
Deel 3 – Gods grote lesboek van verlossing
Sleuteltekst
“Je moet de tabernakel precies zo maken als Ik je op de berg laat zien.” (Exodus 25:9)
In de vorige studie zagen we dat het evangelie niet pas in Bethlehem begon. Vanaf de zondeval wees God vooruit naar Jezus. Het offer van Abel, de ram die in de plaats van Izak stierf en het paaslam in Egypte vertelden allemaal hetzelfde verhaal: er zou een Plaatsvervanger komen die de schuld van de mens zou dragen.
Maar bij de berg Sinaï gebeurt er iets bijzonders.
God brengt al die afzonderlijke beelden samen in één groot, zichtbaar geheel.
Het heiligdom.
Een tent vol symbolen die samen het complete verlossingsplan uitbeelden.
God gaf Israël daarmee als het ware een levensgroot lesboek.
Je kon erdoorheen lopen.
Je kon het vuur zien.
Je kon het bloed zien.
Je kon het water zien.
Je kon het licht van de kandelaar zien.
Je kon het brood zien.
Je kon de geur van het reukwerk ruiken.
En achter het voorhangsel bevond zich de ark van het verbond met daarboven de plaats die Gods aanwezigheid voorstelde.
Alles had betekenis.
En alles leidde uiteindelijk naar één Persoon: Jezus Christus.
Mozes kreeg geen vrijheid om zelf iets te bedenken
Toen Mozes op de berg Sinaï was, gaf God hem zeer nauwkeurige aanwijzingen voor de bouw van het heiligdom.
Welke materialen moesten worden gebruikt.
Hoe groot de verschillende onderdelen moesten zijn.
Welke kleuren de gordijnen moesten hebben.
Waar de voorwerpen moesten staan.
Hoe de priesters gekleed moesten zijn.
Welke offers gebracht moesten worden.
Zelfs de manier waarop bepaalde voorwerpen moesten worden gemaakt, werd beschreven.
God zei tegen Mozes: “Je moet de tabernakel precies zo maken als Ik je op de berg laat zien.” (Exodus 25:9)
Later herhaalt God deze opdracht: “Zorg ervoor dat je alles maakt volgens het voorbeeld dat Ik je op de berg heb laten zien.” (Exodus 25:40)
Waarom moest dat allemaal zo precies?
Omdat Mozes niet zomaar een religieus gebouw aan het ontwerpen was.
Het heiligdom moest iets weergeven.
Een afbeelding van een hemelse werkelijkheid
In het Nieuwe Testament krijgen we een belangrijke sleutel om het aardse heiligdom te begrijpen.
Hebreeën vertelt dat de priesters op aarde dienden in iets wat een afbeelding was van een hemelse werkelijkheid: “Wat zij doen, is maar een afbeelding en een schaduw van de hemelse dingen. Daarom zei God tegen Mozes toen hij de tent ging maken: ‘Let erop dat je alles precies maakt volgens het voorbeeld dat Ik je op de berg heb laten zien.’” (Hebreeën 8:5)
Dat verandert onze kijk op het heiligdom volledig.
De tabernakel in de woestijn was niet het einddoel.
Hij wees naar iets groters.
Hebreeën vertelt vervolgens over Jezus: “Wij hebben zo’n Hogepriester. Hij zit in de hemel aan de rechterkant van de troon van God. Hij dient in het echte heiligdom, in de echte tent die door de Heer is neergezet en niet door mensen.” (Hebreeën 8:1-2)
Er bestaat dus een hemels heiligdom.
Het aardse heiligdom was daarvan een afbeelding.
Dat betekent niet dat we ieder detail van de aardse tabernakel één op één moeten vertalen naar een letterlijk voorwerp in de hemel. De aardse dienst bestond uit symbolen en schaduwen.
Maar de werkelijkheid waarnaar die symbolen wezen, is echt.
En Jezus bevindt Zich in het centrum daarvan.
Waarom gebruikte God beelden?
God had natuurlijk eenvoudig kunnen uitleggen dat er ooit een Messias zou komen die zou sterven, opstaan en daarna als Hogepriester voor de mens zou optreden.
Maar Hij deed meer.
Hij maakte het zichtbaar.
Waarom?
Omdat mensen beelden vaak beter onthouden dan abstracte uitleg.
Denk bijvoorbeeld aan een kind dat je probeert uit te leggen wat vergeving kost. Je kunt er honderd woorden over gebruiken.
Maar laat je een onschuldig lam zien dat sterft in de plaats van iemand die schuldig is, dan wordt ineens zichtbaar dat vergeving niet betekent dat zonde niets kost.
Iemand draagt de gevolgen.
Dat is aangrijpend.
En dat was ook de bedoeling.
De offerdienst moest de mens leren hoe ernstig zonde is.
Maar tegelijkertijd liet iedere offerdienst zien dat God een weg tot redding had geopend.
Het heiligdom liet zowel de ernst van de zonde als de grootte van Gods liefde zien.
Het heiligdom begon met een uitnodiging
Voordat we naar de verschillende voorwerpen kijken, moeten we eerst naar iets eenvoudigs kijken: de ingang.
Er was een weg naar binnen.
Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar geestelijk gezien is het geweldig.
De zondige mens mocht komen.
God zei niet: blijf op afstand.
Hij zei in feite: kom naar Mij toe via de weg die Ik voor je heb geopend.
Later zou Jezus zeggen: “IK BEN de Weg, de Waarheid en het Leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen.” (Johannes 14:6)
Er waren geen tientallen wegen door het heiligdom.
Er was één weg.
En die weg liep steeds verder naar Gods aanwezigheid.
Het eerste wat je zag was een altaar
Wanneer iemand het voorhof binnenging, kwam hij als eerste bij het brandofferaltaar.
Niet bij de gouden kandelaar.
Niet bij het brood.
Niet bij de ark.
Niet bij Gods wet.
Eerst kwam het offer.
Dat is belangrijk.
De weg naar God begint niet bij wat jij voor God kunt doen.
Hij begint bij wat God voor jou heeft gedaan.
Het altaar wijst vooruit naar Golgotha.
Daar stierf Jezus voor onze zonden.
Paulus schrijft: “God heeft laten zien hoeveel Hij van ons houdt. Want toen wij nog zondaars waren, is Christus voor ons gestorven.” (Romeinen 5:8)
We hoefden onszelf niet eerst goed genoeg te maken.
Christus stierf voor ons toen wij nog zondaars waren.
Daar begint de weg naar Gods troon.
Bij genade.
Daarna kwam het water
Achter het brandofferaltaar stond het koperen wasvat.
Daar wasten de priesters hun handen en voeten voordat zij het heiligdom binnengingen.
Opnieuw zien we een beeld.
Eerst het bloed.
Daarna het water.
Vergeving en reiniging.
God wil ons niet alleen van de straf van de zonde redden. Hij wil ons ook bevrijden van de macht die zonde over ons leven heeft.
Johannes schrijft: “Als we onze zonden aan God vertellen, zal Hij doen wat Hij heeft beloofd. Hij zal onze zonden vergeven en ons reinigen van alles wat verkeerd is.” (1 Johannes 1:9)
Het evangelie is dus meer dan: God vergeeft mij.
Het is ook: God verandert mij.
Daarna ging je het heilige binnen
Na het altaar en het wasvat kwam de priester in het eerste gedeelte van het heiligdom.
Daar stonden drie belangrijke voorwerpen.
Links stond de gouden zevenarmige kandelaar.
Rechts stond de tafel met de twaalf toonbroden.
En verder naar achteren, vlak vóór het voorhangsel naar het allerheiligste, stond het gouden reukofferaltaar.
Ook deze voorwerpen wezen vooruit naar Christus.
Jezus zei: “Ik ben het Licht voor de wereld.” (Johannes 8:12)
Hij zei ook: “Ik ben het Brood dat leven geeft.” (Johannes 6:35)
En het reukwerk dat omhoogsteeg, staat in de Bijbel in verband met gebed.
David bad: “Laat mijn gebed voor U zijn als een reukoffer.” (Psalm 141:2)
In Openbaring zien we hetzelfde beeld terug: “De rook van de wierook steeg samen met de gebeden van Gods mensen op naar God.” (Openbaring 8:4)
Licht.
Brood.
Gebed.
Hier zien we het leven van iemand die met God wandelt.
We leven door Gods Woord.
We leven in het licht van Christus.
We leven in gemeenschap met God door gebed.
Maar ook hier staat Jezus centraal.
Want Hij geeft niet alleen het licht.
Hij is het Licht.
Hij geeft niet alleen geestelijk brood.
Hij is het Brood.
En wij staan niet alleen voor God wanneer we bidden.
Jezus treedt voor ons in.
En dan kwam het voorhangsel
Achter in het heilige hing een prachtig voorhangsel.
Daarachter lag het allerheiligste.
In dat gedeelte mocht niet zomaar iemand binnengaan.
Zelfs de priesters mochten daar tijdens hun dagelijkse dienst niet komen.
Alleen de hogepriester mocht daar binnengaan, slechts eenmaal per jaar, op de Grote Verzoendag.
Waarom?
Omdat achter dat voorhangsel iets bijzonders stond.
De ark van het verbond.
De ark: het hart van het heiligdom
De ark was een met goud overtrokken kist.
In de ark werden onder andere de stenen tafelen met de Tien Geboden bewaard.
Maar boven op de ark bevond zich het verzoendeksel, met twee cherubs die hun vleugels daarover uitspreidden.
God zei tegen Mozes: “Daar zal Ik bij je komen. Vanaf het verzoendeksel, tussen de twee cherubs op de kist van het verbond, zal Ik met je spreken.” (Exodus 25:22)
Hier komen we bij het hart van het heiligdom.
De wet bevindt zich in de ark.
Daarboven bevindt zich het verzoendeksel.
En daarboven wordt Gods aanwezigheid zichtbaar gemaakt.
Wet. Genade. Gods aanwezigheid.
Wat een beeld.
God hoeft Zijn wet niet weg te doen om genadig te kunnen zijn.
En Hij hoeft Zijn genade niet op te geven om rechtvaardig te blijven.
Bij Gods troon ontmoeten gerechtigheid en genade elkaar.
David schrijft: “Recht en rechtvaardigheid zijn de basis van uw troon. Liefde en trouw gaan voor U uit.” (Psalm 89:15)
En dat alles wordt uiteindelijk zichtbaar in Jezus.
Kijk naar de vorm die ontstaat
Wanneer we de belangrijkste voorwerpen van het heiligdom bekijken, ontdekken we bovendien een opmerkelijk beeld.
Vanaf de ingang liep een rechte lijn naar Gods aanwezigheid.
Het brandofferaltaar.
Het wasvat.
Het reukofferaltaar.
De ark van het verbond.
En in het heilige stonden links en rechts van die lijn de kandelaar en de tafel met de toonbroden.
Als je die plaatsing schematisch bekijkt, ontstaat er de vorm van een kruis.
We moeten voorzichtig zijn om niet méér betekenis aan een patroon toe te kennen dan de Bijbel zelf expliciet uitlegt. De Bijbel zegt nergens letterlijk: “De meubels werden in de vorm van een kruis geplaatst om naar Golgotha te wijzen.”
Maar het beeld is wel opvallend.
Zeker omdat we inmiddels weten waar het hele offersysteem uiteindelijk naartoe wees.
Naar Christus.
Naar het Lam.
Naar Zijn bloed.
Naar het kruis.
Het centrum van het verlossingsplan is geen gebouw.
Het is Jezus Christus en Zijn offer aan het kruis.
Het heiligdom vertelt een verhaal in de juiste volgorde
En nu wordt iets anders zichtbaar.
De volgorde van het heiligdom is niet willekeurig.
Je begint buiten.
Je bent nog ver verwijderd van het allerheiligste.
Dan kom je bij het offer.
Daarna bij de reiniging.
Vervolgens kom je in een leven van licht, geestelijk voedsel en gebed.
En uiteindelijk leidt de weg naar Gods aanwezigheid.
Je zou het zo kunnen samenvatten:
Altaar: verzoening.
Wasvat: reiniging.
Kandelaar: licht.
Toonbroden: geestelijk voedsel.
Reukofferaltaar: gebed en voorbede.
Ark: Gods troon en aanwezigheid.
Zie je wat God hier doet?
Hij vertelt het evangelie zonder dat er één bladzijde van het Nieuwe Testament geschreven is.
Maar de weg stopt niet bij Golgotha
Dit is een van de belangrijkste dingen die we in deze serie gaan ontdekken.
Veel christenen kennen heel goed het eerste grote onderdeel van het verlossingsplan: Jezus stierf voor onze zonden.
En terecht.
Zonder het kruis is er geen verlossing.
Maar het heiligdom laat zien dat het verlossingsplan niet ophoudt bij het offeraltaar.
De priester nam het bloed mee.
Hij ging het heiligdom binnen.
Daar vond een dienst plaats die te maken had met verzoening en bemiddeling.
En juist daar wordt het boek Hebreeën zo belangrijk.
Jezus stierf.
Jezus stond op.
Jezus ging naar de hemel.
En daar doet Hij iets.
“Christus is niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensen is gemaakt en dat alleen maar een afbeelding is van het echte heiligdom. Hij is de hemel zelf binnengegaan. Daar staat Hij nu voor ons voor God.” (Hebreeën 9:24)
Let vooral op die laatste woorden: voor ons.
Jezus heeft ons na Golgotha niet verlaten.
Hij leeft.
Hij dient.
Hij bemiddelt.
Hij vertegenwoordigt ons bij de Vader.
Het heiligdom helpt ons begrijpen wat Jezus nu doet.
De Bijbel, het kruis en het hemelse heiligdom
God heeft Zijn verlossingsplan op een bijzondere manier aan ons bekendgemaakt.
We kunnen erover lezen in de Bijbel.
We zien het beslissende offer aan het kruis.
En we ontdekken in het hemelse heiligdom hoe Christus Zijn verlossingswerk voor ons voortzet.
Deze drie horen bij elkaar.
Zonder de Bijbel zouden we niet begrijpen wat het kruis betekent.
Zonder het kruis zouden de offers van het heiligdom hun betekenis verliezen.
En zonder het hemelse heiligdom missen we een belangrijk deel van wat de Bijbel vertelt over het werk dat Jezus na Zijn hemelvaart voor ons doet.
Het is één verlossingsplan.
Van begin tot einde.
Niet bedoeld om ons in verwarring te brengen
Sommige mensen haken af zodra ze horen over het heiligdom.
Het lijkt ingewikkeld.
Al die voorwerpen.
Al die offers.
Al die priesters.
Al die voorschriften.
Maar misschien moeten we precies andersom leren kijken.
God gaf het heiligdom niet om het verlossingsplan ingewikkelder te maken.
Hij gaf het juist om het zichtbaar te maken.
Wanneer we eenmaal begrijpen waar de verschillende onderdelen naar verwijzen, beginnen de puzzelstukjes in elkaar te vallen.
Dan wordt Leviticus begrijpelijker.
Hebreeën gaat leven.
Daniël krijgt meer betekenis.
Openbaring opent zich op een nieuwe manier.
En bovenal wordt Jezus groter.
Want ineens ontdek je dat Hij werkelijk overal in Gods verlossingsplan aanwezig is.
Het lesboek wordt werkelijkheid
Eeuwenlang stond het heiligdom in verschillende vormen onder Israël.
Eerst de tabernakel.
Later de tempel.
Priesters kwamen en gingen.
Lammeren werden geboren en geofferd.
Het vuur bleef branden.
Het reukwerk bleef opstijgen.
Jaar na jaar ging de hogepriester op de Grote Verzoendag het allerheiligste binnen.
Het was alsof God steeds opnieuw zei:
Kijk goed.
Onthoud dit.
Er komt Iemand.
En toen kwam Jezus.
Johannes schrijft iets bijzonders over Hem: “Het Woord werd een mens en woonde bij ons.” (Johannes 1:14)
Het Griekse woord dat Johannes hier gebruikt, roept het beeld op van wonen of zijn tent opslaan onder de mensen.
Dat is precies wat God bij het heiligdom wilde.
“Maak voor Mij een heiligdom, zodat Ik bij hen kan wonen.”
En dan komt Jezus.
God komt opnieuw wonen onder de mensen.
Het heiligdom was niet alleen een les over een plan.
Het wees naar een Persoon.
Een lesboek over Gods karakter
En uiteindelijk vertelt het heiligdom ons niet alleen hoe God redt.
Het vertelt ons wie God is.
Bij het altaar zien we Zijn liefde.
Bij het wasvat zien we Zijn verlangen om ons te reinigen.
Bij het brood zien we dat Hij ons wil voeden.
Bij de kandelaar zien we dat Hij ons niet in duisternis wil laten leven.
Bij het reukofferaltaar zien we dat onze gebeden Hem bereiken.
Bij de ark zien we Zijn rechtvaardigheid.
Bij het verzoendeksel zien we Zijn genade.
En bij de hogepriester zien we dat God Zelf heeft voorzien in Iemand die tussen de zondige mens en Zijn heilige aanwezigheid staat.
Het hele heiligdom zegt:
God wil jou niet op afstand houden.
Hij wil jou juist terugbrengen.
Steeds dichterbij.
Van de ingang naar het altaar.
Van het altaar naar het heilige.
Van het heilige naar het allerheiligste.
Tot aan Zijn troon.
Dat is waarom God dit grote lesboek gaf.
Niet om ons bezig te houden met oude rituelen.
Maar om ons het verlossingsplan te laten zien.
En vooral om ons te laten zien hoe ver Zijn liefde bereid was te gaan om ons weer thuis te brengen.
Om over na te denken
- Waarom denk je dat God het verlossingsplan niet alleen in woorden, maar ook in beelden heeft uitgelegd?
- Wat vertelt de volgorde van de voorwerpen in het heiligdom jou over de weg die God met mensen gaat?
- Waarom staat het brandofferaltaar aan het begin van de weg en niet de wet?
- Wat vind je ervan dat het aardse heiligdom volgens Hebreeën een afbeelding en schaduw was van een hemelse werkelijkheid?
- Verandert het iets aan jouw beeld van Jezus wanneer je beseft dat Zijn werk voor ons niet ophield bij het kruis?
- Welk onderdeel van het heiligdom vertelt jou op dit moment het meest over Gods karakter?
Gebed
Vader in de hemel, dank U dat U Uw verlossingsplan voor ons zichtbaar hebt gemaakt.
Dank U voor het heiligdom en voor alles wat U ons daardoor wilt leren.
Dank U vooral voor Jezus, naar Wie al deze beelden wijzen.
Help mij om niet alleen de symbolen te begrijpen, maar om daardoor Jezus beter te leren kennen.
Laat mij zien wat Hij voor mij heeft gedaan en wat Hij nu voor mij doet.
Leer mij Uw liefde, Uw rechtvaardigheid en Uw genade steeds beter begrijpen.
En leid mij stap voor stap dichter naar Uw troon.
Amen.
ONTHOUD DIT: Het aardse heiligdom was Gods zichtbare lesboek van verlossing en een afbeelding van een grotere hemelse werkelijkheid. Van het altaar tot de ark vertelt alles dezelfde boodschap: God heeft in Jezus Zelf de weg geopend waardoor zondige mensen weer tot Hem kunnen komen.
Volgende deel: Deel 4 – Eén weg van buiten naar binnen
