
Deel 5 – De poort: er is een weg terug naar God
Sleuteltekst
“IK BEN de Deur. Als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij worden gered.” (Johannes 10:9)
We staan aan het begin van onze reis.
Voor ons ligt het heiligdom.
Helemaal aan het einde van die weg bevindt zich de ark van het verbond, met daarboven het verzoendeksel. Daar werd Gods aanwezigheid zichtbaar gemaakt.
Maar wij staan nog buiten.
En voordat we bij het brandofferaltaar kunnen komen, voordat we het wasvat kunnen bereiken en voordat we ook maar één stap in het heilige kunnen zetten, moeten we ergens doorheen.
De poort.
Dat lijkt misschien maar een klein detail.
Maar in Gods heiligdom is vrijwel niets toevallig.
Er was een toegang.
God had een opening laten maken waardoor de mens naar binnen mocht.
En juist daar begint het evangelie.
God maakte Zelf de toegang
Rond het voorhof hing een afscheiding van fijn linnen. Je kon dus niet zomaar vanaf iedere kant naar binnen lopen.
God had bepaald waar de ingang was.
“Voor de ingang van de voorhof moet een gordijn komen van 20 el lang. Het moet van blauwe, paarse en rode wol en fijn linnen worden gemaakt.” (Exodus 27:16)
Er was dus een duidelijk herkenbare toegang.
De mens bepaalde niet zelf hoe hij God zou naderen.
God bepaalde de weg.
Dat klinkt misschien beperkend, maar eigenlijk is het juist geweldig nieuws.
Want sinds Eden was er een probleem.
De mens had gezondigd en de gemeenschap met God was verbroken.
Adam en Eva werden uit de hof gestuurd en de toegang tot de boom van het leven werd bewaakt.
De mens kon die weg zelf niet herstellen.
Maar bij het heiligdom zien we iets anders.
God maakt een ingang.
Hij zegt als het ware: er is een weg terug naar Mij.
De poort stond open voor iedereen die wilde komen
Denk eens aan een Israëliet die met zijn offerdier naar het heiligdom liep.
Misschien had hij iets gedaan waarvan hij wist dat het verkeerd was.
Hij droeg schuld met zich mee.
Hij wist dat hij Gods wet had overtreden.
En toch mocht hij naar het heiligdom komen.
De poort was er niet alleen voor mensen die alles goed hadden gedaan.
Juist de schuldige kwam naar het heiligdom.
Dat is belangrijk.
God zegt niet: zorg eerst dat je leven volmaakt is en kom daarna naar Mij toe.
De zondaar mocht komen omdat hij verzoening nodig had.
Jezus zou eeuwen later zeggen: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke mensen wel. Ik ben niet gekomen om goede mensen te roepen, maar zondaars.” (Markus 2:17)
Dat is het evangelie.
De toegang tot God is niet alleen voor mensen die denken dat ze goed genoeg zijn.
Sterker nog, niemand is goed genoeg.
De poort is er voor mensen die beseffen dat ze God nodig hebben.
Eén toegang
Het voorhof had één toegang.
Dat beeld krijgt in het Nieuwe Testament een bijzondere betekenis wanneer Jezus over Zichzelf zegt: “IK BEN de Deur. Als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij worden gered.” (Johannes 10:9)
En op een ander moment zegt Hij: “IK BEN de Weg, de Waarheid en het Leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen.” (Johannes 14:6)
Jezus zegt niet dat Hij een weg is.
Hij zegt dat Hij de Weg is.
Dat kan in onze tijd als een harde boodschap klinken.
Veel mensen zeggen dat alle godsdiensten uiteindelijk naar dezelfde God leiden.
De ene mens kiest het christendom.
Een ander de islam.
Een ander het hindoeïsme of boeddhisme.
Weer een ander zoekt God of het goddelijke in zichzelf.
Als iedereen oprecht zoekt, zo wordt vaak gedacht, zullen alle wegen uiteindelijk wel op dezelfde plaats uitkomen.
Maar dat is niet wat Jezus zegt.
Er is één fundamenteel probleem dat geen mens zelf kan oplossen: zonde heeft ons van God gescheiden.
Daarom hebben we niet in de eerste plaats een nieuwe levensfilosofie nodig.
We hebben verzoening nodig.
We hebben Iemand nodig die onze schuld kan dragen.
We hebben een Redder nodig.
En er is maar Eén die dat heeft gedaan.
Jezus Christus.
Waarom is er maar één weg?
Stel dat iemand ernstig ziek is en er bestaat maar één geneesmiddel dat hem werkelijk kan redden.
Is het dan liefdeloos om te zeggen dat alleen dat geneesmiddel hem kan genezen?
Nee.
Het zou juist liefdeloos zijn om te zeggen dat het niet uitmaakt wat hij inneemt.
Zo moeten we ook naar Jezus’ woorden kijken.
God heeft niet willekeurig besloten om alle andere wegen af te wijzen.
Het probleem is veel dieper.
Geen menselijke filosofie kan onze zonden dragen.
Geen religieus ritueel kan onze schuld uitwissen.
Geen geestelijk leider kan in onze plaats sterven en daarna uit de dood opstaan.
Geen hoeveelheid goede werken kan een zondeloos verleden produceren.
Alleen Jezus kon doen wat nodig was.
Petrus zegt daarom over Jezus: “Door niemand anders kunnen we worden gered. Want God heeft op aarde geen andere Persoon aan de mensen gegeven door wie ze gered kunnen worden.” (Handelingen 4:12)
Er is één weg omdat er maar één Redder is.
Maar die ene weg staat wél open
En hier moeten we de andere helft van het evangelie nooit vergeten.
De weg is één Persoon.
Maar de uitnodiging is voor iedereen.
Jezus zegt: “Want God hield zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen gaf. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar eeuwig leven hebben.” (Johannes 3:16)
Iedereen.
Niet alleen Joden.
Niet alleen mensen die in een christelijk gezin zijn opgegroeid.
Niet alleen mensen die de Bijbel goed kennen.
Niet alleen mensen met een keurig verleden.
Iedereen die tot Christus komt, mag binnenkomen.
Jezus zegt: “Wie bij Mij komt, zal Ik nooit wegsturen.” (Johannes 6:37)
Dat is de poort van het heiligdom.
Niet tientallen wegen die allemaal ergens anders beginnen.
Maar één deur die voor iedereen openstaat.
De ingang bevond zich aan de oostkant
Er zit nog een interessant detail in de bouw van het heiligdom.
De ingang van het voorhof bevond zich aan de oostzijde.
Wanneer iemand het heiligdom binnenging, liep hij dus richting het westen.
Dat is opmerkelijk wanneer we bedenken dat zonaanbidding in de oude wereld veel voorkwam.
De zon komt op in het oosten.
Wie het heiligdom binnenging en naar Gods aanwezigheid liep, keerde het oosten letterlijk de rug toe.
Later zien we hoe ernstig God zonaanbidding vond. Ezechiël zag mensen bij de tempel die met hun rug naar Gods tempel stonden en naar het oosten bogen voor de zon.
“Ze stonden met hun rug naar de tempel van de Heer en met hun gezicht naar het oosten. Ze bogen zich naar het oosten voor de zon.” (Ezechiël 8:16)
Dat beeld is precies omgekeerd aan de richting waarin iemand door het heiligdom naar Gods aanwezigheid ging.
We moeten voorzichtig zijn om niet ieder bouwkundig detail een betekenis te geven die de Bijbel zelf niet expliciet verklaart.
Maar het contrast is opvallend.
Wie naar de God van Israël ging, liet de afgoden achter zich.
Je kunt niet tegelijk naar twee kanten lopen
Daar zit ook een geestelijke les in.
Naar God toegaan betekent uiteindelijk dat je iets anders achterlaat.
Jezus roept ons zoals we zijn.
Maar Hij roept ons niet om te blijven waar we zijn.
Bekering betekent letterlijk een verandering van denken en richting.
Je draaide je naar iets anders toe.
Nu draai je je naar God.
Paulus beschrijft hoe de christenen in Thessalonica “zich van de afgoden tot God hadden gekeerd om de levende en echte God te dienen.” (1 Thessalonicenzen 1:9)
Dat is precies de beweging die we in het heiligdom zien.
Je gaat ergens vandaan.
En je gaat naar Iemand toe.
De prachtige kleuren van de poort
De afscheiding rondom het voorhof was voornamelijk van wit fijn linnen, maar de ingang viel op.
Het gordijn van de ingang was gemaakt van blauwe, paarse en rode wol en fijn linnen.
Dat moet prachtig zijn geweest.
Veel Bijbeluitleggers hebben in deze kleuren verwijzingen naar Christus gezien.
Blauw wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met de hemel.
Purper was een kleur die verbonden was met koningschap.
Rood doet denken aan bloed en offer.
Wit linnen wordt in de Bijbel verbonden met reinheid en gerechtigheid.
Dat zijn prachtige lijnen om over na te denken, maar ook hier moeten we eerlijk blijven: de Bijbel geeft ons niet bij iedere kleur van de poort een afzonderlijke uitleg.
We hoeven daarom niet te zeggen dat God met iedere kleur aantoonbaar precies één betekenis bedoelde.
Maar wat we wél weten, is dat alles aan de weg naar God uiteindelijk samenkomt in Christus.
Hij kwam uit de hemel.
Hij is Koning.
Hij gaf Zijn bloed.
En Hij alleen is volkomen rechtvaardig.
De poort brengt je onmiddellijk bij het Lam
En dan gebeurt er iets indrukwekkends.
Je gaat door die prachtige ingang.
Wat verwacht je daarachter?
Misschien een gouden troon.
Misschien iets majestueus.
Maar het eerste grote voorwerp dat je ziet, is een altaar.
En daarbij een offerdier.
De weg naar God begint met de dood van een onschuldig slachtoffer.
Dat vertelt ons onmiddellijk dat toegang tot God een prijs heeft.
Niet een prijs die wij kunnen betalen.
Een prijs die Iemand anders voor ons betaalt.
Petrus schrijft: “Jullie zijn vrijgekocht uit het zinloze leven dat jullie van jullie voorouders hadden geërfd. Maar jullie zijn niet vrijgekocht met vergankelijke dingen, zoals zilver of goud. Jullie zijn vrijgekocht met het kostbare bloed van Christus. Hij was als een volmaakt en onschuldig lam.” (1 Petrus 1:18-19)
Je komt door de poort.
En daar ontmoet je het Lam.
Dat is geen toeval in het grote verhaal van verlossing.
Jezus is niet alleen Degene die de deur opent
Er zit iets heel bijzonders in de woorden van Jezus.
Hij zegt niet alleen: Ik zal jullie laten zien waar de deur is.
Hij zegt: “Ik ben de Deur.”
Hij zegt niet alleen: Ik ken de weg naar de Vader.
Hij zegt: “Ik ben de Weg.”
Hij zegt niet alleen: Ik geef jullie brood.
Hij zegt: “Ik ben het Brood.”
Hij zegt niet alleen: Ik laat jullie het licht zien.
Hij zegt: “Ik ben het Licht.”
Steeds opnieuw brengt Jezus het verlossingsplan terug naar Zichzelf.
Het christelijk geloof draait daarom uiteindelijk niet om een systeem.
Niet om een kerk.
Niet om een lijst regels.
Niet eens om kennis van het heiligdom.
Het draait om een Persoon.
Jezus Christus.
Je kunt alle afmetingen van de tabernakel kennen en toch de bedoeling ervan missen.
Je kunt precies weten waar ieder voorwerp stond en toch de Weg niet kennen.
Het heiligdom heeft pas werkelijk betekenis wanneer we Degene ontdekken naar Wie het wijst.
Religie kan de poort niet vervangen
Mensen hebben altijd geprobeerd zelf wegen naar God te maken.
Dat begon eigenlijk al bij Kaïn.
God had laten zien dat een offer nodig was.
Maar Kaïn bracht wat hij zelf wilde brengen.
Hij wilde God op zijn eigen manier naderen.
Dat probleem bestaat nog steeds.
Wij kunnen denken dat onze religieuze prestaties ons dichter bij God brengen.
Ik ga naar de kerk.
Ik lees mijn Bijbel.
Ik bid.
Ik geef geld.
Ik doe goede dingen.
Ik leef beter dan veel andere mensen.
Maar geen van die dingen is de poort.
Het zijn goede dingen wanneer ze voortkomen uit een leven met God.
Maar ze kunnen Jezus nooit vervangen.
Paulus schrijft: “Want door Gods genade zijn jullie gered, doordat jullie geloven. Dat hebben jullie niet aan jezelf te danken. Het is een geschenk van God. Jullie zijn niet gered doordat jullie goede dingen hebben gedaan. Niemand kan dus trots zijn op zichzelf.” (Efeziërs 2:8-9)
De toegang tot God kun je niet verdienen.
Je ontvangt hem.
Misschien durf je niet door de poort
Er is nog een andere reden waarom mensen buiten blijven staan.
Niet trots, maar schaamte.
Misschien weet je heel goed wat er in je leven verkeerd is gegaan.
Misschien draag je schuld mee waar niemand iets van weet.
Misschien heb je God jarenlang genegeerd.
Misschien heb je Hem bewust de rug toegekeerd.
Misschien denk je dat je te vaak dezelfde fout hebt gemaakt.
Dan kan het voelen alsof de ingang wel voor anderen bedoeld is, maar niet meer voor jou.
Maar luister dan naar Jezus: “Wie bij Mij komt, zal Ik nooit wegsturen.” (Johannes 6:37)
Niet: wie een bijna perfect leven heeft.
Niet: wie nooit ernstig gezondigd heeft.
Niet: wie alles begrijpt.
Wie bij Mij komt.
Dat is de voorwaarde.
Kom.
De verloren zoon vond een open deur
Jezus vertelde een verhaal dat precies laat zien hoe God tegenover een terugkerende zondaar staat.
Een zoon verlaat zijn vader.
Hij neemt zijn bezit mee.
Hij verspilt alles.
Uiteindelijk belandt hij tussen de varkens en beseft hij wat hij heeft gedaan.
Hij besluit terug te gaan.
Onderweg oefent hij waarschijnlijk zijn verhaal.
Hij voelt zich niet meer waardig om zoon genoemd te worden.
Maar dan gebeurt er iets wat hij niet verwacht.
“Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem al aankomen. Zijn vader kreeg medelijden met hem. Hij rende naar hem toe, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem.” (Lukas 15:20)
Let op wie er rent.
Niet de zoon naar de vader.
De vader rent naar de zoon.
Dat is de God van het heiligdom.
De God die een poort liet maken.
De God die Zelf in het Offer voorzag.
De God die Zijn Zoon naar deze wereld stuurde.
De God die zegt: kom naar huis.
Van de poort naar de troon
We staan nog maar aan het begin van onze tocht door het heiligdom.
Voor ons liggen nog het brandofferaltaar, het wasvat, het heilige en uiteindelijk het allerheiligste.
Maar al bij de ingang weten we iets belangrijks.
De hele route is door God ontworpen.
Niet om ons buiten te houden.
Maar om ons binnen te brengen.
Paulus schrijft over Jezus: “Door Hem hebben wij allebei door één Geest toegang tot de Vader.” (Efeziërs 2:18)
Dat ene woord vat deze studie prachtig samen.
Toegang.
Door Jezus hebben wij toegang tot de Vader.
De poort van het aardse heiligdom was maar een afbeelding.
De werkelijkheid is Christus.
De deur staat nog open
Er komt uiteindelijk een moment waarop het verlossingsplan voltooid zal zijn.
Zonde zal niet eeuwig blijven bestaan.
Deze wereld zal niet eeuwig doorgaan zoals hij nu is.
Maar vandaag klinkt Gods uitnodiging nog.
“Kom!”
Openbaring eindigt bijna met die uitnodiging: “De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat iedereen die het hoort, zeggen: ‘Kom!’ Wie dorst heeft, moet komen. Wie wil, mag gratis het water drinken dat leven geeft.” (Openbaring 22:17)
Wie wil, mag komen.
Dat is geen God die mensen probeert buiten te houden.
Dat is een God die roept.
Een God die zoekt.
Een God die de toegang heeft geopend.
Een God die de prijs Zelf heeft betaald.
En wanneer wij door die poort gaan, staat daar als eerste het altaar.
Daar zullen we in het volgende deel blijven staan.
Want voordat we verder kunnen naar Gods troon, moeten we begrijpen wat daar werkelijk gebeurde.
Waarom moest een lam sterven?
Waarom bloed?
Waarom een offer?
En wat vertelt dat altaar ons over Golgotha?
Daar zullen we ontdekken hoe groot de prijs van onze redding werkelijk was.
Maar voor nu hoeven we maar één ding te onthouden.
Er is een weg terug naar God.
En die Weg heeft een Naam.
Jezus.
Om over na te denken
- Wat zegt het bestaan van een ingang naar het heiligdom jou over Gods verlangen om mensen bij Zich te hebben?
- Waarom is het volgens jou belangrijk dat Jezus niet zegt dat Hij een weg is, maar de Weg?
- Vind je het moeilijk dat de Bijbel zegt dat redding alleen door Jezus mogelijk is? Verandert er iets wanneer je dat bekijkt vanuit de vraag wie onze schuld daadwerkelijk kan dragen?
- Ben jij eerder geneigd om door trots buiten te blijven staan of door het gevoel dat je niet goed genoeg bent?
- Wat betekenen Jezus’ woorden “Wie bij Mij komt, zal Ik nooit wegsturen” voor jou persoonlijk?
- Wat leert het verhaal van de verloren zoon jou over de God die aan het einde van de weg door het heiligdom op ons wacht?
Gebed
Vader in de hemel, dank U dat U de weg naar U hebt geopend.
Dank U dat ik die toegang niet hoef te verdienen.
Dank U dat U Jezus hebt gegeven als de Weg, de Waarheid en het Leven.
Dank U dat Uw uitnodiging voor iedereen geldt, ook voor mij.
Vergeef mij voor de keren dat ik mijn eigen weg heb gekozen.
Help mij alles achter te laten wat mij van U verwijdert.
Geef mij vertrouwen om door de deur te gaan die U Zelf hebt geopend.
En leid mij stap voor stap dichter naar Uw troon.
Amen.
ONTHOUD DIT: De poort van het heiligdom vertelt ons dat God een weg heeft geopend voor de mens die door de zonde buiten Zijn aanwezigheid terechtkwam. Die weg kunnen we niet verdienen of zelf maken. Jezus zegt: “IK BEN de Deur” en “IK BEN de Weg.” Er is één Redder, maar de uitnodiging is voor iedereen: wie tot Hem komt, zal Hij nooit wegsturen.
Volgende deel: Deel 6 – Het brandofferaltaar: de prijs van onze redding
