c9

Deel 9 – De priester: iemand staat tussen jou en God

Sleuteltekst

“Wij hebben een geweldige Hogepriester, Jezus, de Zoon van God.” (Hebreeën 4:14)

Tot nu toe hebben we vooral gekeken naar de voorwerpen van het heiligdom.

De poort.

Het brandofferaltaar.

Het wasvat.

Maar er liep ook iemand door het heiligdom.

Iemand die het offer aannam.

Iemand die met het bloed werkte.

Iemand die zich bij het wasvat waste.

Iemand die het heilige binnenging.

De priester.

En zonder hem zou de dienst van het heiligdom niet functioneren.

Dat is niet toevallig.

Want de zondaar had niet alleen een offer nodig.

Hij had ook iemand nodig die namens hem voor God verscheen.

En juist daar begint een van de mooiste waarheden van het heiligdom zichtbaar te worden: Jezus is niet alleen het Lam dat voor ons stierf. Hij is ook onze Hogepriester die voor ons leeft.

Waarom waren er priesters nodig?

God koos Aäron en zijn zonen voor de priesterdienst.

“Laat je broer Aäron en zijn zonen bij je komen. Uit alle Israëlieten moeten zij Mij als priesters dienen.” (Exodus 28:1)

De priester stond als het ware tussen het volk en de heilige dienst in het heiligdom.

De Israëliet kon zijn offer naar het heiligdom brengen.

Hij kon zijn zonde belijden.

Het offer kon worden geslacht.

Maar daarna nam de priester de dienst over.

Hij bracht het bloed.

Hij verzorgde de lampen.

Hij zorgde voor het reukwerk.

Hij diende bij het heiligdom.

En één keer per jaar ging de hogepriester zelfs het allerheiligste binnen.

De priester vertegenwoordigde het volk voor God.

Maar tegelijkertijd vertegenwoordigde hij Gods heilige dienst tegenover het volk.

Hij was een middelaar.

Het probleem was niet dat God geen mensen wilde zien

Wanneer we horen dat er een middelaar nodig is, kunnen we een verkeerd beeld krijgen.

Alsof God ver weg zit en wij iemand nodig hebben die Hem moet overtuigen om vriendelijk tegen ons te zijn.

Maar dat is niet wat het heiligdom leert.

Wie bedacht het priesterschap?

God.

Wie opende de weg?

God.

Wie gaf het offer?

God.

Wie wees de hogepriester aan?

God.

Het priesterschap was dus niet bedacht om een onwillige God over te halen.

God gaf Zelf de middelaar omdat Hij wist dat zondige mensen niet uit eigen kracht in Zijn heilige aanwezigheid konden staan.

Ook hier zien we Gods initiatief.

Hij maakt de weg mogelijk.

De priester moest zelf ook een offer brengen

Er was echter een probleem met de aardse priesters.

Zij waren zelf zondaren.

Aäron kon niet doen alsof hij boven het volk stond.

Ook hij had vergeving nodig.

Op de Grote Verzoendag moest de hogepriester daarom eerst een offer voor zichzelf en zijn eigen gezin brengen.

“Aäron moet de jonge stier offeren als offer voor zijn eigen ongehoorzaamheid. Zo moet hij verzoening doen voor zichzelf en zijn familie.” (Leviticus 16:6)

Dat laat meteen de beperking van het aardse priesterschap zien.

De priester kon naar Iemand anders wijzen.

Maar hij kon zelf niet de volmaakte Middelaar zijn.

Hij had dezelfde Redder nodig als de mensen die hij vertegenwoordigde.

Jezus is anders

Wanneer we bij Jezus komen, verandert alles.

Hebreeën zegt over Hem: “Zo’n Hogepriester hadden we nodig. Hij is heilig, zonder schuld en zonder zonde.” (Hebreeën 7:26)

Jezus hoeft niet eerst een offer voor Zijn eigen zonden te brengen.

Hij heeft geen zonden.

Hij staat niet naast ons als nog een schuldige mens die probeert te helpen.

Hij is de zondeloze Hogepriester.

En toch begrijpt Hij ons volledig.

Dat is een bijzondere combinatie.

Volkomen heilig en toch volledig betrokken bij onze menselijke zwakheid.

Onze Hogepriester werd werkelijk mens

In het vorige deel zagen we waarom Jezus werkelijk mens moest worden.

Dat is ook belangrijk voor Zijn werk als Hogepriester.

Hebreeën zegt: “Daarom moest Hij in alles aan zijn broeders en zusters gelijk worden. Dan kon Hij een meelevende en trouwe Hogepriester worden in de dingen die met God te maken hebben.” (Hebreeën 2:17)

Jezus kent het menselijke leven niet alleen vanuit de hemel.

Hij heeft hier gewoond.

Hij heeft honger gehad.

Hij is moe geweest.

Hij heeft verdriet gekend.

Hij is afgewezen.

Hij is verzocht.

Hij heeft lichamelijke pijn geleden.

Hij heeft gehuild.

Hij weet hoe het is om mens te zijn.

Hij begrijpt jouw zwakheid

Dat maakt de woorden uit Hebreeën 4 zo bijzonder: “Wij hebben geen Hogepriester die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden. Hij is in alles op dezelfde manier als wij verzocht. Maar Hij heeft nooit gezondigd.” (Hebreeën 4:15)

Lees dat nog eens goed.

Jezus kijkt niet vanuit de verte naar jouw strijd en denkt: waarom is dat voor jou zo moeilijk?

Hij begrijpt.

Hij kent verleiding.

Hij kent verdriet.

Hij kent angst.

Hij kent pijn.

Hij weet wat het betekent om onder enorme druk toch voor God te kiezen.

Daarom hoeven we bij Hem niet te doen alsof.

De priester droeg het volk symbolisch bij zich

De kleding van de hogepriester bevatte prachtige symboliek.

Op zijn borst droeg hij de borsttas met twaalf kostbare stenen.

Op iedere steen stond de naam van één van de stammen van Israël.

“De stenen moeten de namen van de twaalf zonen van Israël dragen. Op elke steen moet de naam van één van de twaalf stammen worden gegraveerd.” (Exodus 28:21)

Daarna zegt God: “Zo zal Aäron de namen van de twaalf stammen van Israël op zijn hart dragen als hij het heiligdom binnengaat.” (Exodus 28:29)

Wat een beeld.

De hogepriester ging het heiligdom niet alleen voor zichzelf binnen.

Hij droeg de namen van Gods volk op zijn hart.

Wanneer hij voor God verscheen, droeg hij hen symbolisch met zich mee.

Jezus draagt jou op Zijn hart

De aardse hogepriester droeg twaalf namen.

Jezus kent iedere naam.

Hij vertegenwoordigt Zijn mensen persoonlijk.

Dat betekent dat je voor Jezus niet verdwijnt in een massa van miljarden mensen.

Hij kent jou.

Jezus zei: “Ik ben de goede Herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij.” (Johannes 10:14)

En over de Herder zegt Hij: “Hij roept zijn eigen schapen bij hun naam.” (Johannes 10:3)

Bij naam.

Dat is hoe persoonlijk Gods verlossingsplan is.

Ook op zijn schouders droeg de hogepriester namen

Op de schouderstukken van de hogepriester zaten twee stenen met daarop opnieuw de namen van de stammen van Israël.

“Aäron moet hun namen op zijn schouders dragen als hij bij de Heer komt. Zo zal de Heer steeds aan hen denken.” (Exodus 28:12)

Op het hart.

En op de schouders.

Het hart doet denken aan liefde.

De schouders doen denken aan dragen.

Ook hier moeten we voorzichtig zijn om symboliek niet verder uit te werken dan de Bijbel zelf doet.

Maar het beeld is prachtig.

De hogepriester droeg het volk wanneer hij voor God verscheen.

En dat doet denken aan Jezus.

Jesaja zegt over de Messias: “Hij heeft onze ziekten gedragen en onze pijn op Zich genomen.” (Jesaja 53:4)

Christus draagt wat wij zelf niet kunnen dragen.

Eén Middelaar

Paulus schrijft heel duidelijk: “Er is maar één God. En er is ook maar één Middelaar tussen God en de mensen: de mens Jezus Christus.” (1 Timotheüs 2:5)

Dat is belangrijk.

Volgens het Nieuwe Testament hebben wij geen menselijke priester nodig die tussen Christus en ons in staat om ons toegang tot God te geven.

Onze Middelaar is Jezus.

Wij mogen rechtstreeks tot God bidden in de naam van Christus.

Wij hoeven geen aardse geestelijke leider te overtuigen om onze zaak bij God te bepleiten.

Jezus Zelf is onze Middelaar.

Jezus is zowel Offer als Priester

Hier wordt het heiligdom bijzonder.

In de aardse dienst waren het offer en de priester twee verschillende dingen.

Het lam stierf.

De priester diende.

Maar in Jezus komen beide samen.

Hij is het Offer.

En Hij is de Hogepriester.

Hebreeën zegt: “Christus heeft Zichzelf aan God geofferd als een volmaakt offer.” (Hebreeën 9:14)

Hij brengt dus niet iets anders.

Hij geeft Zichzelf.

Dat maakt Zijn priesterschap totaal anders dan het aardse priesterschap.

Het kruis was niet het einde van Jezus’ werk

Dit is één van de belangrijkste punten in onze hele serie.

Jezus stierf aan het kruis.

Hij zei: “Het is volbracht!” (Johannes 19:30)

Zijn offer was volledig.

Er hoeft nooit een ander offer voor onze zonden gebracht te worden.

Maar betekende dat dat Jezus daarna niets meer te doen had in het verlossingsplan?

Nee.

Jezus stond op uit de dood.

Hij verscheen aan Zijn leerlingen.

Daarna ging Hij naar de hemel.

En Hebreeën vertelt ons waarom Zijn hemelvaart zo belangrijk is.

“Christus is de hemel zelf binnengegaan. Daar staat Hij nu voor ons voor God.” (Hebreeën 9:24)

Let weer op die woorden: voor ons.

Wat doet Jezus nu?

Veel christenen zouden op de vraag waar Jezus nu is antwoorden: in de hemel.

Dat is waar.

Maar Hebreeën vertelt veel meer.

Jezus zit niet zomaar te wachten op Zijn wederkomst.

Hij dient als Hogepriester.

“Hij zit in de hemel aan de rechterkant van de troon van God. Hij dient in het echte heiligdom, in de echte tent die door de Heer is neergezet en niet door mensen.” (Hebreeën 8:1-2)

Dit is een enorme waarheid.

Het heiligdom leert ons niet alleen wat Jezus deed.

Het helpt ons begrijpen wat Jezus doet.

Nu.

Vandaag.

Voor ons.

Jezus pleit voor ons

Paulus schrijft: “Christus Jezus is gestorven en weer levend geworden. Hij zit aan de rechterkant van God en pleit daar voor ons.” (Romeinen 8:34)

Jezus pleit voor ons.

Wat betekent dat?

Niet dat Jezus een boze Vader probeert te overtuigen om ons toch maar niet te vernietigen.

Dat zou opnieuw in strijd zijn met het hele evangelie.

De Vader heeft ons Zelf lief.

Christus’ voorbede betekent dat Hij als onze vertegenwoordiger voor God staat.

Zijn volmaakte leven.

Zijn offer.

Zijn gerechtigheid.

Dat alles staat tussen onze schuld en de veroordeling die wij verdienen.

Satan beschuldigt

Openbaring noemt Satan “de aanklager van onze broeders en zusters”. (Openbaring 12:10)

Dat past bij wat zijn naam betekent.

Hij beschuldigt.

Misschien herken je iets daarvan.

Een stem die zegt: kijk wat je gedaan hebt.

Je bent waardeloos.

God kan jou onmogelijk nog aannemen.

Je hebt het te vaak verkeerd gedaan.

Maar wanneer de aanklager naar jouw zonden wijst, wijst jouw Hogepriester naar Zijn bloed.

Johannes schrijft: “Als iemand zondigt, hebben we Iemand die voor ons pleit bij de Vader: Jezus Christus, die volmaakt rechtvaardig is.” (1 Johannes 2:1)

Dat is geweldig nieuws.

Onze hoop ligt niet in onze eigen goedheid

Stel je voor dat onze toegang tot God afhankelijk was van hoe goed onze week is gegaan.

Op goede dagen zou je misschien durven bidden.

Op slechte dagen niet.

Na een overwinning zou je vertrouwen hebben.

Na een val zou je je verbergen.

Maar onze hoop ligt niet in onze prestaties.

Onze hoop ligt in onze Hogepriester.

Daarom kan Hebreeën zeggen: “Laten we dus vol vertrouwen naar de troon van Gods genade gaan.” (Hebreeën 4:16)

Waarom vol vertrouwen?

Omdat wij zulke goede mensen zijn geworden?

Nee.

Omdat Jezus daar is.

Juist wanneer je gefaald hebt

Dit klinkt misschien vreemd, maar juist wanneer je hebt gezondigd, moet je niet van Jezus weglopen.

Dat is het moment waarop je Hem nodig hebt.

De aanklager zegt: verberg je.

Jezus zegt: kom.

De aanklager zegt: nu kun je toch niet bidden.

Jezus zegt: kom naar de troon van genade.

De aanklager zegt: eerst moet je jezelf weer bewijzen.

Het evangelie zegt: belijd je zonde en vertrouw op Christus.

“Als we onze zonden aan God vertellen, zal Hij doen wat Hij heeft beloofd. Hij zal onze zonden vergeven en ons reinigen van alles wat verkeerd is.” (1 Johannes 1:9)

Een Hogepriester die altijd leeft

De aardse priesters hadden nog een probleem.

Ze stierven.

Generatie na generatie moest een nieuwe priester worden aangesteld.

Maar Jezus’ priesterschap is anders.

“Jezus leeft voor eeuwig. Daarom blijft Hij voor altijd Priester.” (Hebreeën 7:24)

En dan volgt een van de mooiste beloften uit Hebreeën: “Daarom kan Hij iedereen die door Hem naar God komt volledig redden. Want Hij leeft voor altijd om voor hen te pleiten.” (Hebreeën 7:25)

Volledig redden.

Niet half.

Niet tijdelijk.

Niet alleen zolang jij nooit meer struikelt.

Volledig.

Omdat jouw Hogepriester leeft.

God wil niet alleen dat je vergeven bent

Waarom is dit priesterschap nodig als Jezus’ offer al volmaakt is?

Omdat verlossing uiteindelijk meer is dan een juridische kwijtschelding.

God brengt mensen werkelijk terug in gemeenschap met Zichzelf.

Jezus past de betekenis van Zijn volbrachte offer toe op degenen die tot Hem komen.

Hij vertegenwoordigt ons.

Hij reinigt.

Hij leidt.

Hij brengt ons uiteindelijk tot God.

Petrus schreef: “Christus is één keer voor de zonden gestorven. Hij die onschuldig was, is voor schuldige mensen gestorven. Zo kon Hij jullie bij God brengen.” (1 Petrus 3:18)

Dat is nog steeds het doel.

Bij God brengen.

Hogepriester betekent ook medelijden

Wanneer wij het woord priester horen, denken we misschien vooral aan een officiële functie.

Maar Hebreeën benadrukt iets anders.

Medelijden.

“Wij hebben geen Hogepriester die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden.” (Hebreeën 4:15)

Het Griekse idee achter deze woorden gaat veel verder dan afstandelijk begrip.

Jezus is werkelijk bewogen met ons.

Wanneer jij verdriet hebt, is Hij niet onverschillig.

Wanneer jij wordt verzocht, kijkt Hij niet neer op je strijd.

Wanneer jij valt en berouw hebt, staat Hij niet klaar om je af te wijzen.

Onze Hogepriester heeft een hart voor de mensen die Hij vertegenwoordigt.

Het priesterschap laat opnieuw Gods karakter zien

We ontdekken in ieder onderdeel van het heiligdom iets over God.

Bij de poort zagen we dat God toegang geeft.

Bij het altaar zagen we dat God Zelf in het Offer voorziet.

Bij het wasvat zagen we dat God ons wil reinigen.

En bij de priester zien we dat God ons niet alleen laat staan voor Zijn troon.

Hij geeft ons een Vertegenwoordiger.

Een Middelaar.

Een Hogepriester.

Niet omdat Hij ons liever niet ziet.

Maar juist omdat Hij alles heeft gedaan om ervoor te zorgen dat wij veilig tot Hem kunnen naderen.

Geen angst voor de troon

Misschien heb je God ooit vooral gezien als Rechter.

En de gedachte aan Gods troon maakte je bang.

Maar kijk naar wat Hebreeën doet.

Het spreekt over onze Hogepriester.

En onmiddellijk daarna zegt het: “Laten we dus vol vertrouwen naar de troon van Gods genade gaan.” (Hebreeën 4:16)

Niet de troon van angst.

Niet de troon van afwijzing.

De troon van genade.

Waarom?

Omdat Jezus daar is.

Het aardse priesterschap was een schaduw

Nu beginnen we ook te begrijpen waarom God het aardse priesterschap zo uitgebreid liet uitbeelden.

Het was een les.

Een schaduw.

Eeuwenlang zag Israël priesters tussen het altaar en het heiligdom bewegen.

Maar al die priesters wezen uiteindelijk naar Eén.

De ware Hogepriester.

Jezus Christus.

De aardse priester kon sterven.

Jezus leeft eeuwig.

De aardse priester was zelf zondig.

Jezus is zonder zonde.

De aardse priester bracht het bloed van een ander offer.

Jezus gaf Zijn eigen leven.

De aardse priester diende in een aardse kopie.

Jezus dient in het hemelse heiligdom.

Nu zijn we klaar om naar binnen te gaan

We hebben lang in het voorhof gestaan.

We gingen door de poort.

We stonden bij het altaar.

We zagen het Lam.

We kwamen bij het wasvat.

En nu kennen we ook de Priester die de dienst uitvoert.

In het volgende deel gaan we met onze blik verder.

Door het eerste voorhangsel.

Het heilige binnen.

Maar voordat we naar de kandelaar, de toonbroden en het reukofferaltaar kijken, moeten we eerst begrijpen waar Jezus na Zijn hemelvaart naartoe ging.

Want het aardse heiligdom was slechts een afbeelding.

Er bestaat een werkelijkheid.

Een hemels heiligdom.

En daar dient onze Hogepriester.

Op dit moment.

Voor jou.

Om over na te denken

  • Waarom was er naast een offer ook een priester nodig?
  • Wat betekent het voor jou dat de hogepriester de namen van Gods volk op zijn hart droeg?
  • Hoe verandert het jouw beeld van Jezus wanneer je beseft dat Hij jouw zwakheid werkelijk begrijpt?
  • Heb jij de neiging om juist van God weg te lopen wanneer je hebt gefaald?
  • Wat betekent het dat Jezus “voor ons” voor God verschijnt?
  • Waarom hoeft Christus’ voorbede niet te betekenen dat Hij een boze Vader moet overtuigen om ons te vergeven?
  • Geeft de gedachte dat Jezus altijd leeft om voor jou te pleiten je meer vertrouwen om tot God te komen?

Gebed

Vader in de hemel, dank U dat U mij niet alleen een Offer hebt gegeven, maar ook een Hogepriester.
Dank U dat Jezus mijn zwakheid kent en begrijpt.
Dank U dat Hij zonder zonde is en toch vol medelijden naar mij kijkt.
Dank U dat Hij voor mij voor Uw troon staat.
Help mij niet weg te lopen wanneer ik heb gefaald, maar juist naar U toe te komen.
Leer mij niet op mijn eigen goedheid te vertrouwen, maar op Jezus en Zijn gerechtigheid.
Dank U dat Hij leeft en mij volledig kan redden.
En geef mij steeds meer vertrouwen om tot Uw troon van genade te komen.
Amen.

ONTHOUD DIT: Jezus is niet alleen het Lam dat voor ons stierf. Hij is ook onze levende Hogepriester. Hij kent onze zwakheid, vertegenwoordigt ons voor God en leeft voor altijd om voor ons te pleiten. Daarom hoeven wij niet bang van God weg te blijven, maar mogen we vol vertrouwen naar Zijn troon van genade gaan.

Volgende deel: Deel 10 – Het hemelse heiligdom: waar is Jezus nu?