Als angst je leven raakt – deel 5

5. Wat als mijn geloof kleiner is dan mijn angst?

Als angst sterker voelt dan geloof

Soms weet je wat de Bijbel zegt.

Je weet dat God bij je is.

Je weet dat Jezus zegt dat je niet bang hoeft te zijn.

Je weet dat je je zorgen bij Hem mag brengen.

En toch voel je je nog steeds bang.

Dan kun je gaan twijfelen aan jezelf.

Is mijn geloof wel echt?

Waarom lukt het mij niet om gewoon te vertrouwen?

Ben ik een slechte christen omdat mijn angst zo groot is?

Misschien bid je wel, maar blijft je hart onrustig. Misschien lees je Bijbelteksten, maar voelt je angst sterker dan je vertrouwen.

Dat kan heel ontmoedigend zijn.

Maar de Bijbel laat zien dat Jezus niet alleen omgaat met mensen die groot, sterk en onwankelbaar geloof hebben. Hij komt juist dichtbij mensen die wankelen, twijfelen en roepen om hulp.


Klein geloof is nog steeds geloof

Wij denken soms dat geloof pas echt is als het groot en sterk voelt.

Maar Jezus sprak ook over klein geloof.

Hij zei niet dat klein geloof waardeloos was.

Hij liet juist zien dat zelfs klein geloof belangrijk is wanneer het zich op Hem richt.

Het gaat niet in de eerste plaats om hoe groot jouw geloof voelt. Het gaat erom op Wie jouw geloof gericht is.

Een zwakke hand kan zich nog steeds vasthouden aan een sterke Redder.

Een bevend hart kan nog steeds naar Jezus roepen.

Een klein geloof kan nog steeds echt geloof zijn.

Daarom hoef je niet te wachten tot je geloof groot genoeg voelt voordat je naar God gaat. Je mag juist met je kleine geloof naar Hem toe komen.


Petrus keek naar de storm

Een van de bekendste verhalen over angst en geloof gaat over Petrus.

De discipelen waren op het meer. Het was nacht. De wind was sterk en de golven waren hoog. Toen zagen ze Jezus over het water naar hen toe komen.

Petrus zei: Heer, als U het bent, zeg dan dat ik over het water naar U toe moet komen. (Mattheüs 14:28)

Jezus zei: Kom. (Mattheüs 14:29)

Petrus stapte uit de boot.

Dat was geloof.

Hij keek naar Jezus en liep over het water.

Maar toen zag hij de harde wind. Hij werd bang en begon te zinken.

Dat herken je misschien.

Zolang je naar Jezus kijkt, kun je moed vinden. Maar zodra je vooral naar de storm kijkt, wordt de angst groter.

Je ziet de problemen.

De onzekerheid.

De dreiging.

De mogelijkheid dat het misgaat.

En ineens lijkt Jezus verder weg.


Jezus redt eerst

Toen Petrus begon te zinken, riep hij: Heer, red mij! (Mattheüs 14:30)

Dat is een kort gebed.

Geen mooie woorden.

Geen lange uitleg.

Alleen een noodkreet.

En wat deed Jezus?

Hij liet Petrus niet eerst kopje-onder gaan om hem een les te leren.

Hij zei niet: Had je maar meer geloof moeten hebben.

Hij stak meteen Zijn hand uit en greep hem vast.

Daarna sprak Jezus over zijn kleine geloof. Maar eerst redde Hij hem.

Dat is belangrijk.

Jezus ziet jouw angst. Hij weet wanneer je zinkt. Hij hoort zelfs het kortste gebed.

Als jouw geloof klein is en je alleen nog maar kunt bidden: Heer, red mij, dan is dat genoeg om naar Jezus te roepen.


Jezus is sterker dan jouw zwakke geloof

Petrus werd niet gered omdat zijn geloof zo sterk was.

Hij werd gered omdat Jezus sterk was.

Dat is een grote troost.

Want soms vertrouwen wij te veel op de kracht van ons eigen geloof.

Dan denken we: Als ik maar genoeg geloof heb, dan komt het goed.

Maar geloof is geen prestatie waarmee wij God moeten overtuigen.

Geloof is je hand uitstrekken naar Jezus.

Ook als die hand trilt.

Ook als je hart bang is.

Ook als je niet weet hoe het verder moet.

Jezus is niet afhankelijk van jouw perfecte vertrouwen. Jij bent afhankelijk van Zijn trouw.


Ik geloof, help mijn ongeloof

In Markus 9 lezen we over een vader die met zijn zoon naar Jezus kwam.

Deze vader was wanhopig. Hij had al veel meegemaakt. Hij verlangde naar hulp, maar hij worstelde ook met twijfel.

Toen zei Jezus tegen hem dat alles mogelijk is voor wie gelooft.

De vader riep uit: Ik geloof, Heer. Kom mijn ongeloof te hulp! (Markus 9:24)

Dat is misschien een van de eerlijkste gebeden in de Bijbel.

Hij zegt niet stoer: Ik twijfel nooit.

Hij zegt ook niet: Ik heb helemaal geen geloof.

Hij zegt eigenlijk: Heer, er is geloof in mij, maar er is ook ongeloof. Help mij juist daar.

En Jezus wees hem niet af.

Dat betekent dat jij ook eerlijk mag zijn.

Je mag bidden: Heer, ik wil vertrouwen, maar ik ben bang.

Je mag bidden: Heer, ik geloof, maar mijn geloof voelt klein.

Je mag bidden: Heer, help mij waar ik tekortschiet.

God wordt niet verrast door jouw eerlijkheid.


Angst en geloof kunnen tegelijk aanwezig zijn

Soms denken we dat angst pas weg moet zijn voordat geloof echt kan beginnen.

Maar in de Bijbel zie je vaak dat angst en geloof tegelijk aanwezig zijn.

Petrus had geloof, anders was hij nooit uit de boot gestapt.

Maar hij had ook angst, anders was hij niet begonnen te zinken.

De vader in Markus 9 had geloof, anders was hij niet naar Jezus gekomen.

Maar hij had ook ongeloof, anders had hij niet om hulp gevraagd.

Geloof betekent niet altijd dat angst meteen verdwijnt.

Geloof betekent dat je met je angst naar Jezus gaat.

Het is mogelijk om bang te zijn en toch te bidden.

Het is mogelijk om te twijfelen en toch te roepen.

Het is mogelijk om je zwak te voelen en toch je hand naar God uit te steken.


Vergelijk je geloof niet met dat van anderen

Wanneer je bang bent, kun je gaan kijken naar andere gelovigen.

Zij lijken rustiger.

Zij lijken sterker.

Zij lijken meer vertrouwen te hebben.

En jij denkt: Waarom lukt mij dat niet?

Maar jij ziet niet altijd hun binnenkant.

Sommige mensen lijken sterk, terwijl ze ook worstelen.

En zelfs als iemand anders op een bepaald gebied sterker is, betekent dat niet dat God jou minder liefheeft.

God vergelijkt Zijn kinderen niet op die manier.

Hij kent jouw verhaal.

Hij kent jouw pijn.

Hij kent jouw temperament.

Hij kent jouw verleden.

Hij weet waarom sommige dingen voor jou moeilijker zijn dan voor iemand anders.

Daarom hoef jij niet het geloof van iemand anders te hebben.

Je mag met jouw geloof, hoe klein ook, naar Jezus komen.


Voed je geloof, niet alleen je angst

Angst groeit wanneer je haar steeds voedt.

Door steeds opnieuw dezelfde zorgen te bekijken.

Door eindeloos te zoeken naar geruststelling.

Door alleen maar te luisteren naar wat er mis kan gaan.

Door je gedachten te vullen met alles wat onrust geeft.

Geloof groeit ook door voeding.

Door Gods Woord.

Door gebed.

Door dankbaarheid.

Door terug te denken aan momenten waarop God eerder hielp.

Door samen te zijn met mensen die je naar Jezus wijzen.

Door kleine stappen van gehoorzaamheid.

Je kunt angst niet altijd zomaar wegduwen. Maar je kunt wel leren om je geloof te voeden.

Niet om jezelf op te peppen, maar om je blik opnieuw op Jezus te richten.


Vraag God om meer vertrouwen

De discipelen vroegen eens aan Jezus: Geef ons meer geloof. (Lucas 17:5)

Dat is een goed gebed.

Je hoeft jezelf niet te dwingen om sterker te geloven.

Je mag God vragen om je geloof te laten groeien.

Soms groeit vertrouwen doordat God een gebed beantwoordt.

Soms groeit vertrouwen doordat je door een moeilijke periode heen merkt dat Hij je niet loslaat.

Soms groeit vertrouwen langzaam, door steeds opnieuw terug te keren naar Hem.

Geloof groeit vaak niet in één grote sprong.

Het groeit door vele kleine stappen.

Elke keer dat je bidt terwijl je bang bent.

Elke keer dat je Gods Woord opent terwijl je onrustig bent.

Elke keer dat je zegt: Heer, ik vertrouw U, ook al voel ik het nog niet.


Jezus laat je niet los

Het mooiste aan het verhaal van Petrus is niet dat Petrus over het water liep.

Het mooiste is dat Jezus hem vastgreep toen hij zonk.

Dat is ook de hoop voor jou.

Misschien voelt jouw geloof klein.

Misschien voelt je angst groot.

Misschien zink je voor je gevoel steeds opnieuw weg in zorgen.

Maar Jezus is dichtbij genoeg om je vast te grijpen.

Hij laat Zijn kinderen niet zomaar los.

Hij is niet alleen de Redder van sterke gelovigen.

Hij is juist de Redder van mensen die roepen: Heer, red mij.


Belangrijke Bijbelgedeelten

Lees ook eens deze Bijbelgedeelten.

  • Mattheüs 14:22-33 – Petrus loopt op het water en Jezus redt hem.
  • Markus 9:14-29 – De vader die bidt om hulp bij zijn ongeloof.
  • Lucas 17:5 – De discipelen vragen om meer geloof.
  • Psalm 56:4 – Als ik bang ben, vertrouw ik op U.
  • Hebreeën 12:2 – Kijk naar Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.
  • 2 Korinthe 12:9 – Gods kracht wordt zichtbaar in zwakheid.
  • Jesaja 42:3 – God breekt het geknakte riet niet af.

Onthoud dit

Klein geloof is niet hetzelfde als geen geloof. Jezus wijst mensen met zwak geloof niet af. Hij hoort het korte gebed, ziet het bevende hart en grijpt mensen vast die naar Hem roepen. Jouw angst kan groot zijn, maar Jezus is groter.


Denk erover na

  • Waarin voelt jouw geloof op dit moment klein?
  • Herken jij jezelf meer in Petrus of in de vader die riep om hulp bij zijn ongeloof?
  • Wat zou het betekenen om vandaag met je kleine geloof toch naar Jezus te gaan?

Gebed

Vader in de hemel,

U weet hoe klein mijn geloof soms voelt.

U ziet dat ik wil vertrouwen, maar dat angst soms sterker lijkt. Dank U dat ik niet hoef te doen alsof ik altijd sterk ben.

Help mij om met mijn twijfel, mijn angst en mijn kleine geloof naar Jezus te komen.

Leer mij om niet vooral naar de storm te kijken, maar naar Hem Die mij vasthoudt.

Geef mij meer geloof. Laat mijn vertrouwen groeien, stap voor stap.

Dank U dat Jezus mij niet loslaat wanneer ik dreig te zinken.

Dat bid ik in Jezus’ naam.

Amen.


Volgende studie

Vertrouwen groeit meestal niet in één keer. Het is vaak een weg van kleine stappen, eerlijk bidden, opnieuw opstaan en leren kijken naar Gods trouw. In de laatste studie kijken we hoe je stap voor stap kunt leren leven met vertrouwen.

Ga verder naar deel 6: Leven met vertrouwen, stap voor stap