij is helemaal schoon.” (Johannes 13:10)
Daar zit een prachtig principe in.
Wie tot Christus behoort, is gereinigd.
Maar doordat we door deze zondige wereld lopen, blijven we Zijn dagelijkse reiniging nodig hebben.
Wassen betekent ook toelaten
Petrus moest Jezus zijn voeten laten wassen.
Dat klinkt eenvoudig.
Maar geestelijk is dat soms moeilijk.
Wij willen onszelf graag herstellen.
We willen onze fouten zelf goedmaken.
We schamen ons misschien om steeds opnieuw met dezelfde zwakte naar God te gaan.
Maar Jezus zegt in feite: laat Mij je wassen.
Dat vraagt nederigheid.
Erkennen dat wij onszelf niet schoon kunnen maken.
Schaamte wil dat je bij het wasvat wegblijft
Na een zonde gebeurt er vaak iets merkwaardigs.
Juist op het moment dat we God het meest nodig hebben, krijgen we de neiging om Hem te vermijden.
We bidden minder.
We lezen minder in de Bijbel.
We voelen ons onwaardig.
Dat is precies wat Adam en Eva deden.
Ze verborgen zich.
Maar God roept ons niet om ons te verbergen.
Hij nodigt ons uit om te komen.
Het wasvat staat er omdat God weet dat we reiniging nodig hebben.
Niet omdat Hij verrast is wanneer wij vies worden.
God wast zonder de zonde goed te praten
Genade betekent ook hier niet dat zonde onbelangrijk is.
God reinigt juist omdat Hij ons te lief heeft om ons in de zonde te laten.
Stel dat een kind in de modder is gevallen.
Een liefhebbende ouder zegt niet: ach, vuil bestaat niet.
Maar hij zegt ook niet: je bent vies, blijf bij me weg.
Hij wast het kind.
Zo is Gods genade.
Hij noemt zonde zonde.
Maar Hij zegt tegen de zondaar: kom, Ik wil je schoonmaken.
Het Woord reinigt ook
De Bijbel gebruikt water bovendien als beeld voor de reinigende werking van Gods Woord.
Paulus schrijft over Christus en de gemeente dat Hij haar reinigt “door haar met het water van het Woord te wassen.” (Efeziërs 5:26)
Gods Woord laat zien wat er in ons leven niet klopt.
Maar het doet meer.
Het verandert ons denken.
Het vult onze gedachten met waarheid.
Jezus bad voor Zijn leerlingen: “Maak hen heilig door de waarheid. Uw woord is de waarheid.” (Johannes 17:17)
Daarom is Bijbellezen geen religieuze verplichting die punten oplevert.
Het is een van de manieren waarop God ons vormt.
Van water naar licht
En kijk nu waar het wasvat staat.
Achter ons ligt het altaar.
Voor ons bevindt zich het heilige.
Daar brandt de kandelaar.
Daar ligt het brood.
Daar stijgt het reukwerk op.
Het water bereidt de priester voor om naar binnen te gaan.
Dat vertelt ons dat God ons niet reinigt om ons vervolgens alleen te laten.
Hij reinigt ons voor gemeenschap met Hem.
Reiniging heeft een doel.
Dichter bij God leven.
Het christelijke leven is meer dan vergeven worden
Soms wordt het evangelie gereduceerd tot één boodschap: Jezus vergeeft je zonden zodat je later naar de hemel kunt.
Dat is waar, maar het is niet compleet.
Jezus redt ons niet alleen van iets.
Hij redt ons ook tot iets.
Van schuld naar vrijheid.
Van slavernij naar gehoorzaamheid.
Van duisternis naar licht.
Van een oud leven naar een nieuw leven.
Van afstand naar gemeenschap met God.
Paulus schrijft: “We zijn Gods werk. Hij heeft ons in Christus Jezus gemaakt om goede dingen te doen.” (Efeziërs 2:10)
Goede werken zijn dus niet de oorzaak van onze redding.
Ze zijn een gevolg ervan.
Wat als de verandering langzaam gaat?
Misschien lees je dit en denk je: maar ik ben nog lang niet waar ik zou moeten zijn.
Ik struikel nog.
Ik zie nog verkeerde dingen in mezelf.
Ik maak soms dezelfde fout opnieuw.
Dan is het wasvat juist goed nieuws.
God heeft nooit gezegd dat geestelijke groei altijd snel verloopt.
Wat Hij vraagt, is dat we bij Hem blijven.
Paulus schrijft: “God is in jullie met een goed werk begonnen. En ik weet zeker dat Hij daarmee doorgaat tot het helemaal af is op de dag dat Jezus Christus terugkomt.” (Filippenzen 1:6)
God is nog niet klaar.
Dat betekent niet dat we zonde moeten accepteren.
Maar het betekent wel dat we niet hoeven te wanhopen wanneer we ontdekken hoeveel Hij nog moet veranderen.
Reinheid is uiteindelijk een geschenk
Openbaring laat mensen zien die uiteindelijk voor Gods troon staan.
Over hen wordt gezegd: “Ze hebben hun kleren gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam.” (Openbaring 7:14)
Wat een bijzondere combinatie.
Gewassen in bloed.
Het altaar en het wasvat komen als het ware bij elkaar.
Verzoening en reiniging.
Beide komen van Christus.
Wij staan uiteindelijk niet voor Gods troon omdat we onszelf zo goed hebben schoongemaakt.
We staan daar omdat het Lam ons heeft gered en gereinigd.
Een nieuw hart voor een nieuw leven
Het doel van het wasvat is dus veel groter dan alleen uiterlijk schoon zijn.
God wil het hart.
Hij belooft: “Ik zal jullie een nieuw hart geven en een nieuwe geest in jullie leggen.” (Ezechiël 36:26)
En daarna zegt Hij: “Ik zal mijn Geest in jullie geven. Ik zal ervoor zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven.” (Ezechiël 36:27)
Zie je de volgorde?
God geeft een nieuw hart.
God geeft Zijn Geest.
En daardoor ontstaat een nieuw leven.
Gehoorzaamheid is dus uiteindelijk geen middel om Gods liefde te verdienen.
Het is het gevolg van een hart dat God vernieuwt.
Het wasvat vertelt opnieuw dat God liefde is
Ook hier leren we iets over Gods karakter.
God zegt niet alleen: Ik vergeef wat je hebt gedaan.
Hij zegt ook: Ik wil herstellen wat de zonde in jou heeft beschadigd.
Hij wil ons niet eeuwig laten worstelen met dezelfde gebrokenheid.
Zijn doel is volledig herstel.
Dat is liefde.
Een God die alleen onze straf zou wegnemen maar ons verder in onze slavernij aan zonde zou laten zitten, zou ons maar half redden.
Jezus wil volledig redden.
Blijf niet bij het altaar staan
Het altaar is onmisbaar.
Zonder het kruis is er niets.
Maar God nodigt ons verder.
Kom naar het water.
Laat je reinigen.
Laat oude dingen achter.
Ontvang een nieuw hart.
Ontvang Zijn Geest.
En ga daarna met Hem het heilige binnen.
Want achter het wasvat wacht een leven van licht, brood en gebed.
Het verlossingsplan wordt steeds rijker.
Jezus wil ons niet alleen redden van de dood.
Hij wil Zijn eigen leven in ons laten groeien.
Om over na te denken
- Waarom is het belangrijk dat het wasvat ná het brandofferaltaar stond?
- Heb jij weleens gedacht dat je jezelf eerst moest veranderen voordat God je kon aannemen?
- Wat betekent opnieuw geboren worden volgens jou?
- Wat is het verschil tussen vergeving en reiniging?
- Waarom denk je dat God niet alleen ons gedrag, maar ook ons hart wil veranderen?
- Is er iets in jouw leven waarvan je merkt dat God je nog wil reinigen?
- Geeft Filippenzen 1:6 je rust wanneer geestelijke groei langzamer gaat dan je zou willen?
Gebed
Vader in de hemel, dank U dat U mij niet alleen wilt vergeven, maar ook wilt vernieuwen.
Dank U dat ik mijzelf niet eerst schoon hoef te maken voordat ik bij U mag komen.
Dank U voor Jezus, door Wie mijn schuld vergeven is.
Dank U voor Uw Geest, die mijn hart wil veranderen.
Was weg wat niet bij U past.
Geef mij een nieuw hart en nieuwe verlangens.
Help mij niet op mijn eigen kracht te vertrouwen, maar verbonden te blijven met Jezus.
En ga door met Uw werk in mij totdat Uw karakter steeds duidelijker in mijn leven zichtbaar wordt.
Amen.
ONTHOUD DIT: Het wasvat stond na het altaar en vóór het heilige. Die volgorde vertelt het evangelie: eerst vergeeft God ons door het offer van Christus, daarna begint Hij ons te reinigen en te vernieuwen. Wij worden niet veranderd om gered te worden. Omdat Christus ons redt, geeft Hij ons door Zijn Geest een nieuw hart en een nieuw leven.
Volgende deel: Deel 9 – De priester: iemand staat tussen jou en God
