
Deel 4 – Eén weg van buiten naar binnen
Sleuteltekst
“Laten we dus vol vertrouwen naar de troon van Gods genade gaan. Want daar zullen we Gods medelijden en genade ontvangen. En daar zullen we hulp krijgen op het moment dat we die nodig hebben.” (Hebreeën 4:16)
Stel je voor dat je duizenden jaren geleden als Israëliet voor het heiligdom staat.
Er is maar één ingang.
Achter die ingang zie je het brandofferaltaar.
Verderop staat het koperen wasvat.
Daarachter bevindt zich het heiligdom.
Binnen brandt de gouden kandelaar. Op de tafel liggen de toonbroden. Voor het tweede voorhangsel staat het reukofferaltaar.
En achter dat voorhangsel bevindt zich de ark van het verbond.
Daar, boven het verzoendeksel en tussen de cherubs, werd Gods aanwezigheid zichtbaar gemaakt.
Van buiten naar binnen loopt één duidelijke weg.
Van de zondaar naar het offer.
Van het offer naar reiniging.
Van reiniging naar een leven met God.
Van een leven met God naar Zijn aanwezigheid.
In de komende studies gaan we ieder onderdeel afzonderlijk onderzoeken.
Maar voordat we dat doen, kijken we in deze studie nog één keer naar het geheel.
Want wanneer je het heiligdom van buiten naar binnen bekijkt, ontdek je iets prachtigs: God heeft de hele weg van de verloren mens naar Zijn troon zichtbaar gemaakt.
Buiten het heiligdom
De reis begint buiten.
Daar staat de mens.
Gescheiden van Gods aanwezigheid.
Dat is de situatie waarin de zonde de mens heeft gebracht.
Adam en Eva leefden oorspronkelijk in Gods aanwezigheid, maar na hun zonde moesten zij Eden verlaten.
“Daarna stuurde de Heer God de mens weg uit de tuin van Eden.” (Genesis 3:23)
De mens bevond zich voortaan buiten.
Dat beeld zien we in het heiligdom terug.
Gods aanwezigheid bevond zich in het allerheiligste.
De zondaar stond buiten.
Daartussen lag een weg.
Maar let op: die weg was er.
God had de toegang niet voorgoed afgesloten.
Hij had Zelf bepaald hoe de mens weer tot Hem kon naderen.
Dat is misschien wel de belangrijkste boodschap van het heiligdom.
Er is afstand ontstaan door de zonde, maar God heeft een weg terug geopend.
Er was maar één ingang
Het voorhof van de tabernakel had één ingang.
Wie naar binnen wilde, moest daar naar binnen.
Je kon niet ergens anders over de omheining klimmen en je eigen route kiezen.
Dat doet onmiddellijk denken aan de woorden van Jezus: “IK BEN de Deur. Als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij worden gered.” (Johannes 10:9)
En later zegt Hij: “IK BEN de Weg, de Waarheid en het Leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen.” (Johannes 14:6)
Dat klinkt in onze tijd misschien heel exclusief.
Maar kijk er eens anders naar.
Het wonder is niet dat er maar één weg is.
Het wonder is dat er überhaupt een weg is.
De mens had zichzelf van God verwijderd.
God was ons niets verschuldigd.
En toch opende Hij Zelf de deur.
Jezus is daarom niet een hindernis die tussen ons en God staat.
Jezus is de Weg die God heeft geopend om ons weer bij Zich te brengen.
De eerste stap: het brandofferaltaar
Zodra je door de ingang kwam, stond daar het brandofferaltaar.
Je kon er niet omheen.
Dat is veelzeggend.
De weg naar God begint bij het offer.
De zondaar bracht een dier zonder gebrek.
Hij legde zijn hand op de kop van het dier en het dier stierf.
Het was een aangrijpende les: zonde kost leven.
Maar tegelijkertijd vertelde het altaar iets anders: een ander mag jouw plaats innemen.
Daarom wijst het brandofferaltaar rechtstreeks naar Golgotha.
Jezus nam onze plaats in.
“Hij heeft Zelf onze zonden gedragen toen Hij aan het kruis hing.” (1 Petrus 2:24)
De weg naar Gods troon begint dus niet met onze prestaties.
Niet met gehoorzaamheid.
Niet met goede werken.
Niet met jezelf verbeteren.
Niet met bewijzen dat je God waard bent.
Hij begint met een Lam.
“Kijk, daar is het Lam van God! Hij neemt de zonde van de wereld weg!” (Johannes 1:29)
Voordat jij één stap richting God kunt zetten, heeft God in Christus al de beslissende stap naar jou gezet.
De tweede stap: het koperen wasvat
Na het altaar kwam het wasvat.
De priesters moesten zich daar wassen voordat zij hun dienst in het heiligdom verrichtten.
De volgorde is belangrijk.
Eerst het offer. Daarna de reiniging.
Niet andersom.
God zegt niet: maak jezelf eerst schoon en dan mag je bij Mij komen.
Hij zegt: kom zoals je bent, ontvang vergeving en laat Mij je vervolgens reinigen.
Dat verschil is enorm.
Sommige mensen denken dat zij eerst hun leven op orde moeten krijgen voordat zij naar God kunnen gaan.
Eerst stoppen met verkeerde gewoonten.
Eerst een beter mens worden.
Eerst sterker geloven.
Eerst genoeg berouw voelen.
Maar het heiligdom vertelt een ander verhaal.
Je komt eerst bij het altaar.
Eerst genade.
Daarna begint God Zijn reinigende werk in je leven.
Paulus schrijft: “Maar jullie zijn schoongewassen. Jullie zijn geheiligd. Jullie zijn vrijgesproken in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.” (1 Korintiërs 6:11)
God wil niet alleen onze schuld vergeven.
Hij wil ons herstellen.
Dan verandert er iets
Tot nu toe bevonden we ons in het voorhof.
Daar stonden het altaar en het wasvat.
Maar daarna ging de priester door het eerste voorhangsel het heilige binnen.
En daar veranderde de omgeving volledig.
Buiten zag je daglicht.
Binnen kwam het licht van de gouden kandelaar.
Buiten stond het altaar waar het slachtoffer stierf.
Binnen bevonden zich brood, licht en reukwerk.
We komen nu als het ware in een ander gedeelte van het christelijke leven.
Het gaat niet meer alleen over de vraag: Hoe wordt mijn schuld vergeven?
Nu komt de vraag: Hoe leef ik vervolgens met God?
Het heiligdom laat zien dat redding niet eindigt bij vergeving.
God wil een relatie met ons.
De kandelaar: leven in het licht
Links in het heilige stond de zevenarmige gouden kandelaar.
Het licht moest blijven branden.
Jezus zei: “Ik ben het Licht voor de wereld. Als je Mij volgt, zul je nooit meer in het donker hoeven te leven. Je zult leven in het licht dat leven geeft.” (Johannes 8:12)
Zonder licht kun je niet zien waar je loopt.
Zo is het ook geestelijk.
Wij hebben Christus nodig om waarheid van dwaling te onderscheiden.
We hebben de Heilige Geest nodig om ons te laten zien wie God is, wat zonde is en welke weg we moeten gaan.
God redt ons niet om ons vervolgens alleen in het donker verder te laten zoeken.
Hij geeft licht.
De tafel met toonbroden: God voedt ons
Rechts stond de tafel met twaalf toonbroden.
Brood was in de Bijbelse wereld basisvoedsel.
Zonder voedsel sterft een mens.
Jezus gebruikte precies dat beeld toen Hij zei: “Ik ben het Brood dat leven geeft. Wie bij Mij komt, zal nooit meer honger hebben.” (Johannes 6:35)
Een christelijk leven kan niet blijven bestaan op één ervaring uit het verleden.
Je kunt niet zeggen: twintig jaar geleden heb ik Jezus aangenomen, dus nu heb ik geen geestelijk voedsel meer nodig.
Zoals je lichaam regelmatig voedsel nodig heeft, heeft ook je geestelijke leven voeding nodig.
God heeft ons Zijn Woord gegeven.
Jezus zei: “Een mens leeft niet alleen van brood, maar van elk woord dat God spreekt.” (Mattheüs 4:4)
Het brood in het heiligdom vertelt ons daarom iets belangrijks: God vergeeft ons niet alleen, Hij blijft ons voeden.
Het reukofferaltaar: steeds dichter bij God
Dan lopen we verder.
Vlak voor het voorhangsel naar het allerheiligste stond het gouden reukofferaltaar.
Dat is belangrijk om goed voor ogen te houden.
Het reukofferaltaar stond niet bij de ingang.
Het stond zo dicht mogelijk bij het allerheiligste.
De rook van het reukwerk steeg omhoog.
In de Bijbel wordt reukwerk verbonden met de gebeden van Gods volk: “De rook van de wierook steeg samen met de gebeden van Gods mensen op naar God.” (Openbaring 8:4)
Hier komen we heel dicht bij Gods troon.
En opnieuw staat Jezus centraal.
Onze gebeden bereiken God niet omdat wij zulke goede mensen zijn of omdat we de perfecte woorden gebruiken.
Jezus is onze Middelaar.
“Christus Jezus is gestorven en weer levend geworden. Hij zit aan de rechterkant van God en pleit daar voor ons.” (Romeinen 8:34)
Denk daar eens over na.
Jezus pleit voor jou.
Wanneer jij bidt en nauwelijks woorden kunt vinden.
Wanneer je hebt gefaald.
Wanneer je verdriet hebt.
Wanneer je twijfelt.
Wanneer je niet eens goed weet wat je moet bidden.
Je staat niet alleen voor Gods troon.
En dan: het voorhangsel
Nu staan we voor het tweede voorhangsel.
Aan de andere kant bevindt zich het allerheiligste.
Voor de gewone Israëliet was dit een plaats die hij nooit zou zien.
Zelfs een gewone priester mocht daar niet binnengaan.
Alleen de hogepriester mocht eenmaal per jaar achter het voorhangsel komen.
Dat onderstreepte een belangrijke werkelijkheid: de zonde had nog steeds een scheiding veroorzaakt tussen God en de mens.
Het voorhangsel zei als het ware: verder kun je niet.
Maar eeuwen later hangt Jezus aan het kruis.
Hij sterft.
En op datzelfde moment gebeurt er in de tempel iets buitengewoons: “Op dat moment scheurde het gordijn in de tempel van boven naar beneden in tweeën.” (Mattheüs 27:51)
Van boven naar beneden.
God Zelf opende de weg.
Hebreeën legt uit wat dit betekent: “Dankzij het bloed van Jezus kunnen we nu zonder angst het heiligdom binnengaan. Jezus heeft voor ons een nieuwe, levende weg geopend door het gordijn heen.” (Hebreeën 10:19-20)
De weg die eeuwenlang in symbolen werd uitgebeeld, werd door Jezus geopend.
Achter het voorhangsel
Nu komen we bij het hart van het heiligdom.
De ark van het verbond.
Daarin bevond zich Gods wet.
Boven de ark lag het verzoendeksel.
Daaroverheen spreidden twee gouden cherubs hun vleugels uit.
En tussen de cherubs werd Gods aanwezigheid zichtbaar gemaakt.
Wat zien we hier?
Je zou misschien verwachten dat de lange weg door het heiligdom uiteindelijk eindigt bij een angstaanjagend beeld van oordeel.
Maar wat bevindt zich boven de wet?
Het verzoendeksel.
De plaats van genade.
De troon waarnaar het heiligdom ons leidt, is een troon van gerechtigheid, maar de Bijbel noemt hem ook: de troon van genade.
“Laten we dus vol vertrouwen naar de troon van Gods genade gaan.” (Hebreeën 4:16)
Dat is ongelooflijk.
De zondaar die buiten begon, mag uiteindelijk worden uitgenodigd om vol vertrouwen tot Gods troon te naderen.
Niet omdat de zondaar inmiddels perfect is.
Maar omdat hij een Hogepriester heeft.
Jezus is niet alleen het Offer
Hier moeten we iets begrijpen wat voor de rest van deze serie heel belangrijk wordt.
Jezus is het Lam.
Maar Jezus is ook de Priester.
Hij stierf voor ons op aarde.
Maar na Zijn opstanding en hemelvaart begon Hij Zijn werk als onze Hogepriester in het hemelse heiligdom.
“Wij hebben een geweldige Hogepriester, Jezus, de Zoon van God.” (Hebreeën 4:14)
Daarom zegt Hebreeën vervolgens dat wij met vertrouwen tot Gods troon mogen naderen.
We komen niet alleen.
Onze Hogepriester is daar.
Het heiligdom vertelt dus niet alleen wat Jezus heeft gedaan.
Het vertelt ook wat Jezus nu doet.
En later in deze serie zullen we ontdekken dat dit essentieel is om het complete verlossingsplan te begrijpen.
Zie je nu de weg?
Kijk nog één keer van buiten naar binnen.
Buiten staat de zondaar, ver van Gods aanwezigheid.
Dan opent zich de ingang.
Jezus is de Deur.
Je komt bij het brandofferaltaar.
Jezus is het Lam.
Je komt bij het wasvat.
Jezus reinigt ons.
Je gaat het heilige binnen en ziet de kandelaar.
Jezus is het Licht.
Je ziet de tafel met brood.
Jezus is het Brood van het leven.
Je komt bij het reukofferaltaar.
Jezus is onze Middelaar en pleit voor ons.
Je gaat door het voorhangsel.
Jezus heeft de weg geopend.
Je komt bij de ark en de troon van God.
Door Jezus mogen wij tot de Vader komen.
Het hele heiligdom roept één Naam:
Jezus.
Van ver weg naar heel dichtbij
Er zit nog iets moois in de route.
Bij iedere stap kom je dichter bij God.
Dat is precies het tegenovergestelde van wat Satan mensen vaak over God probeert te laten geloven.
Hij schildert God af als Iemand die mensen op afstand wil houden.
Een strenge God die wacht totdat je een fout maakt.
Een God voor Wie je bang moet zijn.
Maar het heiligdom vertelt een ander verhaal.
Wie ontwierp de weg?
God.
Wie gaf het offer?
God.
Wie gaf de Priester?
God.
Wie opende uiteindelijk het voorhangsel?
God.
Wie nodigt ons uit om tot Zijn troon te komen?
God.
Het verlossingsplan is niet het verhaal van mensen die proberen een onwillige God over te halen hen binnen te laten.
Het is het verhaal van God die alles doet wat nodig is om Zijn verloren kinderen weer thuis te krijgen.
De weg loopt maar één kant op
Er is daarom een beweging door het hele heiligdom.
Van buiten naar binnen.
Van afstand naar nabijheid.
Van schuld naar vergeving.
Van onreinheid naar reiniging.
Van duisternis naar licht.
Van geestelijke honger naar brood.
Van gebed naar voorbede.
Van scheiding naar gemeenschap.
Van de zondaar naar Gods troon.
En dat is uiteindelijk het evangelie.
Petrus schrijft: “Christus is één keer voor de zonden gestorven. Hij die onschuldig was, is voor schuldige mensen gestorven. Zo kon Hij jullie bij God brengen.” (1 Petrus 3:18)
Let vooral op die laatste woorden: bij God brengen.
Daarvoor stierf Jezus.
Niet alleen zodat jouw zonden uit een hemels boek kunnen worden gewist.
Niet alleen zodat je niet verloren gaat.
Niet alleen zodat je eeuwig kunt leven.
Het uiteindelijke doel van verlossing is veel persoonlijker.
God wil jou terug.
De weg naar Gods troon is de weg naar huis
Nu begrijpen we ook beter waarom deze serie De weg naar Gods troon heet.
We bestuderen geen oud religieus gebouw omdat het interessant is om te weten hoe Israël duizenden jaren geleden God aanbad.
We volgen een weg.
Dezelfde weg die God in het hele verlossingsplan zichtbaar heeft gemaakt.
Een weg die begon met Gods verlangen: “Ze moeten voor Mij een heiligdom maken. Dan zal Ik bij hen wonen.” (Exodus 25:8)
Een weg die mogelijk werd door Jezus.
En een weg die eindigt met dezelfde woorden waarmee hij begon: “Kijk, Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen.” (Openbaring 21:3)
Aan het begin van de Bijbel raakte de mens Gods aanwezigheid kwijt.
Aan het einde van de Bijbel is die aanwezigheid volledig hersteld.
Geen voorhangsel meer.
Geen offer meer.
Geen scheiding meer.
Geen dood meer.
God en de mens zijn weer samen.
Daar leidt het heiligdom ons naartoe.
Daar leidt het kruis ons naartoe.
Daar leidt Jezus ons naartoe.
De weg naar Gods troon is uiteindelijk de weg naar huis.
Om over na te denken
- Wat valt jou het meest op wanneer je de route door het heiligdom als één geheel bekijkt?
- Waarom denk je dat God het offer vóór de reiniging plaatste?
- Heb jij weleens gedacht dat je eerst jezelf moest veranderen voordat je naar God mocht komen?
- Wat betekent het voor jou dat Jezus niet alleen het Lam is, maar ook jouw Hogepriester?
- Waarom is het belangrijk dat het reukofferaltaar vlak bij het voorhangsel en Gods aanwezigheid stond?
- Wat doet de gedachte “God wil jou terug” met jouw beeld van het verlossingsplan?
Gebed
Vader in de hemel, dank U dat U een weg naar U hebt geopend.
Dank U dat ik mijzelf niet eerst goed genoeg hoef te maken voordat ik bij U mag komen.
Dank U voor Jezus, het Lam dat voor mij gestorven is.
Dank U dat Hij mij reinigt, voedt en licht geeft.
Dank U dat Hij mijn Hogepriester is en voor mij pleit.
Help mij om steeds dichter bij U te leven.
Laat mij begrijpen dat U mij niet op afstand wilt houden, maar mij juist bij U wilt hebben.
En leer mij steeds meer vertrouwen op de weg die U Zelf hebt geopend.
Amen.
ONTHOUD DIT: Het heiligdom laat één doorgaande beweging zien: van de zondaar buiten het heiligdom naar de aanwezigheid van God in het allerheiligste. Iedere stap wijst naar Jezus. Hij is niet alleen Degene die onze zonden vergeeft, maar Degene die ons uiteindelijk weer bij God brengt.
Volgende deel: Deel 5 – De poort: er is een weg terug naar God
