
Deel 6 – Het brandofferaltaar: de prijs van onze redding
Sleuteltekst
“Hij werd mishandeld vanwege onze ongehoorzaamheid aan God. Hij werd geslagen omdat wij slechte dingen hadden gedaan. Hij werd gestraft, zodat wij vrede zouden hebben. Hij werd geslagen, zodat wij genezen zouden worden.” (Jesaja 53:5)
We zijn door de poort gegaan.
Voor ons staat nu het eerste grote voorwerp van het heiligdom.
Het brandofferaltaar.
Je kon er niet omheen.
Iedereen die het heiligdom binnenkwam, werd ermee geconfronteerd.
Hier brandde vuur.
Hier werden offers gebracht.
Hier vloeide bloed.
Hier stierf een onschuldig dier.
Misschien is dit wel het moeilijkste beeld van het hele heiligdom.
Waarom moest er zoveel bloed vloeien?
Waarom moesten dieren sterven?
Waarom was een offer nodig?
En als God werkelijk een God van liefde is, waarom kon Hij de zondaar dan niet gewoon vergeven?
Juist bij het brandofferaltaar beginnen we te begrijpen hoe ernstig de zonde is.
Maar we ontdekken hier nog iets veel groters.
Hoe groot Gods liefde is.
Want uiteindelijk vertelt het altaar niet wat God van de mens eiste.
Het vertelt wat God Zelf bereid was te geven.
Het altaar stond als eerste op de weg
Zodra iemand door de poort van het voorhof kwam, zag hij het brandofferaltaar.
God had het altaar niet achter in het heiligdom geplaatst.
Je kwam niet eerst bij de kandelaar.
Niet bij de toonbroden.
Niet bij het reukofferaltaar.
Niet bij de ark en de Tien Geboden.
Eerst kwam het altaar.
Dat leert ons iets fundamenteels over redding.
De weg naar God begint niet met wat wij voor God doen.
De weg naar God begint met wat God voor ons doet.
Wij kunnen onszelf niet redden.
Wij kunnen onze schuld niet ongedaan maken.
Wij kunnen onze zonden niet uit ons verleden verwijderen.
Er is verzoening nodig.
En daarom staat er aan het begin van de weg een altaar.
Breng een dier zonder gebrek
Wanneer een Israëliet had gezondigd, kon hij met een offerdier naar het heiligdom komen.
Leviticus beschrijft bijvoorbeeld wat er gebeurde wanneer iemand een schaap als zondoffer bracht: “Als hij een schaap als offer voor zijn ongehoorzaamheid wil geven, moet hij een vrouwtjesschaap zonder gebreken brengen.” (Leviticus 4:32)
Geen ziek dier.
Geen gewond dier.
Geen dier dat toch al bijna zou sterven.
Het moest zonder gebrek zijn.
Waarom?
Omdat het offer vooruitwees naar Iemand die Zelf zonder zonde zou zijn.
Petrus schrijft over Jezus: “Jullie zijn vrijgekocht met het kostbare bloed van Christus. Hij was als een volmaakt en onschuldig lam.” (1 Petrus 1:19)
Jezus kon onze zonden dragen omdat Hij Zelf geen zonde had.
Hij was werkelijk het volmaakte Offer.
Dan legde de zondaar zijn hand op het dier
Nu gebeurde er iets heel persoonlijks.
De zondaar legde zijn hand op de kop van het offerdier.
“Hij moet zijn hand op de kop van het dier leggen.” (Leviticus 4:33)
Dat was geen betekenisloos gebaar.
De zondaar identificeerde zich met het offer.
Hij kwam niet kijken hoe een priester ergens een religieuze ceremonie uitvoerde.
Dit offer had met zijn zonde te maken.
Hij was schuldig.
Het dier was onschuldig.
Toch zou het dier sterven.
Hier zien we een principe dat door het hele verlossingsplan loopt: de schuldige leeft doordat een onschuldige zijn plaats inneemt.
We zagen dat al bij Abraham en Izak.
Izak zou sterven.
Maar God voorzag in een ram.
“Abraham pakte de ram en offerde hem in plaats van zijn zoon.” (Genesis 22:13)
In plaats van.
Dat zijn misschien wel drie van de belangrijkste woorden om het kruis te begrijpen.
En dan moest de zondaar het dier zelf doden
Dit onderdeel van de offerdienst is aangrijpend.
De zondaar bracht niet alleen het dier.
Hij moest het zelf slachten.
“Daarna moet hij het schaap slachten als offer voor zijn ongehoorzaamheid.” (Leviticus 4:33)
Probeer je dat eens voor te stellen.
Je hebt een gezond dier meegenomen.
Het heeft niets verkeerd gedaan.
Je legt je hand op zijn kop.
En daarna neem jij zijn leven.
Het dier sterft omdat jij hebt gezondigd.
Zonde werd daardoor ineens heel concreet.
Wij kunnen gemakkelijk zeggen: iedereen maakt fouten.
Of: zo erg was het toch niet?
Maar bij het altaar werd zichtbaar wat zonde werkelijk veroorzaakt.
De dood.
Paulus schrijft: “Het loon dat de zonde geeft, is de dood.” (Romeinen 6:23)
Zonde is in Gods ogen niet iets kleins.
Niet omdat God overdreven streng is.
Maar omdat zonde alles vernietigt wat God liefheeft.
Zonde veroorzaakt gebroken relaties.
Zonde veroorzaakt geweld.
Zonde veroorzaakt bedrog.
Zonde veroorzaakt ziekte, verdriet en dood.
De hele geschiedenis van deze wereld laat zien waar zonde uiteindelijk toe leidt.
Bij het altaar liet God zien dat zonde een prijs heeft.
Het lam had niets gedaan
En toch bleef daar die moeilijke werkelijkheid.
Het dier was onschuldig.
Waarom moest het sterven?
Omdat God door middel van dat offer iets wilde laten zien wat eeuwen later werkelijkheid zou worden.
Jesaja schreef over de komende Messias: “Wij dwaalden allemaal rond als schapen. Ieder van ons ging zijn eigen weg. Maar de Heer legde de schuld van ons allemaal op Hem.” (Jesaja 53:6)
Wij dwaalden.
Wij gingen onze eigen weg.
Wij waren schuldig.
Maar onze schuld kwam op Hem terecht.
Paulus zegt het nog sterker: “Christus had nooit gezondigd. Maar God liet Hem voor ons de straf voor de zonde dragen. Daardoor kunnen wij door Christus voor God rechtvaardig worden.” (2 Korintiërs 5:21)
Dat is plaatsvervanging.
Jezus stierf niet omdat Hij gezondigd had.
Hij stierf omdat wij gezondigd hebben.
Kijk naar het Lam
Eeuwenlang werden offerdieren naar het altaar gebracht.
En toen staat Johannes de Doper op een dag bij de Jordaan.
Hij ziet Jezus aankomen.
En ineens vallen eeuwen van symboliek samen in één zin: “Kijk, daar is het Lam van God! Hij neemt de zonde van de wereld weg!” (Johannes 1:29)
Daar loopt het werkelijke Lam.
Alle offers vóór Hem waren schaduwen.
Dit is de werkelijkheid.
Het altaar wees naar Golgotha.
Het bloed wees naar Zijn bloed.
Het onschuldige dier wees naar de zondeloze Christus.
En de zondaar die vrijuit ging omdat een ander stierf, wees naar ons.
Niet wij brachten uiteindelijk het Lam
Maar nu ontdekken we iets wat het evangelie nog indrukwekkender maakt.
Wie bracht uiteindelijk het werkelijke Lam?
God.
Abraham had eeuwen eerder tegen Izak gezegd: “God zal Zelf voor een lam voor het offer zorgen, mijn zoon.” (Genesis 22:8)
En dat deed Hij.
Jezus is het Lam van God.
Niet alleen een offer dat wij aan God brengen.
Hij is Gods geschenk aan ons.
“Want God hield zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen gaf.” (Johannes 3:16)
God vraagt ons dus niet om zelf de prijs van onze redding te betalen.
Hij betaalt die prijs Zelf.
Dat verandert alles.
Was het de Vader die Zijn Zoon wilde straffen?
Hier moeten we voorzichtig zijn, want er kan gemakkelijk een verkeerd beeld van God ontstaan.
Je zou naar de offerdienst kunnen kijken en denken dat Jezus een liefdevolle Redder is die ons probeert te beschermen tegen een boze Vader.
Alsof de Vader ons wilde vernietigen en Jezus ertussen sprong.
Maar dat is niet het evangelie.
Jezus zei: “De Vader Zelf houdt van jullie.” (Johannes 16:27)
En Paulus schrijft: “God heeft door Christus de wereld weer met Zichzelf verzoend.” (2 Korintiërs 5:19)
De Vader en de Zoon staan niet tegenover elkaar in het verlossingsplan.
Het kruis laat de liefde van God zien.
De Vader gaf.
De Zoon gaf Zichzelf.
Jezus zei over Zijn leven: “Niemand neemt mijn leven van Mij af. Ik geef het Zelf.” (Johannes 10:18)
Jezus was geen onwillig slachtoffer.
Vader en Zoon waren één in het plan om de mens te redden.
Waarom kon God niet gewoon vergeven?
Maar de vraag blijft.
Als God liefde is, waarom was het kruis dan nodig?
Waarom zei Hij niet eenvoudig: jullie zijn vergeven?
Omdat vergeving nooit betekent dat kwaad ineens geen gevolgen meer heeft.
Stel dat iemand iets kostbaars van jou vernielt.
Je kunt hem vergeven.
Maar het verlies is daarmee niet verdwenen.
Iemand draagt de kosten.
Als jij de ander volledig vergeeft en niets van hem terugvraagt, dan draag jij uiteindelijk het verlies.
Dat helpt ons iets te begrijpen van het kruis.
De zonde heeft een werkelijke schuld veroorzaakt.
God doet niet alsof die schuld niet bestaat.
Hij neemt het kwaad serieus.
Maar in plaats van de volledige prijs op ons te leggen, draagt Hij in Christus Zelf de kosten van onze verzoening.
Dat is geen tegenstelling tussen gerechtigheid en liefde.
Dat is liefde die bereid is de prijs te dragen.
Aan het kruis zien we hoe ernstig zonde is
Wij kijken soms naar zonde alsof het vooral gaat om regels overtreden.
Maar kijk naar Golgotha.
Daar zien we wat zonde werkelijk betekent.
Jezus wordt verraden.
Vals beschuldigd.
Bespot.
Geslagen.
Gegeseld.
Aan een kruis gespijkerd.
Mensen lachen terwijl Hij sterft.
Daar zien we waartoe zonde leidt.
Maar er gebeurt nog iets veel diepers.
Jezus draagt onze zonden.
Petrus schrijft: “Hij heeft Zelf onze zonden gedragen toen Hij aan het kruis hing.” (1 Petrus 2:24)
De Zoon van God ervaart de verschrikkelijke werkelijkheid van wat de zonde doet.
Daarom roept Hij: “Mijn God, mijn God, waarom heeft U Mij verlaten?” (Mattheüs 27:46)
De woorden komen uit Psalm 22.
Aan het kruis draagt Jezus wat wij nooit volledig kunnen bevatten.
De schuld van de wereld.
Maar aan hetzelfde kruis zien we hoe groot Gods liefde is
Dit is misschien wel het grootste wonder.
Het kruis vertelt ons tegelijkertijd twee dingen.
Zonde is veel erger dan wij denken.
En:
God houdt veel meer van ons dan wij denken.
Als zonde onbelangrijk was, was Golgotha niet nodig geweest.
Maar als God ons niet liefhad, was Golgotha nooit gebeurd.
Paulus schrijft: “God heeft laten zien hoeveel Hij van ons houdt. Want toen wij nog zondaars waren, is Christus voor ons gestorven.” (Romeinen 5:8)
Niet toen wij Hem al liefhadden.
Niet toen wij gehoorzaam waren.
Niet toen wij ons leven hadden veranderd.
Toen wij nog zondaars waren.
Het kruis is Gods antwoord op de vraag: hoeveel ben ik voor Hem waard?
Kijk naar de prijs die Hij bereid was te betalen.
Bloed stond voor leven
Bij het altaar speelde bloed een centrale rol.
Dat kan voor moderne lezers vreemd of zelfs afstotend zijn.
Maar de Bijbel legt uit waarom bloed zo belangrijk was: “Want het leven van een levend wezen zit in zijn bloed. Ik heb jullie het bloed gegeven om op het altaar verzoening te doen voor jullie leven.” (Leviticus 17:11)
Het bloed stond voor leven.
Wanneer bloed werd vergoten, werd zichtbaar dat een leven was gegeven.
Daarom schrijft Hebreeën: “Zonder bloed is er geen vergeving.” (Hebreeën 9:22)
Maar opnieuw moeten we goed begrijpen wat dit betekent.
God had geen behoefte aan bloed omdat Hij wreed is.
Het bloed liet zien dat zonde leven kost.
En uiteindelijk liet het zien dat Christus Zijn leven voor ons zou geven.
Het bloed van dieren kon niemand werkelijk redden
Er zit iets belangrijks in het offersysteem.
Geen enkel dier kon werkelijk de schuld van een mens dragen.
Hebreeën zegt heel duidelijk: “Want het bloed van stieren en bokken kan de zonden helemaal niet wegnemen.” (Hebreeën 10:4)
Waarom werden ze dan geofferd?
Omdat ze vooruitwezen.
Het lam was een symbool.
Het bloed was een symbool.
Het altaar was een symbool.
De werkelijkheid was Christus.
Daarom kon David al begrijpen dat God uiteindelijk meer wilde dan alleen een offerceremonie: “U wilt niet alleen maar offers. Anders zou ik die wel brengen. U verlangt niet naar brandoffers. Het offer waar U naar verlangt, is een gebroken geest. U wijst een gebroken en berouwvol hart niet af, God.” (Psalm 51:18-19)
Het offer zonder geloof en berouw had geen betekenis.
God wilde het hart.
Jezus gaf één Offer dat genoeg is
De offers in het aardse heiligdom moesten steeds opnieuw worden gebracht.
Dag na dag.
Jaar na jaar.
Waarom?
Omdat ze de zonde niet werkelijk konden verwijderen.
Maar toen Jezus kwam, veranderde dat.
“Christus heeft één offer voor de zonden gebracht dat voor altijd voldoende is.” (Hebreeën 10:12)
Eén Offer.
Geen tweede Golgotha.
Geen nieuwe Messias.
Geen aanvullend offer van ons.
Het is genoeg.
Toen Jezus aan het kruis stierf, zei Hij: “Het is volbracht!” (Johannes 19:30)
De prijs was betaald.
Het werkelijke Lam was geofferd.
Genade is gratis, maar niet goedkoop
Wij zeggen vaak dat redding gratis is.
En dat is waar.
Wij kunnen haar niet kopen.
Wij kunnen haar niet verdienen.
Wij ontvangen haar uit genade.
Maar gratis voor ons betekent niet dat redding niets heeft gekost.
Integendeel.
Petrus schrijft dat wij niet zijn vrijgekocht met zilver of goud, maar “met het kostbare bloed van Christus.” (1 Petrus 1:19)
Genade is gratis voor de zondaar.
Maar de prijs voor God was onvoorstelbaar groot.
Misschien begrijpen we pas bij het brandofferaltaar werkelijk hoe kostbaar genade is.
Leg jij je hand op het Lam?
Er is nog iets persoonlijks aan de offerdienst dat we niet mogen missen.
De zondaar stond niet op afstand.
Hij moest naar het altaar komen.
Hij legde zijn hand op het offer.
Hij erkende daarmee dat dit offer met zijn schuld te maken had.
Ook wij kunnen het kruis van Jezus op afstand bekijken.
We kunnen geloven dat Jezus werkelijk heeft bestaan.
We kunnen geloven dat Hij voor de wereld is gestorven.
We kunnen prachtige liederen over het kruis zingen.
We kunnen zelfs diepgaande Bijbelstudies over het heiligdom lezen.
Maar uiteindelijk wordt de vraag persoonlijk.
Wat betekent Zijn offer voor jou?
Paulus schrijft: “De Zoon van God hield van mij en heeft Zichzelf voor mij gegeven.” (Galaten 2:20)
Voor mij.
Daar wordt het evangelie persoonlijk.
Niet alleen: Jezus stierf voor de wereld.
Maar: Jezus stierf voor mij.
Je hoeft niet zelf op het altaar
Misschien probeer je nog steeds op een bepaalde manier voor je eigen schuld te betalen.
Door jezelf te blijven veroordelen.
Door te denken dat God je pas weer werkelijk kan liefhebben wanneer je lang genoeg spijt hebt gehad.
Door steeds opnieuw oude zonden op te halen die je al aan Hem hebt beleden.
Door te proberen je schuld met goede daden te compenseren.
Maar dan heb je het altaar nog niet helemaal begrepen.
Er ligt al een Offer.
De prijs is al betaald.
Johannes schrijft: “Als we onze zonden aan God vertellen, zal Hij doen wat Hij heeft beloofd. Hij zal onze zonden vergeven en ons reinigen van alles wat verkeerd is.” (1 Johannes 1:9)
Wanneer God vergeeft, hoeven wij niet te proberen een tweede betaling te doen.
Jezus is genoeg.
Maar genade verandert hoe je naar zonde kijkt
Dat betekent niet dat zonde ineens onbelangrijk wordt.
Juist het tegenovergestelde.
Hoe dichter je bij het altaar komt, hoe moeilijker het wordt om luchtig over zonde te denken.
Want iedere keer dat we naar het kruis kijken, beseffen we wat onze redding heeft gekost.
Genade zegt niet: zonde maakt niets uit.
Genade zegt: zonde was zo ernstig dat Christus ervoor moest sterven, en jij bent zo geliefd dat Hij bereid was dat te doen.
Daarom schrijft Paulus: “Zullen we dan maar doorgaan met zondigen, zodat God ons steeds meer genade kan geven? Natuurlijk niet!” (Romeinen 6:1-2)
Wie werkelijk begrijpt wat Golgotha heeft gekost, krijgt geen groter verlangen om te zondigen.
Hij krijgt een groter verlangen om Degene lief te hebben die hem heeft gered.
Liefde brengt voort wat angst nooit kan bereiken
God had ons kunnen proberen te dwingen door angst.
Maar liefde gaat veel dieper.
Johannes schrijft: “Wij houden van God omdat Hij eerst van ons hield.” (1 Johannes 4:19)
Dat is de reactie die het kruis in ons wil oproepen.
Niet: ik moet gehoorzamen, anders zal God mij straffen.
Maar: hoe zou ik niet van Hem kunnen houden nadat ik zie wat Hij voor mij heeft gedaan?
Daarom is het brandofferaltaar niet alleen een plaats van dood.
Het is uiteindelijk een openbaring van liefde.
Het altaar wijst verder
Toch eindigt onze reis hier niet.
Dat is belangrijk.
Sommige christenen blijven in hun begrip van het verlossingsplan als het ware bij het brandofferaltaar staan.
Jezus stierf voor mij.
Dat is waar.
Dat is de basis.
Zonder Golgotha is er geen redding.
Maar achter het altaar staat nog een wasvat.
Daarachter bevindt zich het heilige.
En nog verder ligt het allerheiligste.
Het heiligdom laat zien dat Jezus ons niet alleen wil vergeven.
Hij wil ons ook reinigen, veranderen, voeden, verlichten en uiteindelijk volledig herstellen.
Het kruis is het begin van onze weg terug naar God.
Niet omdat er na het kruis nog iets aan Jezus’ offer moet worden toegevoegd.
Zijn offer is volledig.
Maar omdat het doel van dat offer groter is dan alleen onze schuld kwijtschelden.
Jezus stierf om ons terug te brengen bij God.
“Christus is één keer voor de zonden gestorven. Hij die onschuldig was, is voor schuldige mensen gestorven. Zo kon Hij jullie bij God brengen.” (1 Petrus 3:18)
Kijk nog één keer naar het altaar
Voordat we verderlopen naar het wasvat, blijven we nog één moment staan.
Kijk naar het lam.
Het heeft niets verkeerd gedaan.
Kijk naar de zondaar.
Hij mag leven.
Kijk naar het bloed.
Een leven is gegeven.
En kijk dan verder dan het aardse altaar.
Kijk naar Golgotha.
Daar hangt niet een dier.
Daar hangt de Zoon van God.
De Schepper geeft Zichzelf voor Zijn schepselen.
De Onschuldige sterft voor de schuldigen.
Degene tegen Wie wij gezondigd hebben, draagt Zelf de prijs van onze verzoening.
Dat is het hart van het evangelie.
En misschien begrijpen we nu iets beter waarom Johannes schreef: “Hierdoor weten we wat echte liefde is: Jezus Christus heeft zijn leven voor ons gegeven.” (1 Johannes 3:16)
Wil je weten hoe God over jou denkt?
Kijk naar het altaar.
Wil je weten hoe ernstig zonde is?
Kijk naar het kruis.
Wil je weten hoe groot Gods liefde is?
Kijk naar het Lam.
Daar zien we de prijs van onze redding.
Om over na te denken
- Wat doet het met je wanneer je beseft dat de zondaar zelf het offerdier moest slachten?
- Waarom denk je dat God wilde dat de gevolgen van zonde zo zichtbaar werden gemaakt?
- Wat betekent het voor jou dat Jezus niet alleen het Lam is, maar het Lam van God?
- Heb je God weleens gezien als een boze Vader van Wie Jezus jou moest redden? Wat leren Johannes 3:16 en 2 Korintiërs 5:19 daarover?
- Wat is het verschil tussen zeggen “Jezus stierf voor de wereld” en “Jezus stierf voor mij”?
- Probeer jij soms nog zelf voor schuld te betalen die je al aan God hebt beleden?
- Hoe kan een dieper begrip van het kruis je verlangen veranderen om voor God te leven?
Gebed
Vader in de hemel, dank U voor het Lam dat U Zelf hebt gegeven.
Dank U dat Jezus mijn plaats wilde innemen.
Dank U dat Hij mijn zonden heeft gedragen en de prijs heeft betaald die ik zelf nooit kon betalen.
Help mij te begrijpen hoe ernstig zonde is.
Maar help mij nog veel meer te begrijpen hoe groot Uw liefde voor mij is.
Vergeef mij wanneer ik probeer te verdienen wat U mij alleen uit genade kunt geven.
Leer mij te rusten in het volbrachte offer van Jezus.
En laat Zijn liefde mijn hart veranderen, zodat ik steeds meer voor U wil leven.
Amen.
ONTHOUD DIT: Bij het brandofferaltaar zien we twee werkelijkheden tegelijk: zonde is zo ernstig dat zij de dood brengt, maar Gods liefde is zo groot dat Hij Zelf in het Offer heeft voorzien. Jezus, het onschuldige Lam van God, nam onze plaats in. Genade is voor ons gratis, maar onze redding heeft God alles gekost.
Volgende deel: Deel 7 – Het Lam van God
