
Deel 2 – Het evangelie bestond al vóór Bethlehem
Sleuteltekst
“Al vóórdat de wereld werd gemaakt, had God besloten dat Christus voor ons zou sterven.” (1 Petrus 1:20)
Veel christenen denken bij het evangelie meteen aan het Nieuwe Testament. Aan Bethlehem, Jezus, het kruis en de opstanding.
Maar het evangelie begon niet in Bethlehem.
Het begon ook niet bij Mozes.
En zelfs niet bij Abraham.
Het verlossingsplan bestond al voordat er één mens op aarde rondliep.
God wist dat de mens kon vallen. Hij wist wat de zonde zou veroorzaken. Hij wist ook wat het Hem zou kosten om de mens te redden.
En toch schiep Hij ons.
Dat betekent dat Golgotha geen noodplan was dat God bedacht nadat Adam en Eva hadden gezondigd.
Het kruis was vanaf het begin onderdeel van Gods plan om de mens te redden.
Het eerste evangelie werd in Eden verkondigd
Na de zondeval veranderde alles.
Adam en Eva hadden God ongehoorzaamd. Voor het eerst kenden zij schuld, schaamte en angst.
Toen God hen riep, verborgen zij zich.
“Toen de man en zijn vrouw de Heer God door de tuin hoorden lopen, verstopten ze zich voor Hem tussen de bomen.” (Genesis 3:8)
Dat is misschien wel een van de verdrietigste beelden uit de Bijbel.
De mens die geschapen was om met God te leven, verbergt zich nu voor Hem.
Maar kijk vervolgens naar wat God doet.
Adam zoekt God niet.
God zoekt Adam.
“De Heer God riep de mens en vroeg: ‘Waar ben je?’” (Genesis 3:9)
Die vraag loopt eigenlijk door de hele Bijbel heen.
Waar ben je?
Niet omdat God niet wist waar Adam zich bevond, maar omdat de mens die van Hem was weggelopen teruggeroepen moest worden.
En midden in het oordeel over de zonde klinkt vervolgens een belofte.
God zegt tegen de slang: “Ik zal ervoor zorgen dat jij en de vrouw vijanden van elkaar zijn. Ook jouw nakomelingen en haar Nakomeling zullen vijanden van elkaar zijn. Hij zal jouw kop vermorzelen en jij zult Hem in de hiel bijten.” (Genesis 3:15)
Hier vinden we de eerste aankondiging van het evangelie.
Er zou Iemand komen.
Een Nakomeling van de vrouw.
De slang zou Hem verwonden, maar uiteindelijk zou Hij de slang vernietigen.
Het kruis ligt hier al verborgen in de eerste hoofdstukken van Genesis.
Jezus zou gewond worden.
Maar door Zijn dood zou Hij uiteindelijk Satan verslaan.
De eerste dood op aarde
Daarna gebeurt er iets opvallends.
Adam en Eva hadden geprobeerd hun naaktheid zelf te bedekken met bladeren.
Maar God gaf hun andere kleding.
“De Heer God maakte kleren van dierenhuiden voor Adam en zijn vrouw. Die trok Hij hun aan.” (Genesis 3:21)
Waar kwamen die huiden vandaan?
Daarvoor moest een dier sterven.
De Bijbel vertelt niet expliciet welk dier dit was, maar Bijbels gezien lijkt het heel aannemelijk dat het een lam is geweest, omdat het lam vanaf het begin een centrale plaats krijgt in de offerdienst en uiteindelijk wijst naar Jezus, het Lam van God.
Maar één ding is duidelijk: de mens had gezondigd en een onschuldig dier stierf, waarna God Zelf de mens bedekte.
Dat beeld keert later voortdurend terug.
De mens kan zijn schuld niet zelf bedekken.
God moet voorzien in de bedekking.
En uiteindelijk doet Hij dat niet met de huid van een dier, maar door Christus.
Kaïn en Abel begrepen iets van het offer
In de volgende generatie zien we dat offers inmiddels onderdeel zijn van de aanbidding van God.
Kaïn bracht iets van de opbrengst van het land.
Abel bracht een dier.
“Abel bracht een paar van de eerstgeboren dieren van zijn kudde. Hij offerde de beste delen daarvan aan de Heer.” (Genesis 4:4)
God nam het offer van Abel aan.
Hebreeën vertelt waarom: “Omdat Abel God geloofde, bracht hij God een beter offer dan Kaïn.” (Hebreeën 11:4)
Het verschil zat dus niet alleen in wat zij brachten.
Het ging om geloof.
Abel vertrouwde op Gods weg.
Dat is belangrijk voor het begrijpen van het heiligdom.
Een offer op zichzelf redde niemand.
Het bloed van een dier kon geen zonde werkelijk wegnemen.
“Want het bloed van stieren en bokken kan de zonden helemaal niet wegnemen.” (Hebreeën 10:4)
Het offer wees vooruit.
Iedere keer wanneer een dier stierf, werd zichtbaar gemaakt wat zonde veroorzaakt: de dood.
En tegelijkertijd wees het offer naar Degene die ooit werkelijk de zonde zou dragen.
Noach bouwde een altaar
Na de zondvloed zette Noach voet op een wereld die totaal veranderd was.
Wat deed hij als eerste?
Hij bouwde een altaar.
“Toen bouwde Noach een altaar voor de Heer.” (Genesis 8:20)
Opnieuw zien we het offer.
Nog voordat er een tabernakel bestond, nog voordat er een Levitisch priesterschap was en eeuwen voordat Mozes werd geboren, zien we dezelfde elementen terug.
De zondige mens nadert God.
Er staat een altaar.
Er wordt een offer gebracht.
En God neemt het offer aan.
De contouren van het latere heiligdom worden langzaam zichtbaar.
Abraham en het offer dat God Zelf geeft
Dan komen we bij Abraham.
God vraagt hem zijn zoon Izak te offeren.
Dat is een aangrijpend verhaal, maar juist hier wordt een van de belangrijkste principes van het evangelie zichtbaar.
Onderweg vraagt Izak: “We hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het offer?” (Genesis 22:7)
Abraham antwoordt: “God zal Zelf voor een lam voor het offer zorgen, mijn zoon.” (Genesis 22:8)
Onthoud die woorden.
God zal Zelf voor het offer zorgen.
Uiteindelijk hoeft Izak niet te sterven.
God voorziet in een ram die in zijn plaats wordt geofferd.
“Abraham pakte de ram en offerde hem in plaats van zijn zoon.” (Genesis 22:13)
Daar zien we opnieuw hetzelfde principe: de één sterft in de plaats van de ander.
Izak mocht leven omdat een ander zijn plaats innam.
En eeuwen later zou op bijna dezelfde plaats opnieuw een Zoon worden geofferd.
Maar deze keer zou niemand roepen dat het genoeg was.
Deze keer zou er geen ram zijn die Zijn plaats innam.
Want Hij was het Offer.
“God zal Zelf voor het Lam zorgen”
De woorden van Abraham krijgen daardoor een veel diepere betekenis.
“God zal Zelf voor een lam zorgen.”
Eeuwen later staat Johannes de Doper bij de Jordaan.
Hij ziet Jezus aankomen en zegt: “Kijk, daar is het Lam van God! Hij neemt de zonde van de wereld weg!” (Johannes 1:29)
Daar is het Lam.
Niet het lam van Abel.
Niet de ram van Abraham.
Niet een van de duizenden lammeren die later in het heiligdom zouden worden geofferd.
Dit is Gods Lam.
God vraagt uiteindelijk niet van de mens wat Hij Zelf niet bereid is te geven.
Abraham hoefde zijn zoon niet te offeren.
God gaf Zijn Zoon.
“Want God hield zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen gaf.” (Johannes 3:16)
Hoe meer je het heiligdom begrijpt, hoe indrukwekkender die bekende tekst wordt.
God gaf.
Dat is het hart van het evangelie.
Het bloed aan de deurposten
Voordat Israël het heiligdom kreeg, gebeurde er nog iets dat essentieel is om de offerdienst te begrijpen.
Israël was slaaf in Egypte.
Tijdens de laatste plaag zou de eerstgeborene in ieder huis sterven.
Maar God gaf een uitweg.
Elk gezin moest een lam nemen.
Het lam moest zonder gebrek zijn.
Het moest worden gedood.
En het bloed moest aan de deurposten worden gestreken.
God zei: “Als Ik het bloed zie, zal Ik jullie huizen voorbijgaan.” (Exodus 12:13)
Het bloed maakte het verschil tussen leven en dood.
Niet omdat er iets magisch in het bloed van dat dier zat.
Het wees vooruit naar iets veel groters.
Paulus schrijft later: “Want Christus, ons Paaslam, is voor ons geofferd.” (1 Korintiërs 5:7)
Jezus is ons Paaslam.
Opnieuw zien we hetzelfde patroon: een onschuldig leven wordt gegeven zodat een ander kan leven.
Waarom moest er bloed vloeien?
Voor veel mensen is dit een moeilijk onderwerp.
Waarom zoveel bloed?
Waarom offers?
Waarom kon God niet gewoon zeggen: “Ik vergeef jullie” en daarmee klaar?
Omdat zonde veel ernstiger is dan wij vaak denken.
Zonde is niet alleen het overtreden van een regel.
Zonde vernietigt.
Zonde verbreekt relaties.
Zonde brengt lijden.
En uiteindelijk brengt zonde de dood.
“Het loon dat de zonde geeft, is de dood.” (Romeinen 6:23)
God doet niet alsof zonde onbelangrijk is.
Maar hier zien we opnieuw Zijn liefde.
De dood die de zondaar verdiende, zou door een Ander worden gedragen.
Daarom zegt Hebreeën: “Zonder bloed is er geen vergeving.” (Hebreeën 9:22)
Het bloed van de dieren was niet de uiteindelijke oplossing.
Het wees naar Jezus.
Duizenden offers, maar slechts één werkelijk Offer
Probeer je eens voor te stellen hoeveel dieren er in de eeuwen vóór Christus zijn geofferd.
Lam na lam.
Offer na offer.
Jaar na jaar.
Waarom bleef dat doorgaan?
Omdat geen enkel dier de zonde werkelijk kon wegnemen.
Elk offer wees vooruit.
Elk lam vertelde hetzelfde verhaal.
Er komt Iemand.
Daarom schrijft Hebreeën over Jezus: “Christus heeft één offer voor de zonden gebracht dat voor altijd voldoende is.” (Hebreeën 10:12)
Eén Offer.
Dat is genoeg.
Toen Jezus aan het kruis hing, riep Hij vlak voor Zijn dood: “Het is volbracht!” (Johannes 19:30)
Wat eeuwenlang door symbolen was verteld, werd werkelijkheid.
Het Lam was gekomen.
Het voorhangsel scheurde
Op het moment dat Jezus stierf, gebeurde er in de tempel iets buitengewoons.
“Op dat moment scheurde het gordijn in de tempel van boven naar beneden in tweeën.” (Mattheüs 27:51)
Dat voorhangsel scheidde het heilige van het allerheiligste.
De weg naar Gods directe aanwezigheid was afgesloten.
Maar toen Jezus stierf, scheurde het gordijn.
En let op: van boven naar beneden.
Niet de mens opende de weg naar God.
God opende de weg voor de mens.
Hebreeën zegt daarom: “Dankzij het bloed van Jezus kunnen we nu zonder angst het heiligdom binnengaan.” (Hebreeën 10:19)
Dat is precies waar het hele heiligdom naartoe wees.
De weg naar Gods troon wordt geopend door Jezus.
Het evangelie in beelden
Nu kunnen we beginnen te begrijpen waarom God later tegen Mozes zei dat hij het heiligdom precies volgens Gods aanwijzingen moest maken.
Het was geen willekeurig gebouw.
God bracht beelden die Hij vanaf Eden had gebruikt samen in één groot systeem.
Het lam.
Het altaar.
Het bloed.
Het water.
Het brood.
Het licht.
Het reukwerk.
De priester.
Het voorhangsel.
De ark.
De wet.
De genadetroon.
Samen vertellen ze één verhaal.
Het evangelie.
Eeuwen voordat Jezus in Bethlehem werd geboren, konden mensen al zien hoe God de mens zou redden.
Niet in alle details.
Maar wel in beelden.
Drie getuigen van hetzelfde verlossingsplan
God heeft Zijn verlossingsplan op verschillende manieren zichtbaar gemaakt.
We lezen erover in de Bijbel.
We zien het werkelijkheid worden aan het kruis.
En we zien het uitgebeeld en verder ontvouwd in het heiligdom.
Die drie spreken elkaar niet tegen.
Ze vertellen hetzelfde verhaal.
Het kruis helpt ons het heiligdom te begrijpen.
Het heiligdom helpt ons het kruis dieper te begrijpen.
En de Bijbel legt uit wat beide betekenen.
Daarom is het heiligdom zo waardevol.
Het voegt geen ander evangelie toe.
Het laat ons juist zien hoe diep en hoe groot het evangelie werkelijk is.
God wilde dat mensen Jezus zouden herkennen
Toen Jezus uiteindelijk kwam, had Israël eeuwenlang beelden gekregen die naar Hem wezen.
Het Lam was gekomen.
Het Brood uit de hemel was gekomen.
Het Licht van de wereld was gekomen.
De ware Hogepriester was gekomen.
De weg naar de Vader stond voor hen.
En toch herkenden velen Hem niet.
Dat maakt de woorden van Jezus extra aangrijpend: “Jullie bestuderen de Boeken, omdat jullie denken dat jullie daardoor het eeuwige leven zullen krijgen. Maar die Boeken vertellen juist over Mij!” (Johannes 5:39)
Dat is precies wat we in deze serie willen doen.
We gaan het heiligdom bestuderen.
Maar we willen niet blijven steken bij meubels, maten, offers en rituelen.
We willen ontdekken over Wie ze vertellen.
Want achter ieder offer zien we uiteindelijk Jezus.
Achter iedere priester zien we Jezus.
Achter ieder symbool zien we iets van Zijn werk.
En achter het hele verlossingsplan zien we het hart van God.
Liefde was er vóór de zonde
Misschien is dit uiteindelijk wel het mooiste inzicht van deze studie.
God begon ons niet lief te hebben nadat Jezus voor ons gestorven was.
Jezus stierf omdat God ons al liefhad.
Het kruis maakte God niet liefdevol.
Het kruis liet zien hoe liefdevol God altijd al was.
Daarom kon het verlossingsplan al bestaan voordat de wereld werd geschapen.
Voordat de eerste zonde werd gedaan, was er al een God die wist wat redding zou kosten.
Voordat de mens Hem verliet, had God al besloten hoe Hij de mens terug zou brengen.
En voordat er ooit een aardse tabernakel stond, bestond de weg naar Gods troon al in het hart van God.
Om over na te denken
- Wat doet het met jouw beeld van God wanneer je beseft dat het verlossingsplan al vóór de schepping bestond?
- Wat leert Gods vraag “Waar ben je?” aan Adam jou over Gods houding tegenover mensen die van Hem zijn weggelopen?
- Welke overeenkomst zie je tussen Izak, het paaslam en Jezus?
- Waarom denk je dat God eeuwenlang offers liet brengen die vooruitwezen naar Christus?
- Hoe helpt het heiligdom jou om Johannes 3:16 dieper te begrijpen?
- Wat betekent het voor jou dat God Zelf heeft voorzien in het Offer dat nodig was om jou te redden?
Gebed
Vader in de hemel, dank U dat Uw liefde voor ons er al was voordat wij bestonden.
Dank U dat U ons niet hebt opgegeven toen de zonde tussen U en ons kwam.
Dank U dat U Zelf voor het Lam hebt gezorgd.
Dank U voor Jezus, die onze plaats heeft ingenomen en de weg naar U heeft geopend.
Help mij om in de Bijbel, aan het kruis en in het heiligdom steeds meer van Uw verlossingsplan te ontdekken.
En laat mij daardoor steeds beter begrijpen hoeveel U van ons houdt.
Amen.
ONTHOUD DIT: Het evangelie begon niet in Bethlehem. Vanaf Eden wees God vooruit naar Jezus. Het lam, het altaar, het bloed en later het hele heiligdom vertelden dezelfde boodschap: God zou Zelf voorzien in de weg waardoor de mens weer bij Hem kon komen.
Volgende deel: Deel 3 – Gods grote lesboek van verlossing
