Het pad naar Gods troon – deel 7

Deel 7 – Het Lam van God

Sleuteltekst

“Kijk, daar is het Lam van God! Hij neemt de zonde van de wereld weg!” (Johannes 1:29)

In het vorige deel stonden we bij het brandofferaltaar.

We zagen het vuur.

Het bloed.

Het offer.

We zagen hoe een onschuldig dier stierf in de plaats van een schuldige mens.

Maar nu komt de vraag die alles verandert: naar Wie wees dat offer werkelijk?

Het antwoord klinkt bij de Jordaan uit de mond van Johannes de Doper.

Hij ziet Jezus aankomen en zegt: “Kijk, daar is het Lam van God! Hij neemt de zonde van de wereld weg!” (Johannes 1:29)

Daar is het Lam.

Niet een symbool.

Niet een schaduw.

Niet een dier dat slechts vooruitwijst.

De werkelijkheid staat voor Johannes.

Jezus Christus.

Waarom noemt Johannes Jezus een Lam?

Johannes had ook iets anders kunnen zeggen.

Hij had kunnen zeggen: daar is de Messias.

Daar is de Koning.

Daar is de Zoon van God.

Daar is de Verlosser.

Maar hij zegt: het Lam van God.

Waarom?

Omdat iedereen die de Bijbelse offerdienst kende onmiddellijk begreep wat een lam betekende.

Een lam betekende offer.

Een lam betekende plaatsvervanging.

Een lam betekende bloed.

Een lam betekende dat een onschuldige stierf zodat een ander kon leven.

Met één korte zin verbindt Johannes Jezus aan eeuwen van offerdienst.

Abels offer.

Het paaslam.

De dagelijkse offers.

De zondoffers.

De tempeldienst.

Alles wijst naar Hem.

Het Lam was al aangekondigd in Eden

We zagen eerder dat het verlossingsplan al zichtbaar werd vlak na de zondeval.

God beloofde dat er een Nakomeling van de vrouw zou komen die de slang uiteindelijk zou verslaan.

“Hij zal jouw kop vermorzelen en jij zult Hem in de hiel bijten.” (Genesis 3:15)

De Messias zou gewond worden.

Maar Hij zou overwinnen.

Dat is precies wat aan het kruis gebeurde.

Jezus werd verwond.

Hij stierf.

Maar Zijn dood betekende niet de overwinning van Satan.

Het betekende juist de beslissende nederlaag van de macht van de zonde.

Het Lam bij Abraham

Eeuwen later loopt Abraham met Izak de berg op.

Izak merkt dat er iets ontbreekt.

“We hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het offer?” (Genesis 22:7)

Abraham antwoordt: “God zal Zelf voor een lam voor het offer zorgen, mijn zoon.” (Genesis 22:8)

Die zin wordt bijna profetisch.

God zal Zelf voorzien.

Niet de mens.

God.

En uiteindelijk gebeurt dat.

Niet alleen met de ram die in de plaats van Izak sterft.

Maar eeuwen later met Jezus.

God voorziet Zelf in het Lam.

Het paaslam in Egypte

Dan komen we bij Egypte.

Israël staat op het punt te worden bevrijd.

Elk gezin moet een lam nemen.

Het dier moet zonder gebrek zijn.

Het moet worden gedood.

Het bloed moet aan de deurposten worden gestreken.

God zegt: “Als Ik het bloed zie, zal Ik jullie huizen voorbijgaan.” (Exodus 12:13)

Wie onder het bloed schuilt, leeft.

Wie dat niet doet, sterft.

Later schrijft Paulus: “Christus, ons Paaslam, is voor ons geofferd.” (1 Korintiërs 5:7)

Het paaslam wees dus rechtstreeks naar Jezus.

Ook daar zien we plaatsvervanging.

Ook daar zien we bevrijding.

Ook daar zien we bloed als teken van leven.

Zonder gebrek

De offerdieren moesten zonder gebrek zijn.

Dat was geen willekeurige eis.

Het wees vooruit naar de volkomen zondeloosheid van Christus.

Petrus schrijft over Jezus: “Jullie zijn vrijgekocht met het kostbare bloed van Christus. Hij was als een volmaakt en onschuldig lam.” (1 Petrus 1:19)

Jezus was niet één van ons in de zin dat Hij Zelf schuldig was.

Hij werd werkelijk mens.

Hij kende vermoeidheid.

Hongerlijden.

Verdriet.

Verzoeking.

Afwijzing.

Lichamelijke pijn.

Maar Hij zondigde niet.

“Wij hebben namelijk een Hogepriester die in alles op dezelfde manier als wij is verzocht. Maar Hij heeft nooit gezondigd.” (Hebreeën 4:15)

Juist daarom kon Hij onze plaats innemen.

Een schuldige kan niet de schuld van een andere schuldige dragen.

Wij hadden een zondeloze Plaatsvervanger nodig.

Waarom moest Jezus werkelijk mens worden?

Hier raken we een heel belangrijk onderdeel van het verlossingsplan.

Jezus moest werkelijk mens worden.

Niet alleen lijken op een mens.

Niet tijdelijk een menselijk lichaam gebruiken.

Hij nam werkelijk onze menselijke natuur aan.

Johannes schrijft: “Het Woord werd een mens en woonde bij ons.” (Johannes 1:14)

Waarom was dat nodig?

Omdat de mens had gezondigd.

De mens stond schuldig.

De mens moest sterven.

Daarom kwam Christus als mens.

Hebreeën zegt: “Omdat de mensen van vlees en bloed zijn, is Jezus dat ook geworden.” (Hebreeën 2:14)

Hij kwam zo dicht bij ons dat Hij deel werd van onze menselijke werkelijkheid.

Hij werd geboren als baby.

Hij groeide op.

Hij kende pijn.

Hij kende tranen.

Hij kende verleiding.

Hij kende de dood.

God redde ons niet op afstand.

Hij kwam onze wereld binnen.

En toch bleef Hij Gods Zoon

Jezus was werkelijk mens.

Maar Hij was meer dan een gewone mens.

Hij was de Zoon van God.

Daarom heeft Zijn offer een betekenis die geen enkel ander menselijk offer ooit zou kunnen hebben.

Een gewone mens kan hoogstens zijn eigen leven geven.

Maar Christus kon als de zondeloze Zoon van God de zonde van de wereld dragen.

Daarom zegt Johannes niet: kijk, daar is een bijzonder mens.

Hij zegt: “Daar is het Lam van God.”

Zijn offer komt van God.

Zijn waarde is onmetelijk.

De liefde van God wordt mens

Soms denken mensen bij de menswording vooral aan een leerstelling.

Jezus is God en mens.

Dat is waar.

Maar er zit ook iets heel persoonlijks in.

God koos ervoor om niet op veilige afstand te blijven.

Hij kwam onze wereld binnen.

Niet in een paleis.

Niet als machtige koning.

Maar als kwetsbaar kind.

Jezus werd geboren in eenvoudige omstandigheden.

Hij groeide op tussen gewone mensen.

Hij kende armoede.

Hij kende afwijzing.

Hij wist wat verdriet was.

Dat betekent dat Gods liefde niet alleen een idee is.

Gods liefde kreeg een gezicht in Jezus.

Het Lam werd niet gedwongen

Een offerdier kon niet kiezen.

Het werd gebracht.

Maar Jezus was anders.

Hij wist waarom Hij gekomen was.

Hij koos bewust.

Jezus zegt: “Niemand neemt mijn leven van Mij af. Ik geef het Zelf.” (Johannes 10:18)

Dat maakt Zijn offer nog indrukwekkender.

Hij wist wat Hem te wachten stond.

Hij wist van de geseling.

Hij wist van het kruis.

Hij wist van de afwijzing.

Hij wist van de verschrikkelijke last van de zonde.

En toch ging Hij door.

Niet omdat Hij geen angst kende.

In Getsemane zien we juist hoe zwaar het Hem viel.

Maar Zijn liefde was groter dan de angst.

Getsemané: het Lam kiest de weg naar het altaar

Vlak voor Zijn arrestatie gaat Jezus naar Getsemane.

Daar bidt Hij: “Vader, als U wilt, neem deze beker dan van Mij weg. Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.” (Lukas 22:42)

Jezus ziet wat er voor Hem ligt.

Hij weet wat de beker betekent.

Toch kiest Hij ervoor om door te gaan.

Dat laat zien dat Golgotha geen ongeluk was.

Geen plan dat uit de hand liep.

Geen tragisch einde van een goede leraar.

Jezus ging bewust naar het kruis.

Het Lam koos het offer.

Waarom kon een engel ons niet redden?

Misschien kun je je afvragen waarom God niet een machtige engel stuurde.

Waarom moest Jezus Zelf komen?

Omdat redding meer vroeg dan alleen kracht.

Er moest werkelijk verzoening plaatsvinden.

De schuld moest worden gedragen.

En alleen God kon de mens werkelijk redden.

Tegelijk moest Degene die onze plaats innam ons werkelijk vertegenwoordigen.

Daarom is Jezus uniek.

Werkelijk God.

Werkelijk mens.

De brug tussen hemel en aarde.

De zonde van de wereld

Johannes zegt niet alleen dat Jezus het Lam van God is.

Hij zegt ook: “Hij neemt de zonde van de wereld weg.” (Johannes 1:29)

Let op dat woord.

De wereld.

Niet alleen Israël.

Niet alleen gelovige mensen.

Niet alleen nette mensen.

Niet alleen mensen met een christelijke achtergrond.

Jezus kwam voor de hele mensheid.

Paulus schrijft: “God wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.” (1 Timotheüs 2:4)

Dat betekent niet dat iedereen automatisch gered wordt.

Een geschenk moet worden aangenomen.

Maar het aanbod van redding is universeel.

Het Lam is gegeven voor de wereld.

Het Lam droeg onze zonden

Jesaja beschreef eeuwen vóór Jezus wat de Messias zou doen.

“Hij werd mishandeld vanwege onze ongehoorzaamheid aan God. Hij werd geslagen omdat wij slechte dingen hadden gedaan.” (Jesaja 53:5)

En even later: “De Heer legde de schuld van ons allemaal op Hem.” (Jesaja 53:6)

Dat is het hart van plaatsvervanging.

Niet Zijn zonde.

Onze zonde.

Niet Zijn schuld.

Onze schuld.

Niet Zijn straf.

Onze straf.

Hij ging staan waar wij moesten staan.

Jezus en Barabbas

Misschien is er geen duidelijker beeld van plaatsvervanging dan het verhaal van Barabbas.

Barabbas was schuldig.

Hij zat gevangen.

Hij verwachtte waarschijnlijk de dood.

Jezus was onschuldig.

Toch vraagt de menigte dat Barabbas wordt vrijgelaten en Jezus wordt gekruisigd.

De schuldige gaat vrij.

De Onschuldige wordt veroordeeld.

Barabbas kan de gevangenis uitlopen omdat Jezus naar het kruis gaat.

Dat is bijna een levende gelijkenis van het evangelie.

Wij zijn Barabbas.

Wij zijn schuldig.

Christus neemt onze plaats in.

Aan het kruis bleef Hij liefde tonen

Zelfs tijdens Zijn kruisiging bleef Jezus het karakter van God laten zien.

Hij bad voor de mensen die Hem aan het kruis hadden geslagen: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” (Lukas 23:34)

Denk daar eens over na.

Zijn handen zijn doorboord.

Hij wordt bespot.

Hij heeft enorme pijn.

En Hij bidt voor Zijn vijanden.

Dat is het Lam van God.

Geen geweld.

Geen wraak.

Liefde.

Zelfs aan het kruis.

“Het is volbracht”

Dan komt het moment waarop Jezus sterft.

Vlak daarvoor zegt Hij: “Het is volbracht!” (Johannes 19:30)

Dat betekent niet dat ieder onderdeel van Gods verlossingsplan op dat moment al volledig was afgerond.

Zoals we later zullen zien, ging Jezus na Zijn opstanding naar de hemel om daar Zijn werk als onze Hogepriester voort te zetten.

Maar het offer zelf was voltooid.

Er hoefde nooit meer een ander Lam te sterven.

De prijs van het offer was betaald.

Het werkelijke Offer was gebracht.

Daarom stopte de betekenis van de dierlijke offerdienst.

De schaduw had zijn werkelijkheid gevonden.

Het voorhangsel scheurde

Op het moment van Jezus’ dood gebeurde er iets bijzonders in de tempel.

“Op dat moment scheurde het gordijn in de tempel van boven naar beneden in tweeën.” (Mattheüs 27:51)

Dat was geen klein detail.

Het voorhangsel dat scheiding aangaf, werd geopend.

Door het offer van Christus was er een nieuwe werkelijkheid ontstaan.

Hebreeën zegt: “Jezus heeft voor ons een nieuwe, levende weg geopend door het gordijn heen.” (Hebreeën 10:20)

Het Lam opent de weg naar de troon.

Maar het verhaal van het Lam eindigt niet bij het kruis

Dit is heel belangrijk.

Wanneer wij aan een lam denken, denken we meestal aan zwakte en offer.

Maar in Openbaring zien we iets verrassends.

Jezus blijft het Lam genoemd worden.

Zelfs nadat Hij is opgestaan.

Zelfs wanneer Hij in de hemel is.

Zelfs in de eindtijd.

Johannes schrijft: “Toen zag ik midden bij de troon een Lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was.” (Openbaring 5:6)

Het Lam staat.

Hij leeft.

Hij draagt nog steeds de tekenen van Zijn offer.

De gekruisigde is ook de Overwinnaar.

Het Lam op de troon

En nog opmerkelijker.

Openbaring verbindt het Lam met Gods troon.

“De troon van God en van het Lam zal daar staan.” (Openbaring 22:3)

Dat is een geweldig beeld.

Het Lam dat werd geofferd, regeert.

Degene die Zijn leven gaf, zit op de troon.

De liefde die zich aan het kruis volledig gaf, blijkt uiteindelijk de macht te zijn waarop Gods eeuwige koninkrijk rust.

Gods regering is dus niet gebaseerd op dwang.

Niet op angst.

Maar op heilige, rechtvaardige liefde.

De Leeuw is een Lam

Openbaring 5 bevat een bijzonder moment.

Johannes hoort over “de Leeuw uit de stam van Juda”.

Je verwacht een machtige, overweldigende figuur.

Maar wanneer Johannes kijkt, ziet hij een Lam.

Dat vertelt ons iets heel diepzinnigs over Jezus.

Hij overwint anders dan aardse machten.

Niet door anderen te vernietigen om Zelf te leven.

Maar door Zijn eigen leven te geven zodat anderen kunnen leven.

Dat is Gods manier van overwinnen.

Het Lam onthult wie God is

Dit brengt ons bij iets wat gemakkelijk wordt gemist.

Jezus kwam niet alleen om ons te redden van de dood.

Hij kwam ook om ons te laten zien wie God werkelijk is.

Jezus zei: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.” (Johannes 14:9)

Dus wanneer we naar Jezus kijken, zien we Gods karakter.

Wanneer Jezus zieken geneest, zien we God.

Wanneer Hij mensen vergeeft, zien we God.

Wanneer Hij kinderen omarmt, zien we God.

Wanneer Hij huilt bij het graf van Lazarus, zien we God.

Wanneer Hij Zijn vijanden vergeeft terwijl Hij aan het kruis hangt, zien we God.

En wanneer Hij Zijn leven geeft, zien we uiteindelijk hoe ver Gods liefde gaat.

God vroeg Abraham niet te doen wat Hij Zelf niet zou doen

Denk nog één keer aan Abraham.

Hij loopt met Izak de berg op.

Maar uiteindelijk stopt God hem.

Izak hoeft niet te sterven.

Eeuwen later gaat een andere Vader als het ware dezelfde weg.

Maar nu komt er geen vervangend dier.

Want de Zoon is het Lam.

God vroeg Abraham uiteindelijk niet om zijn zoon te geven.

Maar God gaf Zijn eigen Zoon.

Dat maakt Johannes 3:16 nog indrukwekkender: “Want God hield zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen gaf.” (Johannes 3:16)

“Voor mij”

Er bestaat een gevaar wanneer we over grote Bijbelse waarheden praten.

Ze kunnen algemeen blijven.

Jezus stierf voor de wereld.

Jezus droeg de zonde van de mensheid.

Jezus is het Lam van God.

Allemaal waar.

Maar Paulus maakt het persoonlijk: “De Zoon van God hield van mij en heeft Zichzelf voor mij gegeven.” (Galaten 2:20)

Probeer die woorden eens langzaam te lezen.

Hij hield van mij.

Hij gaf Zichzelf voor mij.

Niet alleen voor de mensheid.

Niet alleen voor anderen.

Voor jou.

Waarom wij niet meer bang voor God hoeven te zijn

Wanneer je werkelijk begrijpt wie het Lam is, verandert dat ook hoe je naar God kijkt.

Je hoeft God niet over te halen om van je te houden.

Je hoeft Hem niet gunstig te stemmen.

Je hoeft niet bang te zijn dat Jezus vriendelijk is, maar de Vader eigenlijk liever afstand houdt.

De Vader heeft het Lam gegeven.

De Zoon heeft Zichzelf gegeven.

De Heilige Geest brengt ons tot Christus.

Het hele verlossingsplan komt voort uit Gods liefde.

Johannes schrijft: “God is liefde.” (1 Johannes 4:8)

Niet alleen: God heeft liefde.

God is liefde.

Liefde en gerechtigheid horen bij elkaar

Dat betekent niet dat God zonde onbelangrijk vindt.

Juist het Lam laat het tegenovergestelde zien.

Zonde is ernstig.

Zo ernstig dat het leven kost.

Maar Gods liefde is ook werkelijk liefde.

Daarom laat Hij de zondaar niet zonder uitweg.

Bij het kruis komen gerechtigheid en genade samen.

God zegt niet dat kwaad goed is.

Hij draagt Zelf de prijs om de schuldige te kunnen redden.

Dat is waarom het Lam zo centraal staat in het heiligdom.

Van het altaar naar het wasvat

Nu begrijpen we waarom het brandofferaltaar vóór het wasvat stond.

Eerst het Lam.

Eerst verzoening.

Eerst genade.

Daarna reiniging.

We worden niet gered omdat we onszelf eerst schoonmaken.

We worden gered door Christus.

En juist omdat we gered zijn, begint Hij ons te reinigen en te vernieuwen.

Daarom loopt de weg verder.

Achter het altaar staat het koperen wasvat.

Daar zullen we in het volgende deel naartoe gaan.

Maar voordat we verdergaan, kijken we nog één keer naar het Lam.

Geen offerdier kan ons redden.

Geen goed werk kan onze schuld verwijderen.

Geen mens kan zichzelf verlossen.

God heeft Zelf voorzien.

Het Lam is gekomen.

Hij heeft onze plaats ingenomen.

Hij leeft.

En dezelfde Jezus die voor ons stierf, leidt ons nu verder op de weg naar Gods troon.

Om over na te denken

  • Waarom denk je dat Johannes Jezus juist het Lam van God noemt?
  • Wat leert de geschiedenis van Abraham en Izak jou over Gods voorziening in het verlossingsplan?
  • Waarom was het belangrijk dat Jezus werkelijk mens werd?
  • Wat betekent het voor jou dat Jezus vrijwillig Zijn leven gaf?
  • Wat laat het verhaal van Barabbas zien over plaatsvervanging?
  • Hoe verandert het jouw beeld van God wanneer Jezus zegt: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien”?
  • Kun jij persoonlijk zeggen: “De Zoon van God hield van mij en heeft Zichzelf voor mij gegeven”?

Gebed

Vader in de hemel, dank U dat U Zelf in het Lam hebt voorzien.
Dank U dat Jezus werkelijk mens werd en onze wereld binnenkwam.
Dank U dat Hij zonder zonde leefde en vrijwillig onze plaats innam.
Dank U dat Hij niet alleen voor de wereld stierf, maar ook voor mij.
Help mij steeds dieper te begrijpen wat Zijn offer betekent.
Laat mij in Jezus steeds duidelijker zien wie U bent en hoeveel U van mij houdt.
Leer mij niet op mijn eigen prestaties te vertrouwen, maar volledig op het Lam dat U hebt gegeven.
En leid mij verder op de weg naar Uw troon.
Amen.

ONTHOUD DIT: Jezus is het werkelijke Lam waarnaar alle offers wezen. Hij werd werkelijk mens, bleef zonder zonde en nam vrijwillig onze plaats in. Het Lam laat ons niet alleen zien hoe ernstig zonde is, maar vooral wie God is: een God die Zelf de prijs van onze redding draagt omdat Hij ons liefheeft.

Volgende deel: Deel 8 – Het wasvat: gereinigd en opnieuw geboren