Het pad naar Gods troon – deel 13

Deel 13 – Het reukofferaltaar: jouw gebeden voor Gods troon

Sleuteltekst

“Laat mijn gebed voor U zijn als een reukoffer.” (Psalm 141:2)

We zijn nu diep in het heilige.

Aan de ene kant brandt de gouden kandelaar.

Aan de andere kant ligt het brood.

Licht en voedsel.

Gods Geest en Gods Woord.

Maar vlak vóór het voorhangsel naar het allerheiligste staat nog een derde voorwerp.

Het gouden reukofferaltaar.

Het staat dichter bij het allerheiligste dan de kandelaar en de tafel.

Dichter bij de plaats die Gods troon uitbeeldde.

Daar steeg dagelijks reukwerk omhoog.

Een aangename geur.

Een wolk van rook.

En in de Bijbel wordt dat reukwerk rechtstreeks verbonden met gebed.

We komen dus bij iets heel persoonlijks.

Niet alleen wat God voor ons heeft gedaan.

Niet alleen wat Hij ons leert.

Maar hoe wij met Hem spreken.

Hoe onze gebeden voor Zijn troon komen.

En opnieuw ontdekken we dat Jezus daarbij centraal staat.

Het gouden altaar stond vlak voor het voorhangsel

God zei tegen Mozes: “Maak een altaar van acaciahout om daar reukwerk op te branden.” (Exodus 30:1)

Het altaar werd met zuiver goud overtrokken.

Daarna zei God: “Zet het voor het gordijn dat voor de kist van het verbond hangt.” (Exodus 30:6)

Dat is belangrijk.

Het reukofferaltaar stond vlak vóór het voorhangsel.

Aan de andere kant van dat gordijn stond de ark van het verbond.

Daar bevond zich symbolisch Gods troon.

Het reukwerk steeg dus als het ware op vlak voor Gods aanwezigheid.

Dat beeld wordt later in de Bijbel heel duidelijk uitgelegd.

Reukwerk en gebed

David bidt: “Laat mijn gebed voor U zijn als een reukoffer.” (Psalm 141:2)

En in Openbaring ziet Johannes een hemels tafereel.

Hij schrijft: “De rook van de wierook steeg samen met de gebeden van Gods mensen op naar God.” (Openbaring 8:4)

Daar is de verbinding.

Reukwerk.

Gebed.

Gods troon.

Dat betekent dat de dienst bij het reukofferaltaar ons iets leert over wat er met onze gebeden gebeurt.

Ze verdwijnen niet zomaar in de lucht.

Ze komen voor God.

God wil dat wij met Hem spreken

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar denk er eens over na.

De God die hemel en aarde heeft gemaakt, nodigt mensen uit om met Hem te spreken.

Niet alleen profeten.

Niet alleen priesters.

Niet alleen mensen met een bijzonder sterk geloof.

Jezus leerde gewone mensen bidden.

Hij zei: “Als jullie bidden, zeg dan: Vader…” (Lukas 11:2)

Vader.

Dat woord alleen al verandert de sfeer.

Gebed is niet in de eerste plaats een religieuze prestatie.

Het is spreken met een Vader.

Je hoeft God niet op de hoogte te brengen

Soms bidden we alsof God eerst verteld moet worden wat er aan de hand is.

Maar Jezus zegt: “Jullie Vader weet wat jullie nodig hebben, nog voordat jullie het Hem vragen.” (Mattheüs 6:8)

Waarom dan bidden?

Niet omdat God informatie mist.

Gebed gaat over relatie.

Over vertrouwen.

Over afhankelijkheid.

Over ons hart openen voor Hem.

God weet al wat je voelt.

Maar Hij nodigt je toch uit om het Hem te vertellen.

Reukwerk werd dagelijks gebracht

De priester bracht niet af en toe reukwerk.

Het hoorde bij de dagelijkse dienst.

“Elke morgen moet Aäron er heerlijk ruikend reukwerk op branden.” (Exodus 30:7)

En opnieuw in de avond.

Morgen en avond.

Dag na dag.

Dat past prachtig bij gebed.

Niet alleen bidden wanneer alles misgaat.

Niet alleen wanneer we iets nodig hebben.

Niet alleen in nood.

Maar een dagelijks leven met God.

Gebed is geen noodnummer

Veel mensen bidden vooral wanneer er een probleem is.

Ziekte.

Angst.

Geldproblemen.

Verdriet.

Een moeilijke beslissing.

En natuurlijk mogen we juist dan bidden.

God wil dat.

Maar gebed is meer dan een hemels noodnummer.

Jezus trok Zich regelmatig terug om te bidden.

Niet alleen op crisismomenten.

“Jezus ging vaak naar stille plaatsen om te bidden.” (Lukas 5:16)

Als Jezus tijd voor gebed nodig vond, hoeveel meer hebben wij het dan nodig?

Waarom bidt Jezus als Hij Zelf God is?

Dat is een interessante vraag.

Jezus leefde als mens in volledige afhankelijkheid van Zijn Vader.

Hij liet daarmee zien hoe een leven in relatie met God eruitziet.

Vóór belangrijke beslissingen bad Hij.

Vóór het kiezen van de twaalf leerlingen bad Hij.

Vóór Zijn lijden bad Hij.

Aan het kruis bad Hij.

Gebed was verweven met Zijn leven.

Dat leert ons dat afhankelijkheid van God geen zwakte is.

Het is juist hoe het leven bedoeld is.

Gebed brengt ons dichter bij Gods troon

Kijk nog eens naar de plaats van het reukofferaltaar.

Het staat vlak voor het allerheiligste.

Dat is prachtig.

Gebed brengt ons als het ware heel dicht bij Gods troon.

Hebreeën zegt: “Laten we dus vol vertrouwen naar de troon van Gods genade gaan.” (Hebreeën 4:16)

Hoe doen we dat?

Niet door letterlijk naar de hemel te reizen.

We naderen God in geloof.

Onder andere door gebed.

Maar zijn onze gebeden goed genoeg?

Misschien heb je daar nooit over nagedacht.

Wij bidden vaak gebrekkig.

Soms weten we niet wat we moeten zeggen.

Soms zijn onze motieven gemengd.

Soms zijn we ongeduldig.

Soms bidden we vooral om dingen die wij zelf willen.

Soms zijn we afgeleid.

Soms komen we na een hele dag nauwelijks verder dan een paar woorden.

Zijn zulke gebeden wel waardig om voor Gods troon te komen?

Hier wordt het reukwerk nog mooier.

Het reukwerk had een aangename geur

Het reukwerk was zorgvuldig samengesteld.

God gaf precies aan welke geurstoffen gebruikt moesten worden.

Het was heilig en bestemd voor de dienst aan Hem.

Wanneer de rook opsteeg, verspreidde zich een aangename geur.

Dat beeld helpt ons iets begrijpen van Christus’ voorbede.

Onze gebeden zijn op zichzelf niet volmaakt.

Maar zij komen niet alleen voor God.

Ze worden als het ware gedragen door het werk van Jezus.

Jezus is onze Middelaar

Paulus schrijft: “Er is maar één God. En er is ook maar één Middelaar tussen God en de mensen: de mens Jezus Christus.” (1 Timotheüs 2:5)

Dat betekent dat wij niet op grond van onze eigen waardigheid tot God komen.

Wij komen door Jezus.

Daarom eindigen christenen hun gebeden vaak met woorden als “in Jezus’ naam”.

Dat is niet zomaar een afsluitformule.

Het betekent: ik kom niet op grond van mezelf, maar op grond van Christus.

Bidden in Jezus’ naam is meer dan Zijn naam noemen

Jezus zei: “Wat jullie de Vader in mijn naam vragen, zal Hij jullie geven.” (Johannes 16:23)

Dat betekent niet dat we aan het eind van ieder verzoek simpelweg “in Jezus’ naam” kunnen zeggen en dat God dan verplicht is te doen wat wij willen.

Bidden in Jezus’ naam betekent bidden in verbondenheid met Hem.

In overeenstemming met Zijn karakter.

Met vertrouwen op Zijn verdiensten.

En met bereidheid om Gods wil boven onze eigen wil te plaatsen.

Jezus Zelf bad in Getsemane: “Laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.” (Lukas 22:42)

Dat is misschien wel één van de zuiverste vormen van gebed.

Soms weten we niet hoe we moeten bidden

Er zijn momenten waarop woorden tekortschieten.

Verdriet kan zo diep zijn dat je niet weet wat je moet zeggen.

Of de situatie is zo ingewikkeld dat je niet weet wat het beste is.

Paulus zegt dan iets heel troostends: “Wij weten niet goed wat we moeten bidden. Maar de Geest Zelf pleit voor ons met verzuchtingen waarvoor geen woorden zijn.” (Romeinen 8:26)

Dat betekent dat zelfs woordeloos verdriet niet verloren gaat.

God begrijpt.

De Heilige Geest helpt en Jezus pleit

Zie je hoe prachtig het verlossingsplan samenkomt?

Wij bidden.

De Heilige Geest helpt ons in onze zwakheid.

Jezus is onze Middelaar.

En de Vader nodigt ons uit om te komen.

Het beeld van een harde, afstandelijke God valt hier volledig weg.

De hele hemel is betrokken bij onze redding.

God hoort ook korte gebeden

Gebed hoeft niet lang te zijn om echt te zijn.

Petrus zonk in het water en riep: “Heer, red mij!” (Mattheüs 14:30)

Dat waren maar drie woorden.

Maar Jezus hoorde hem.

De tollenaar in Jezus’ gelijkenis bad: “God, wees mij genadig. Ik ben een zondaar.” (Lukas 18:13)

Geen lange theologische uiteenzetting.

Maar Jezus zei dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging.

God kijkt niet naar de lengte van ons gebed.

Hij kijkt naar het hart.

Jezus waarschuwde voor lege woorden

Sommige mensen denken dat een gebed beter wordt wanneer het lang, mooi of indrukwekkend klinkt.

Maar Jezus zei: “Als jullie bidden, gebruik dan niet steeds dezelfde woorden zoals de ongelovigen doen. Zij denken dat ze door hun vele woorden gehoord zullen worden.” (Mattheüs 6:7)

God hoeft niet onder de indruk gebracht te worden.

Je hoeft geen bijzondere gebedstaal te gebruiken.

Je mag gewoon eerlijk zijn.

God kan tegen jouw eerlijkheid

Dat is belangrijk.

Sommige mensen denken dat ze alleen nette, gelovige gedachten tegen God mogen zeggen.

Maar lees de Psalmen.

David zegt soms precies hoe hij zich voelt.

Verdriet.

Boosheid.

Angst.

Verwarring.

Zelfs vragen waarom God zo ver weg lijkt.

“Mijn God, mijn God, waarom heeft U mij verlaten?” (Psalm 22:2)

God heeft ervoor gekozen zulke gebeden in de Bijbel te bewaren.

Dat zegt veel.

Hij wil geen toneelspel.

Hij wil waarheid in ons hart.

Je mag ook zeggen dat je God niet begrijpt

Misschien begrijp je niet waarom God iets heeft toegelaten.

Misschien heb je lang gebeden en lijkt er niets te gebeuren.

Je mag dat zeggen.

Job deed dat.

David deed dat.

Habakuk deed dat.

Jezus Zelf uitte diepe benauwdheid.

Geloof betekent niet dat je nooit vragen hebt.

Geloof betekent dat je met je vragen naar God gaat in plaats van van Hem weg.

Wat als God niet antwoordt zoals jij wilt?

Dit is één van de moeilijkste aspecten van gebed.

We vragen iets.

We geloven.

We hopen.

En toch gebeurt het niet.

Betekent dat dat God niet luistert?

Nee.

Paulus bad drie keer dat een bepaalde doorn in het vlees van hem zou worden weggenomen.

Maar God deed dat niet.

In plaats daarvan zei Hij: “Je hebt genoeg aan mijn genade. Want mijn kracht wordt juist volmaakt zichtbaar als jij zwak bent.” (2 Korintiërs 12:9)

God antwoordde.

Maar niet op de manier die Paulus had gevraagd.

Gebed is geen manier om God te besturen

Dat moeten we goed begrijpen.

Gebed is geen techniek waarmee wij God zover krijgen dat Hij onze plannen uitvoert.

God is geen automaat.

Wij stoppen er geloof in en krijgen daarna het gewenste resultaat.

Gebed brengt onze wil steeds meer in overeenstemming met Gods wil.

Soms verandert God de omstandigheden.

Soms verandert Hij ons in de omstandigheden.

Jezus bad en toch kwam het kruis

Getsemane maakt dat heel duidelijk.

Jezus bad of de beker aan Hem voorbij kon gaan.

Maar Hij voegde eraan toe: “Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.” (Lukas 22:42)

De beker ging niet voorbij.

Het kruis kwam.

Betekent dat dat het gebed mislukt was?

Nee.

De Vader gaf Jezus kracht om de weg te gaan.

Een verhoord gebed betekent dus niet altijd dat God de situatie wegneemt.

Soms geeft Hij kracht om erdoorheen te gaan.

Het reukwerk werd niet willekeurig samengesteld

God gaf voor het heilige reukwerk een specifieke samenstelling.

Het mocht niet zomaar naar menselijke smaak worden aangepast.

Daar zit een principe in dat ook bij gebed past.

Wij naderen God niet op onze eigen voorwaarden.

Gebed hoort bij een leven dat zich aan God toevertrouwt.

David zegt: “Als ik slechte plannen in mijn hart had gekoesterd, zou de Heer niet naar mij hebben geluisterd.” (Psalm 66:18)

Dat betekent niet dat alleen zondeloze mensen mogen bidden.

Dan zou niemand kunnen bidden.

Het gaat om bewust vasthouden aan zonde terwijl we tegelijk God willen gebruiken voor onze eigen verlangens.

Gebed en gehoorzaamheid horen bij elkaar

Johannes schrijft: “Wij krijgen van Hem wat we vragen, omdat we doen wat Hij zegt en leven zoals Hij graag wil.” (1 Johannes 3:22)

Niet omdat gehoorzaamheid gebedsverhoring verdient.

Maar omdat een echte relatie met God invloed heeft op wat wij verlangen en vragen.

Hoe dichter we bij Hem leven, hoe meer onze gebeden veranderen.

Eerst vraag je misschien vooral dingen

Wanneer mensen beginnen te bidden, bestaat het gebed vaak vooral uit verzoeken.

Heer, geef mij dit.

Help mij daarmee.

Los dit probleem op.

Bescherm mij.

En daar is niets verkeerd aan.

Jezus leert ons zelfs te vragen om ons dagelijkse brood.

Maar wanneer de relatie met God groeit, verandert gebed.

Je gaat Hem niet alleen zoeken om wat Hij geeft.

Je gaat Hem zoeken om wie Hij is.

Aanbidding hoort bij gebed

Het Onze Vader begint niet met verzoeken.

Jezus leert ons eerst zeggen: “Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden.” (Mattheüs 6:9)

Eerst God.

Zijn naam.

Zijn Koninkrijk.

Zijn wil.

Daarna onze behoeften.

Dat helpt ons gebed uit de kleine cirkel van ons eigen leven te halen.

Dankbaarheid verandert gebed

Paulus schrijft: “Wees over niets bezorgd, maar vertel God in alle omstandigheden wat jullie nodig hebben. Bid tot Hem en dank Hem.” (Filippenzen 4:6)

Bid.

En dank.

Dankbaarheid betekent niet dat alles goed voelt.

Het betekent dat we midden in onzekerheid blijven erkennen wie God is.

Dank U dat U mij hoort.

Dank U dat U bij mij bent.

Dank U voor Jezus.

Dank U dat mijn leven in Uw handen is.

Gebed kan vrede geven vóórdat er iets verandert

Paulus vervolgt: “Dan zal Gods vrede, die veel groter is dan wij kunnen begrijpen, jullie hart en gedachten beschermen in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:7)

Let op wat er niet staat.

Er staat niet: dan verdwijnen al jullie problemen onmiddellijk.

Er staat: dan zal Gods vrede jullie hart beschermen.

De omstandigheden kunnen nog hetzelfde zijn.

Maar jij bent niet meer alleen met die omstandigheden.

Jezus bidt voor ons

Nu komen we opnieuw bij een ontroerende waarheid.

Jezus wacht niet alleen tot wij tot Hem bidden.

Hij bidt Zelf voor Zijn volk.

Vlak vóór Zijn dood bad Jezus uitgebreid voor Zijn leerlingen.

En zelfs voor degenen die later door hun boodschap in Hem zouden geloven.

Dat betekent dat Jezus in Johannes 17 ook voor toekomstige gelovigen bad.

Voor mensen die eeuwen later zouden leven.

Voor ons.

Hij leeft om voor ons te pleiten

Hebreeën zegt: “Hij leeft voor altijd om voor hen te pleiten.” (Hebreeën 7:25)

Wat betekent dat voor jouw gebed?

Dat jouw stem niet alleen klinkt voor Gods troon.

Je hebt een Hogepriester.

Iemand die jou kent.

Iemand die jouw zaak vertegenwoordigt.

Iemand die Zijn eigen leven voor jou gaf.

De geur is niet onze verdienste

Dit is misschien één van de mooiste lessen van het reukofferaltaar.

Onze gebeden zijn vaak gebrekkig.

Maar ze komen voor God door Christus.

De aangename geur is niet onze volmaaktheid.

Het is de volmaaktheid van Jezus die onze nadering tot God mogelijk maakt.

Daarom hoeven wij niet te denken: heb ik goed genoeg gebeden?

Heb ik genoeg geloof gevoeld?

Was ik wel geconcentreerd genoeg?

Onze zekerheid ligt niet in de kwaliteit van ons gebed.

Onze zekerheid ligt in onze Middelaar.

Daarom mogen we vrijmoedig komen

Hebreeën zegt niet: kom alleen wanneer je een heel goede week hebt gehad.

Het zegt: “Laten we dus vol vertrouwen naar de troon van Gods genade gaan.” (Hebreeën 4:16)

Juist wanneer je genade nodig hebt.

Juist wanneer je hulp nodig hebt.

Juist wanneer je zwak bent.

De troon waarnaar het reukwerk opstijgt, is een troon van genade.

Gebed verandert onze richting

Er gebeurt nog iets wanneer we regelmatig bidden.

We worden steeds meer gericht op God.

Dat is precies de beweging van het heiligdom.

We begonnen buiten.

Bij iedere stap kwamen we dichterbij.

En nu staat het reukofferaltaar bijna tegen het voorhangsel aan.

Gebed brengt ons hart steeds dichter bij God.

Niet omdat God ver weg is.

Maar omdat wij vaak ver weg zijn in onze gedachten.

Gebed richt ons opnieuw op Hem.

Een gebedsleven is geen religieuze prestatie

Misschien hoor je mensen vertellen dat zij iedere ochtend een uur bidden.

En dan denk je: dat lukt mij nooit.

Maar gebed is geen wedstrijd.

God houdt geen ranglijst bij van wie het langst bidt.

Jezus veroordeelde juist mensen die lange gebeden gebruikten om indruk te maken.

Begin echt.

Al zijn het tien minuten.

Al zijn het vijf.

Praat met God.

Luister.

Lees een Bijbelgedeelte.

Vertel wat je bezighoudt.

Dank Hem.

En laat die relatie groeien.

Soms is stilte ook gebed

Gebed hoeft niet altijd vol woorden te zijn.

Psalm 46 zegt: “Wees stil en weet dat Ik God ben.” (Psalm 46:11)

Soms is het genoeg om bewust in Gods aanwezigheid te zijn.

Geen lijst verzoeken.

Geen lange woorden.

Gewoon stil.

De gebeden van Gods volk spelen een rol in Openbaring

In Openbaring zien we de gebeden van gelovigen opnieuw rond Gods troon.

De vier levende wezens en de oudsten hebben gouden schalen vol reukwerk.

Johannes legt uit: “Dat reukwerk zijn de gebeden van Gods mensen.” (Openbaring 5:8)

Wat een beeld.

Gebeden worden in de hemel niet als iets onbelangrijks gezien.

Ze worden voorgesteld als kostbaar reukwerk in gouden schalen.

Misschien voelt jouw gebed soms klein.

In de hemel wordt het niet klein gevonden.

Gebed en de grote strijd

Onze gebeden maken ook deel uit van de strijd tussen goed en kwaad.

Daniël bad en kreeg niet onmiddellijk antwoord.

Wanneer de engel uiteindelijk bij hem kwam, vertelde hij dat er een geestelijke strijd had plaatsgevonden.

Dat geeft ons een klein inkijkje in een werkelijkheid die wij meestal niet zien.

We hoeven daar niet allerlei speculaties aan toe te voegen.

Maar één ding is duidelijk.

Gebed heeft betekenis in een wereld waarin meer gebeurt dan onze ogen kunnen zien.

Blijf bidden

Daarom moedigt Jezus Zijn volgelingen aan niet op te geven.

Lukas zegt dat Jezus een gelijkenis vertelde “om hun te leren dat ze altijd moesten blijven bidden en nooit de moed moesten verliezen.” (Lukas 18:1)

Misschien bid je al lang voor iemand.

Voor een kind.

Voor een huwelijk.

Voor genezing.

Voor iemand die God niet kent.

Voor een situatie die maar niet verandert.

Blijf bidden.

Niet omdat God doof is.

Maar omdat vertrouwen soms betekent dat we blijven komen terwijl we het antwoord nog niet zien.

Van het reukofferaltaar naar het voorhangsel

Nu staan we op een bijzondere plaats.

Achter ons bevindt zich het brood.

Het Woord.

Daar brandt het licht.

De Geest.

En hier stijgt het reukwerk omhoog.

Gebed.

We zijn bijna bij het voorhangsel.

Daarachter bevindt zich het allerheiligste.

De ark.

De wet.

Het verzoendeksel.

Gods troon.

We komen steeds dichter bij het hart van het heiligdom.

Maar voordat we achter dat voorhangsel kijken, moeten we eerst begrijpen hoe de dagelijkse priesterdienst als geheel functioneerde.

Want het brood, het licht en het reukwerk stonden niet los van elkaar.

Samen vormden zij het dagelijkse werk in het heilige.

En dat dagelijkse werk vertelt ons nog meer over wat Jezus voor ons doet.

Om over na te denken

  • Wat zegt de plaats van het reukofferaltaar vlak vóór het allerheiligste jou over gebed?
  • Zie jij gebed vooral als iets om dingen aan God te vragen of als een relatie met Hem?
  • Wat betekent het voor jou dat God al weet wat je nodig hebt voordat je bidt?
  • Vind je het moeilijk om eerlijk tegen God te zijn over boosheid, verdriet of twijfel?
  • Wat helpt je om te blijven bidden wanneer God niet antwoordt zoals jij hoopt?
  • Wat betekent het dat Jezus jouw Middelaar is en voor jou pleit?
  • Geeft het je rust dat de zekerheid van je gebed niet afhangt van hoe mooi of volmaakt jij bidt?
  • Is er iemand of iets waarvoor je misschien te snel bent gestopt met bidden?

Gebed

Vader in de hemel, dank U dat ik met U mag spreken.
Dank U dat U al weet wat er in mijn hart leeft en mij toch uitnodigt om bij U te komen.
Dank U voor Jezus, mijn Middelaar en Hogepriester.
Dank U dat mijn gebeden niet afhankelijk zijn van mijn eigen volmaaktheid, maar door Hem voor Uw troon mogen komen.
Leer mij eerlijk met U te spreken.
Help mij te blijven bidden wanneer ik het antwoord nog niet zie.
Leer mij niet alleen Uw hand te zoeken, maar vooral Uw hart.
Laat mijn wil steeds meer in overeenstemming komen met Uw wil.
En laat mijn gebeden als aangenaam reukwerk voor Uw troon komen.
Amen.

ONTHOUD DIT: Het reukofferaltaar stond vlak vóór het voorhangsel naar Gods troon. Het reukwerk wijst naar de gebeden van Gods volk. Onze gebeden hoeven niet volmaakt te zijn, want Jezus is onze Middelaar en Hogepriester. Door Hem mogen we vol vertrouwen tot de troon van genade komen, zelfs wanneer onze woorden tekortschieten.

Volgende deel: Deel 14 – Het dagelijkse werk van onze Hogepriester