Het pad naar Gods troon – deel 11

Deel 11 – De tafel met de toonbroden: leven van Gods Woord

Sleuteltekst

“Jezus antwoordde: ‘Er staat in de Boeken: Een mens leeft niet alleen van brood, maar van elk woord dat God spreekt.’” (Mattheüs 4:4)

We hebben het voorhof achter ons gelaten.

We gingen door de poort.

We stonden bij het brandofferaltaar en zagen het Lam dat onze plaats innam.

We kwamen bij het wasvat en zagen hoe God ons niet alleen wil vergeven, maar ook wil reinigen en vernieuwen.

We leerden Jezus kennen als onze Hogepriester.

En we ontdekten dat het aardse heiligdom een afbeelding was van een veel grotere werkelijkheid: het hemelse heiligdom waar Jezus nu voor ons dient.

Nu gaan we als het ware door het eerste voorhangsel.

We komen het heilige binnen.

En daar verandert alles.

Buiten was het licht van de zon.

Binnen is geen natuurlijk licht.

Hier staan drie bijzondere voorwerpen: links de gouden kandelaar, rechts de tafel met de toonbroden en vlak voor het voorhangsel naar het allerheiligste het gouden reukofferaltaar.

Licht.

Brood.

Gebed.

Drie dingen die onmisbaar zijn voor een leven met God.

We beginnen bij de tafel.

Want God wil ons niet alleen redden.

Hij wil ons voeden.

Een tafel in Gods huis

God gaf Mozes nauwkeurige aanwijzingen voor deze tafel.

“Maak een tafel van acaciahout. Hij moet twee el lang, één el breed en anderhalve el hoog zijn. Bedek hem met zuiver goud.” (Exodus 25:23-24)

De tafel stond aan de noordkant van het heilige.

En op die tafel moest altijd brood liggen.

God zei: “Leg altijd toonbroden voor Mij op de tafel.” (Exodus 25:30)

Dat is bijzonder.

Midden in het heiligdom staat een tafel met brood.

Waarom?

Omdat God ons daarmee iets wilde leren.

Brood is voedsel.

Brood houdt een mens in leven.

En zoals ons lichaam voedsel nodig heeft, heeft ons geestelijke leven voedsel nodig.

Twaalf broden

Op de tafel lagen twaalf broden.

Leviticus vertelt: “Bak twaalf broden van fijn meel.” (Leviticus 24:5)

Waarom twaalf?

Dat getal doet onmiddellijk denken aan de twaalf stammen van Israël.

Heel Gods volk werd als het ware vertegenwoordigd bij die tafel.

Niet één stam.

Niet alleen de priesters.

Niet alleen belangrijke mensen.

Alle twaalf.

God voorzag in brood voor Zijn hele volk.

Dat is een prachtig beeld van Gods verlangen om iedereen geestelijk te voeden.

Het brood lag voortdurend voor God

De toonbroden worden ook wel het brood van de aanwezigheid genoemd.

Ze moesten voortdurend voor Gods aangezicht liggen.

Iedere sabbat werden er nieuwe broden neergelegd.

“Elke sabbat moet hij ze opnieuw voor de Heer neerleggen.” (Leviticus 24:8)

Week na week.

Sabbat na sabbat.

Het brood bleef aanwezig.

Dat vertelt iets over God.

Zijn voorziening houdt niet op.

Hij geeft niet één keer voedsel en zegt daarna: zoek het verder zelf maar uit.

Hij blijft geven.

De woestijn had Israël dat al geleerd

Lang vóór de tabernakel klaar was, had God Zijn volk al geleerd dat hun leven volledig van Hem afhankelijk was.

In de woestijn was geen supermarkt.

Geen akker.

Geen normale voedselvoorziening voor een enorm volk.

En toch gaf God iedere dag manna.

“’s Morgens lag er rond het kamp een laag dauw. Toen de dauw verdwenen was, lag er op de grond iets fijns en korreligs.” (Exodus 16:13-14)

Iedere ochtend opnieuw.

God voedde Zijn volk.

Maar er zat een les achter die veel verder ging dan eten.

Mozes legt later uit waarom God het manna gaf: “Hij wilde jullie leren dat een mens niet alleen van brood leeft. Een mens leeft van alles wat de Heer zegt.” (Deuteronomium 8:3)

Het manna wees dus al naar een diepere werkelijkheid.

Ons leven komt uiteindelijk van God.

Jezus haalt juist deze tekst aan

Eeuwen later bevindt Jezus Zich opnieuw in de woestijn.

Veertig dagen heeft Hij niet gegeten.

Satan zegt: “Als U de Zoon van God bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze brood moeten worden.” (Mattheüs 4:3)

Jezus had dat kunnen doen.

Maar Hij weigert.

En dan haalt Hij precies de les van het manna aan: “Een mens leeft niet alleen van brood, maar van elk woord dat God spreekt.” (Mattheüs 4:4)

Jezus zegt daarmee iets heel belangrijks.

Je kunt lichamelijk voedsel hebben en toch geestelijk verhongeren.

Je kunt een volle koelkast hebben.

Een mooi huis.

Genoeg geld.

Een goede baan.

Een druk sociaal leven.

En toch kan je ziel leeg zijn.

Want een mens is gemaakt voor meer dan alleen lichamelijk bestaan.

Wij zijn gemaakt om van God te leven.

De Bijbel is geen gewoon boek

Dat brengt ons bij Gods Woord.

De Bijbel bevat woorden op papier.

Je kunt hem lezen zoals je ieder ander boek leest.

Je kunt grammatica bestuderen.

Geschiedenis onderzoeken.

Profetieën vergelijken.

Kennis verzamelen.

Maar Gods Woord wil veel meer doen dan informatie geven.

Jezus zei: “De woorden die Ik tegen jullie spreek, zijn geest en leven.” (Johannes 6:63)

Leven.

Dat is waarom de Bijbel zo’n centrale plaats heeft in het christelijke leven.

Niet omdat God wil dat we zoveel mogelijk religieuze kennis verzamelen.

Maar omdat Hij door Zijn Woord tot ons spreekt.

Brood moet je eten

Hier zit een heel eenvoudige maar belangrijke les.

Het helpt niet wanneer er brood op tafel ligt als je het nooit eet.

Je kunt een prachtige Bijbel in huis hebben.

Je kunt hem op je nachtkastje leggen.

Je kunt meerdere vertalingen bezitten.

Je kunt Bijbelapps op je telefoon hebben.

Je kunt iedere week naar de kerk gaan.

Maar geestelijk voedsel moet je tot je nemen.

Jeremia zegt: “Toen ik Uw woorden vond, at ik ze op. Uw woorden maakten mij blij en gelukkig.” (Jeremia 15:16)

Natuurlijk at Jeremia geen boekrollen op.

Hij nam Gods woorden diep in zich op.

Ze werden onderdeel van hem.

Bijbellezen is meer dan lezen

Je kunt een hoofdstuk lezen en vijf minuten later nauwelijks meer weten wat erin stond.

Dat herkennen we waarschijnlijk allemaal.

Maar brood slik je ook niet alleen door.

Je lichaam verteert het.

De voedingsstoffen worden opgenomen.

Zo mogen we ook met Gods Woord omgaan.

Lees.

Denk erover na.

Vraag wat het je over God vertelt.

Vraag wat het over jou vertelt.

Vraag wat God je ermee wil leren.

En vooral: breng het in praktijk.

Jakobus schrijft: “Luister niet alleen naar het woord, maar doe ook wat het zegt.” (Jakobus 1:22)

Dan wordt het Woord werkelijk voedsel.

Jezus is Zelf het Brood

Maar nu gaan we nog een laag dieper.

De toonbroden wijzen niet alleen naar de geschreven woorden van God.

Ze wijzen uiteindelijk naar Jezus Zelf.

Na de wonderbare broodvermenigvuldiging zegt Jezus: “IK BEN het Brood dat leven geeft. Wie bij Mij komt, zal nooit meer honger hebben. En wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.” (Johannes 6:35)

Dat is een enorme uitspraak.

Jezus zegt niet alleen: Ik geef brood.

Hij zegt: Ik ben het Brood.

Zoals Hij niet alleen de weg wijst, maar de Weg is.

Zoals Hij niet alleen licht geeft, maar het Licht is.

Zo geeft Hij niet alleen geestelijk voedsel.

Hij is ons geestelijke voedsel.

Het Woord op papier en het levende Woord

Johannes noemt Jezus aan het begin van zijn evangelie het Woord.

“In het begin was het Woord. Het Woord was bij God en het Woord was God.” (Johannes 1:1)

En daarna: “Het Woord werd een mens en woonde bij ons.” (Johannes 1:14)

Daarom kunnen we Jezus en de Bijbel nooit tegen elkaar uitspelen.

De geschreven Schrift wijst naar het levende Woord.

Jezus zei over de Schriften: “Juist die Boeken vertellen over Mij.” (Johannes 5:39)

Het doel van Bijbelstudie is daarom uiteindelijk niet alleen dat je meer weet.

Het doel is dat je Jezus beter kent.

De hele Bijbel leidt naar Christus

Na Zijn opstanding loopt Jezus met twee leerlingen naar Emmaüs.

Zij begrijpen nog steeds niet waarom de Messias moest sterven.

Dan doet Jezus iets bijzonders: “Hij begon bij Mozes en alle profeten en legde hun uit wat er in alle Boeken over Hem geschreven stond.” (Lukas 24:27)

Wat zouden we graag bij die Bijbelstudie hebben gezeten!

Misschien sprak Hij over het beloofde Zaad in Eden.

Over het lam.

Over Abraham en Izak.

Over het paaslam.

Over het manna.

Over het heiligdom.

Over de priesterdienst.

Over Jesaja 53.

Over de profetieën.

Al die lijnen kwamen bij Hem samen.

Dat is precies wat wij in deze serie beginnen te ontdekken.

Het heiligdom helpt ons de Bijbel als één verhaal te zien

Soms lijkt de Bijbel een verzameling losse verhalen.

Adam en Eva.

Noach.

Abraham.

Mozes.

David.

Profeten.

Jezus.

Openbaring.

Maar wanneer je het verlossingsplan begint te zien, ontdek je één doorgaande lijn.

God wil de mens terugbrengen in Zijn aanwezigheid.

En overal vinden we Jezus.

De poort wijst naar Hem.

Het lam wijst naar Hem.

Het altaar wijst naar Hem.

De priester wijst naar Hem.

Het brood wijst naar Hem.

Het licht wijst naar Hem.

Het heiligdom is als een sleutel waardoor steeds meer van de Bijbel op zijn plaats valt.

Waarom twaalf broden?

Laten we nog even teruggaan naar de twaalf broden.

De twaalf stammen waren heel verschillend.

Sommige waren groot.

Andere klein.

Hun geschiedenis was lang niet altijd mooi.

Toch lagen er twaalf broden.

Heel Israël werd vertegenwoordigd.

Daar zit een mooie gedachte in.

Gods Woord is niet alleen voor theologen.

Niet alleen voor predikanten.

Niet alleen voor mensen die al tientallen jaren geloven.

Niet alleen voor mensen die makkelijk lezen of alles snel begrijpen.

God heeft Zijn Woord gegeven aan Zijn hele volk.

Ook aan jou.

De priesters aten het brood

Het oude brood werd niet zomaar weggegooid wanneer er op sabbat nieuw brood werd neergelegd.

Het was heilig voedsel en werd door de priesters gegeten.

“Het brood is voor Aäron en zijn zonen. Zij moeten het op een heilige plaats eten.” (Leviticus 24:9)

De priesters moesten dus werkelijk eten van het brood dat in Gods aanwezigheid had gelegen.

Dat versterkt het beeld nog meer.

Gods Woord is niet bedoeld om alleen bewonderd te worden.

Het moet worden opgenomen.

Wij zijn nu een koninklijk priesterschap

Petrus schrijft aan gelovigen: “Maar jullie zijn een uitgekozen volk. Jullie zijn koninklijke priesters.” (1 Petrus 2:9)

De aardse priesterdienst wees vooruit naar Christus, onze ware Hogepriester.

Maar als gelovigen mogen wij nu ook rechtstreeks tot God komen door Jezus.

En wij mogen eten van het geestelijke brood dat Hij geeft.

Gods Woord is niet opgesloten voor een kleine geestelijke elite.

De Bijbel ligt open.

De tafel staat klaar.

Geef ons vandaag ons dagelijks brood

Jezus leerde Zijn leerlingen bidden: “Geef ons vandaag het eten dat we nodig hebben.” (Mattheüs 6:11)

In de eerste plaats gaat dit natuurlijk over onze dagelijkse lichamelijke behoeften.

Maar het past ook prachtig bij het geestelijke principe dat we in het heiligdom zien.

Wij hebben iedere dag voeding nodig.

Je kunt niet op maandag genoeg eten om de rest van de maand zonder voedsel te kunnen.

Zo werkt het geestelijk ook niet.

Een preek van vorige maand kan je vandaag niet volledig voeden.

Een Bijbelstudie van jaren geleden is waardevol, maar je hebt vandaag opnieuw Christus nodig.

Gisteren gegeten is vandaag niet genoeg

Misschien heb je periodes gehad waarin je heel dicht bij God leefde.

Je las veel in de Bijbel.

Je bad veel.

Je ontdekte prachtige dingen.

Maar daarna werd het druk.

Langzaam verdween die gewoonte.

Dan kan het geestelijk leven uitdrogen zonder dat je het meteen merkt.

Dat is niet omdat God je heeft verlaten.

Maar omdat een relatie gevoed moet worden.

Jezus zegt: “Blijf in Mij en Ik blijf in jullie.” (Johannes 15:4)

Blijven.

Niet één keer komen.

Blijven.

Het manna kon je niet bewaren

Ook hierin bevat het manna een prachtige les.

De Israëlieten moesten normaal gesproken iedere dag verzamelen wat ze nodig hadden.

Wanneer zij uit wantrouwen extra manna voor de volgende dag bewaarden, bedierf het.

Behalve op de dag vóór de sabbat.

God leerde hen dagelijkse afhankelijkheid.

Iedere ochtend opnieuw.

Dat is ook een goede houding tegenover God.

Niet: ik heb genoeg geestelijke voorraad opgebouwd.

Maar: Heer, voed mij vandaag.

De sabbat en het brood

Er zit nog een bijzonder detail in de toonbroden.

Juist op de sabbat werden de broden vernieuwd.

“Elke sabbat moet hij ze opnieuw voor de Heer neerleggen.” (Leviticus 24:8)

Dat past prachtig bij het karakter van de sabbat.

De sabbat is niet alleen een dag waarop we stoppen met werken.

Het is tijd die God apart heeft gezet voor gemeenschap met Hem.

Een dag om ons opnieuw te herinneren dat ons leven niet alleen afhankelijk is van ons eigen werk.

Wij ontvangen.

Tijd.

Rust.

Leven.

Brood.

Alles komt uiteindelijk van God.

Jezus werd geboren in Bethlehem

Er is nog een mooie verbinding die we niet met zekerheid als bewuste heiligdomssymboliek moeten presenteren, maar die wel opmerkelijk is.

Jezus werd geboren in Bethlehem.

De Hebreeuwse naam Bethlehem betekent huis van brood.

En juist daar werd Degene geboren die later zou zeggen: “Ik ben het Brood dat leven geeft.”

Het Brood des levens kwam ter wereld in het huis van brood.

Mooi, hè?

De honger van onze tijd

Onze wereld heeft meer informatie beschikbaar dan welke generatie vóór ons ook.

Binnen enkele seconden kunnen we bijna alles opzoeken.

We hebben video’s.

Podcasts.

Sociale media.

Nieuws.

Meningen.

Influencers.

Preken.

Profetieën.

Dromen en visioenen.

En juist daarom is onderscheidingsvermogen zo belangrijk.

Niet alles wat geestelijk klinkt, komt van God.

Niet iedereen die zegt dat God tot hem gesproken heeft, spreekt waarheid.

Jesaja zegt: “Ga terug naar Gods wet en naar wat Hij heeft gezegd! Als mensen niet volgens dit woord spreken, is er geen licht in hen.” (Jesaja 8:20)

Gods Woord blijft de toetssteen.

Zelfs een wonder is niet belangrijker dan Gods Woord

Dat is een belangrijke les voor de eindtijd.

De Bijbel waarschuwt dat misleiding overtuigend kan zijn.

Er kunnen tekenen en wonderen plaatsvinden.

Er kunnen indrukwekkende geestelijke ervaringen zijn.

Maar waarheid wordt niet bepaald door hoe indrukwekkend iets voelt.

Waarheid wordt getoetst aan Gods Woord.

Daarom is de tafel met brood zo belangrijk.

Een christen die Gods Woord nauwelijks kent, wordt kwetsbaar voor misleiding.

Jezus overwon Satan met Gods Woord

Kijk opnieuw naar Jezus in de woestijn.

Bij iedere verzoeking antwoordt Hij: “Er staat geschreven.”

Niet: dit voelt voor Mij verkeerd.

Niet: Ik heb een andere indruk gekregen.

Niet: Mijn ervaring zegt iets anders.

Er staat geschreven.

Als Jezus Gods Woord gebruikte tegenover de misleiding van Satan, hoeveel meer hebben wij dat Woord dan nodig?

Maar Bijbelkennis alleen is niet genoeg

Tegelijkertijd zit hier een waarschuwing.

Satan kende ook Bijbelteksten.

Bij de verzoeking van Jezus citeerde hij zelfs uit Psalm 91.

Je kunt dus Bijbelteksten kennen en ze toch verkeerd gebruiken.

Daarom moeten we niet alleen losse teksten verzamelen.

We moeten de Bijbel leren begrijpen als geheel.

Teksten in hun context.

Schrift met Schrift vergelijken.

En alles lezen vanuit het karakter van God dat in Jezus zichtbaar wordt.

Gods Woord laat zien wie God werkelijk is

Dat is misschien één van de belangrijkste functies van de Bijbel.

Satan heeft vanaf Eden geprobeerd een verkeerd beeld van God te geven.

God zou niet werkelijk goed zijn.

Hij zou iets achterhouden.

Hij zou willekeurig zijn.

Hij zou streng en hard zijn.

Maar door de hele Bijbel heen onthult God Zijn karakter.

En uiteindelijk zegt Jezus: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.” (Johannes 14:9)

Hoe beter we Jezus leren kennen, hoe beter we ontdekken wie God werkelijk is.

Het brood en het kruis horen bij elkaar

Bij het altaar zagen we Jezus sterven.

Bij de tafel zien we Jezus leven geven.

Dat zijn geen twee verschillende verhalen.

Het is dezelfde Christus.

Hij gaf Zijn lichaam voor ons.

Tijdens het laatste avondmaal nam Jezus brood en zei: “Dit is mijn lichaam dat voor jullie wordt gegeven.” (Lukas 22:19)

Opnieuw brood.

Opnieuw Jezus.

Opnieuw leven dat wordt gegeven.

Het kruis maakt het mogelijk dat wij van Hem kunnen leven.

Niet alleen weten, maar eten

Hier ligt misschien de persoonlijke vraag van deze studie.

Eet jij?

Niet letterlijk natuurlijk.

Maar voed jij je werkelijk met Gods Woord?

Of leef je vooral op wat anderen over de Bijbel zeggen?

Een preek kan helpen.

Een Bijbelstudie kan helpen.

Deze serie kan helpen.

Maar uiteindelijk kunnen anderen niet voor jou eten.

Je moet zelf de Bijbel openen.

Zelf lezen.

Zelf zoeken.

Zelf bidden.

Zelf ontdekken.

Vraag God voordat je leest

Een eenvoudige gewoonte kan een groot verschil maken.

Bid voordat je de Bijbel opent.

Bijvoorbeeld: “Heer, laat mij vandaag zien wat U mij wilt leren. Help mij Uw karakter beter te begrijpen. Laat mij Jezus in Uw Woord zien.”

Dan wordt Bijbellezen minder een taak die moet worden afgevinkt.

Het wordt een ontmoeting.

Je komt als het ware aan tafel zitten.

God heeft de tafel al gedekt

Misschien denk je dat Bijbellezen moeilijk is.

Sommige gedeelten zijn moeilijk.

Dat is niet erg.

Je hoeft niet alles onmiddellijk te begrijpen.

Begin met wat je wel begrijpt.

Blijf vragen stellen.

Vergelijk teksten.

Zoek verder.

God vraagt niet dat je op dag één alles weet.

Hij nodigt je uit om te eten.

Dag na dag.

En langzaam zul je merken dat dingen die vroeger los van elkaar leken, verbinding krijgen.

Dat gebeurt nu misschien al in deze serie.

Het lam.

Het altaar.

Het water.

De priester.

Het hemelse heiligdom.

En nu het brood.

Alles hoort bij hetzelfde verhaal.

En er staat nog meer in het heilige

We staan nog maar bij één voorwerp.

Aan de andere kant brandt de gouden kandelaar.

Zonder dat licht zou de priester het brood niet eens kunnen zien.

Dat is veelzeggend.

We hebben Gods Woord.

Maar we hebben ook licht nodig om het werkelijk te begrijpen.

En dat brengt ons bij de volgende stap.

De zevenarmige kandelaar.

Daar zullen we ontdekken wie ons geestelijk licht geeft, wat de Heilige Geest daarmee te maken heeft en waarom Gods volk geroepen is om dat licht door te geven aan een donkere wereld.

Maar voor we naar de kandelaar lopen, blijven we nog even bij de tafel staan.

Twaalf broden.

Altijd aanwezig.

Iedere sabbat vernieuwd.

Voedsel in Gods huis.

En boven alles horen we Jezus zeggen: “IK BEN het Brood dat leven geeft.” (Johannes 6:35)

God heeft niet alleen een weg naar Zijn troon geopend.

Hij voedt ons onderweg.

Om over na te denken

  • Waarom denk je dat God juist brood in het heiligdom liet plaatsen?
  • Wat betekent Jezus’ uitspraak “Een mens leeft niet alleen van brood” voor jouw dagelijks leven?
  • Lees jij de Bijbel vooral om informatie te krijgen of om God en Jezus beter te leren kennen?
  • Wat is het verschil tussen de Bijbel lezen en je werkelijk met Gods Woord voeden?
  • Waarom is het in onze tijd belangrijk om geestelijke ervaringen, dromen, profetieën en wonderen aan de Bijbel te toetsen?
  • Wat vind je van het beeld dat Gods Woord als een gedekte tafel voor je klaarstaat?
  • Is er iets wat je kunt veranderen waardoor je dagelijks meer tijd krijgt om zelf van dit Brood te eten?

Gebed

Vader in de hemel, dank U dat U mij niet alleen hebt gered, maar mij ook wilt voeden.
Dank U voor Uw Woord waarin U laat zien wie U bent.
Dank U voor Jezus, het Brood dat leven geeft.
Geef mij honger naar Uw waarheid.
Help mij niet alleen te leven van wat anderen over U vertellen, maar zelf Uw Woord te openen.
Geef mij wijsheid om waarheid van dwaling te onderscheiden.
Laat mij Jezus steeds duidelijker zien in de hele Bijbel.
En voed mij iedere dag opnieuw, zodat mijn geloof groeit en ik steeds dichter bij U leef.
Amen.

ONTHOUD DIT: De tafel met de twaalf toonbroden laat zien dat God Zijn hele volk wil voeden. Zoals ons lichaam dagelijks brood nodig heeft, heeft ons geestelijke leven voortdurend Gods Woord nodig. Maar het brood wijst nog verder: naar Jezus Zelf. Hij zegt: “IK BEN het Brood dat leven geeft.” De Bijbel is daarom niet alleen gegeven om meer over God te weten, maar om door Zijn Woord steeds dichter bij Christus te leven.

Volgende deel: Deel 12 – De gouden kandelaar: leven in het licht